1 Tessalonicenzen
Chapter 4

1 Tessalonicenzen

Petrus Canisius Bible, 1…
vs Chinese Union Vers…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Chinese Union Version, punctuated (Simplified)
1Overigens broeders, bidden en smeken we u in den Heer Jesus, dat gij nog meer moogt uitmunten in uw levenswandel en in het behagen aan God, zoals gij dat van ons hebt geleerd, en zoals gij dat feitelijk reeds betracht.
1弟兄们,我还有话说:我们靠着主耶稣求你们,劝你们,你们既然受了我们的教训,知道该怎样行可以讨 神的喜悦,就要照你们现在所行的更加勉励。
2Gij weet toch wel, welke voorschriften we u uit naam van den Heer Jesus hebben gegeven.
2你们原晓得,我们凭主耶稣传给你们什么命令。
3Want dit is Gods wil, uw heiliging: dat gij u namelijk van ontucht onthoudt;
3神的旨意就是要你们成为圣洁,远避淫行;
4dat ieder van u zijn eigen vrouw weet te verwerven in heiligheid en eerbaarheid,
4要你们各人晓得怎样用圣洁、尊贵守着自己的身体,
5niet in hartstochtelijke begeerlijkheid, zoals de heidenen, die God niet kennen;
5不放纵私欲的邪情,像那不认识 神的外邦人。
6dat niemand zich te buiten gaat, en in deze aangelegenheid zijn broeder bedriegt. Want de Heer is de Wreker van al deze dingen, zoals we het vroeger hebben gezegd en voortdurend betuigd.
6不要一个人在这事上越分,欺负他的弟兄;因为这一类的事,主必报应,正如我预先对你们说过、又切切嘱咐你们的。
7Want God heeft ons niet tot onreinheid geroepen, maar tot heiligheid.
7神召我们,本不是要我们沾染污秽,乃是要我们成为圣洁。
8Wie dit dus veracht, veracht niet een mens, maar God zelf, die ook aan u zijn heiligen Geest heeft geschonken.
8所以,那弃绝的,不是弃绝人,乃是弃绝那赐圣灵给你们的 神。
9Over de broederliefde is het niet nodig, u te schrijven. Want zelf hebt gij van God geleerd, elkander lief te hebben; en gij doet het ook tegenover alle broeders in heel Macedonië.
9论到弟兄们相爱,不用人写信给你们;因为你们自己蒙了 神的教训,叫你们彼此相爱。
10Maar we vermanen u, broeders, om nog meer uit te munten,
10你们向 马其顿 全地的众弟兄固然是这样行,但我劝弟兄们要更加勉励。
11en er zelfs een eer in te stellen, om rustig te leven, u met uw eigen zaken te bemoeien, en zelf de handen aan het werk te slaan, zoals we u dat geboden hebben.
11又要立志作安静人,办自己的事,亲手做工,正如我们从前所吩咐你们的,
12Zo toch gedraagt gij u behoorlijk voor hen, die buiten staan, en hebt gij van niemand iets nodig.
12叫你们可以向外人行事端正,自己也就没有什么缺乏了。
13Broeders, wij willen u niet in onwetendheid laten over hen die ontslapen zijn, opdat gij niet treurt als de anderen, die geen hoop meer bezitten.
13论到睡了的人,我们不愿意弟兄们不知道,恐怕你们忧伤,像那些没有指望的人一样。
14Want zo wij geloven, dat Jesus gestorven is en verrezen, dan geloven wij ook, dat God hen, die in Jesus ontsliepen, zal terugvoeren met Hem.
14我们若信耶稣死而复活了,那已经在耶稣里睡了的人, 神也必将他们与耶稣一同带来。
15Want dit zeggen wij u op ‘s Heren woord: Wij die leven en achter blijven tot ‘s Heren komst, wij zullen de ontslapenen zeer zeker niet vóór gaan.
15我们现在照主的话告诉你们一件事:我们这活着还存留到主降临的人,断不能在那已经睡了的人之先。
16Want op een teken, op het geroep van den Aartsengel en de bazuinstoot van God, zal de Heer zelf uit de hemel nederdalen, en allereerst zullen zij verrijzen, die stierven in Christus;
16因为主必亲自从天降临,有呼叫的声音和天使长的声音,又有 神的号 吹响 ;那在基督里死了的人必先复活。
17eerst dan zullen wij, die leven en achterblijven, tezamen met hen worden weggevoerd op de wolken, den Heer tegemoet in de lucht. En zó zullen wij altijd bij den Heer blijven.
17以后我们这活着还存留的人必和他们一同被提到云里,在空中与主相遇。这样,我们就要和主永远同在。
18Vertroost dus elkander met deze woorden.
18所以,你们当用这些话彼此劝慰。

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.