1 Tessalonicenzen 2
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Chinese Union Version, punctuated (Simplified)
1Broeders, zelf weet gij toch wel, dat ons optreden onder u niet zonder vrucht is geweest.
1弟兄们,你们自己原晓得我们进到你们那里并不是徒然的。
2Want ofschoon we in Filippi, zoals u bekend is, veel lijden en smaad hadden verduurd, hebben we toch door onzen God de moed gehad, onder heftige tegenstand Gods Evangelie aan u te verkondigen.
2我们从前在 腓立比 被害受辱,这是你们知道的;然而还是靠我们的 神放开胆量,在大争战中把 神的福音传给你们。
3Ons troostwoord had dan ook niets te doen met dwaling, onzuivere bedoeling of bedrog;
3我们的劝勉不是出于错误,不是出于污秽,也不是用诡诈。
4maar we verkondigen het Evangelie, zoals God ons daartoe waardig keurde, en zoals Hij het ons heeft toevertrouwd: niet om te behagen aan mensen maar aan God, die onze harten beproeft.
4但 神既然验中了我们,把福音托付我们,我们就照样讲,不是要讨人喜欢,乃是要讨那察验我们心的 神喜欢。
5Nooit traden we met vleitaal op, gij weet het; noch met hebzuchtige bedoelingen, God is mijn getuige.
5因为我们从来没有用过谄媚的话,这是你们知道的;也没有藏着贪心,这是 神可以作见证的。
6We zochten niet de eer van mensen, van u noch van anderen.
6我们作基督的使徒,虽然可以叫人尊重,却没有向你们或向别人求荣耀;
7Als apostelen van Christus hadden we ons kunnen doen gelden, maar onder u zijn we minzaam geweest. Zoals een voedster haar kinderen koestert,
7只在你们中间存心温柔,如同母亲乳养自己的孩子。
8zó hebben wij naar u gesmacht, en was het ons een groot genot, u niet alleen Gods Evangelie, maar ook ons eigen leven te schenken, omdat gij ons zo dierbaar waart.
8我们既是这样爱你们,不但愿意将 神的福音给你们,连自己的性命也愿意给你们,因你们是我们所疼爱的。
9Broeders, gij herinnert u toch ons werken en slaven; we hebben u Gods Evangelie verkondigd, zwoegende nacht en dag, om niemand van u tot last te zijn.
9弟兄们,你们记念我们的辛苦劳碌,昼夜做工,传 神的福音给你们,免得叫你们一人受累。
10Gij zijt getuigen, en God ook, hoe heilig, rechtschapen en onberispelijk we ons onder u, gelovigen, hebben gedragen.
10我们向你们信 主 的人,是何等圣洁、公义、无可指摘,有你们作见证,也有 神作见证。
11Gij weet het ook, hoe we, als een vader het zijn kinderen doet, ieder van u
11你们也晓得,我们怎样劝勉你们,安慰你们,嘱咐你们各人,好像父亲待自己的儿女一样,
12hebben vermaand, bemoedigd, bezworen, een leven te leiden welgevallig aan God, die u roept tot zijn rijk en zijn glorie.
12要叫你们行事对得起那召你们进他国、得他荣耀的 神。
13En daarom brengen ook wij dank aan God zonder einde, omdat gij het woord van God, door ons gepreekt, hebt aanvaard, en ook ter harte genomen, niet als het woord van mensen, maar, wat het in werkelijkheid is, als het woord van God, dat ook in u werkt, wanneer gij gelooft.
13为此,我们也不住地感谢 神,因你们听见我们所传 神的道就领受了;不以为是人的道,乃以为是 神的道。这道实在是 神的,并且运行在你们信 主 的人心中。
14Broeders, in Christus Jesus immers zijt gij navolgers geworden van de gemeenten Gods in Judea, omdat gij van uw eigen stamgenoten hetzelfde hebt verduurd, als zij van de Joden,
14弟兄们,你们曾效法 犹太 中在基督耶稣里 神的各教会;因为你们也受了本地人的苦害,像他们受了 犹太 人的苦害一样。
15die den Heer Jesus en de profeten hebben gedood en ook ons hebben vervolgd; Gode niet welgevallig, alle mensen vijandig,
15这 犹太 人杀了主耶稣和先知,又把我们赶出去。他们不得 神的喜悦,且与众人为敌,
16verhinderen ze ons, tot de heidenen te spreken, om hen te redden. Zo maken ze in ieder opzicht de maat hunner zonden vol; dan komt de Toorn over hen ten einde toe.
16不许我们传道给外邦人使外邦人得救,常常充满自己的罪恶。 神的 忿怒临在他们身上已经到了极处。
17Broeders, voor een korte tijd waren we van u verweesd naar het oog, maar niet naar het hart; met des te groter verlangen hebben we ons best gedaan, u weer te zien.
17弟兄们,我们暂时与你们离别,是面目离别,心里却不离别;我们极力地想法子,很愿意见你们的面。
18Ik, Paulus zelf, wilde dus wel naar u heen gaan, éénmaal, tweemaal zelfs; maar de satan heeft het ons belet.
18所以我们有意到你们那里;我— 保罗 有一两次要去,只是撒但阻挡了我们。
19Want wie anders dan gij is onze hoop, on e vreugde, onze gloriekroon voor het aanschijn van Jesus, onzen Heer, bij zijn komst?
19我们的盼望和喜乐,并所夸的冠冕是什么呢?岂不是我们主耶稣来的时候、你们在他面前站 立得住 吗?
20Inderdaad, onze glorie en vreugde zijt gij!
20因为你们就是我们的荣耀,我们的喜乐。
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.