1 Koningen
Chapter 12
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Chinese Union Vers…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Chinese Union Version, punctuated (Simplified)
1Daar heel Israël nu te Sikem bijeenkwam, om Roboam tot koning uit te roepen, ging ook deze er heen.
1罗波安 往 示剑 去;因为 以色列 人都到了 示剑 要立他作王。
2Zodra Jeroboam, de zoon van Nebat, die nog steeds in Egypte verbleef, waar hij voor Salomon was gevlucht, dit alles vernam, keerde hij zo haastig mogelijk uit Egypte terug, en begaf zich naar zijn vaderstad Sereda, in het gebergte van Efraïm.
2尼八 的儿子 耶罗波安 先前躲避 所罗门 王,逃往 埃及 ,住在那里(他听见这事。)
3Maar ze zeiden tot Roboam:
3以色列 人打发人去请他来,他就和 以色列 会众都来见 罗波安 ,对他说:
4Uw vader heeft ons een zwaar juk opgelegd; verlicht gij nu de harde dienstbaarheid, waartoe uw vader ons dwong, en het zware juk, dat hij ons heeft opgelegd, en wij zullen u dienen.
4「你父亲使我们负重轭, 做苦工 ,现在求你使我们做的苦工、负的重轭轻松些,我们就事奉你。」
5Hij antwoordde: Gaat heen tot overmorgen, en komt dan bij mij terug. Toen het volk weg was,
5罗波安 对他们说:「你们暂且去,第三日再来见我。」民就去了。
6ging koning Roboam te rade bij de bejaarde mannen, die bij het leven van koning Salomon diens vertrouwelingen waren geweest, en vroeg hun: Wat raadt gij mij, dit volk te antwoorden?
6罗波安 之父 所罗门 在世的日子,有侍立在他面前的老年人, 罗波安 王和他们商议,说:「你们给我出个什么主意,我好回复这民。」
7Ze zeiden hem: Wanneer ge dit volk nu ter wille zijt en het een goedgunstig antwoord geeft, zal het u voor altijd dienen.
7老年人对他说:「现在王若服事这民如仆人,用好话回答他们,他们就永远作王的仆人。」
8Maar hij verwierp de raad, die de bejaarde mannen gegeven hadden, en ging te rade bij de jongelieden, die met hem waren opgegroeid, en nu zijn vertrouwelingen waren.
8王却不用老年人给他出的主意,就和那些与他一同长大、在他面前侍立的少年人商议,
9Hij zeide hun: Wat raadt gij mij, dit volk te antwoorden, dat mij heeft durven zeggen: “Verlicht het juk, dat uw vader ons heeft opgelegd.”
9说:「这民对我说:『你父亲使我们负重轭,求你使我们轻松些。』你们给我出个什么主意,我好回复他们。」
10En de jonge mannen, die met hem waren opgegroeid, zeiden hem: Dit moet ge antwoorden aan dit volk, dat tot u durfde zeggen: “Uw vader heeft ons een zwaar juk opgelegd; maak gij het nu lichter! “Zo moet ge tot hen spreken: Mijn pink is dikker dan mijns vaders middel.
10那同他长大的少年人说:「这民对王说:『你父亲使我们负重轭,求你使我们轻松些。』王要对他们如此说:『我的小拇指头比我父亲的腰还粗。
11Heeft mijn vader u een zwaar juk opgelegd, ik zal uw juk nog verzwaren; heeft mijn vader u met zwepen getuchtigd, ik zal het met schorpioenen doen.
11我父亲使你们负重轭,我必使你们负更重的轭!我父亲用鞭子责打你们,我要用蝎子 鞭 责打你们!』」
12Toen nu heel het volk, op het bevel van den koning, overmorgen bij hem terug te komen, na drie dagen bij Roboam kwam,
12耶罗波安 和众百姓遵着 罗波安 王所说「你们第三日再来见我」的那话,第三日他们果然来了。
13gaf de koning een hard antwoord aan het volk. Want hij stoorde zich niet aan de raad, die de bejaarde mannen hem hadden gegeven;
13王用严厉的话回答百姓,不用老年人给他所出的主意,
14maar volgens de raad der jongelieden zeide hij hun: Heeft mijn vader u een zwaar juk opgelegd, ik zal het nog verzwaren; heeft mijn vader u met zwepen getuchtigd, ik zal het met schorpioenen doen.
14照着少年人所出的主意对民说:「我父亲使你们负重轭,我必使你们负更重的轭!我父亲用鞭子责打你们,我要用蝎子 鞭 责打你们!」
15De koning was dus het volk niet ter wille; want Jahweh had het zo beschikt, om zijn belofte te houden, die Hij door Achi-ja van Sjilo aan Jeroboam, den zoon van Nebat, had gedaan.
15王不肯依从百姓,这事乃出于耶和华,为要应验他借 示罗 人 亚希雅 对 尼八 的儿子 耶罗波安 所说的话。
16Toen heel Israël dus zag, dat de koning hun niet ter wille was, riep het volk den koning toe: Wat hebben wij met David te maken? We hebben niets uit te staan met den zoon van Jesse. Terug naar uw tenten, Israël! David, zorg voor uw eigen huis! Israël trok zich dus terug.
16以色列 众民见王不依从他们,就对王说: 我们与 大卫 有什么分儿呢? 与 耶西 的儿子并没有关涉。 以色列 人哪,各回各家去吧! 大卫 家啊,自己顾自己吧! 于是, 以色列 人都回自己家里去了,
17En Roboam werd koning alleen over de Israëlieten, die in de steden van Juda woonden.
17惟独住 犹大 城邑的 以色列 人, 罗波安 仍作他们的王。
18Wel vaardigde koning Roboam den leider van de arbeidsdienst, Adoniram, nog af, maar heel Israël stenigde hem dood, en koning Roboam moest overhaast zijn wagen bestijgen, om nog naar Jerusalem te kunnen vluchten.
18罗波安 王差遣掌管服苦之人的 亚多兰 往 以色列 人那里去, 以色列 人就用石头打死他。 罗波安 王急忙上车,逃回 耶路撒冷 去了。
19Zo scheurde Israël zich van het huis van David los; dit bleef zo tot op de huidige dag.
19这样, 以色列 人背叛 大卫 家,直到今日。
20Toen heel Israël nu hoorde, dat Jeroboam was teruggekeerd, lieten ze hem naar een volksvergadering ontbieden en riepen hem tot koning uit over heel Israël. Alleen de stam Juda bleef David trouw.
20以色列 众人听见 耶罗波安 回来了,就打发人去请他到会众面前,立他作 以色列 众人的王。除了 犹大 支派以外,没有顺从 大卫 家的。
21Zodra Roboam nu te Jerusalem was aangekomen, verzamelde hij heel het huis van Juda en de stam Benjamin, wel honderdtachtig duizend strijdbare mannen, om tegen het huis van Israël oorlog te voeren en het koningschap voor Roboam, den zoon van Salomon, terug te winnen.
21罗波安 来到 耶路撒冷 ,招聚 犹大 全家和 便雅悯 支派的人共十八万,都是挑选的战士,要与 以色列 家争战,好将国夺回,再归 所罗门 的儿子 罗波安 。
22Maar het woord van God werd tot den Godsman Sjemaja gericht:
22但 神的话临到神人 示玛雅 ,说:
23Zeg aan Roboam, den zoon van Salomon, en koning van Juda, en aan heel het huis van Juda en Benjamin en het overige volk:
23「你去告诉 所罗门 的儿子 犹大 王 罗波安 和 犹大 、 便雅悯 全家,并其余的民说:
24Zo spreekt Jahweh! Trekt niet op en voert geen oorlog tegen uw broeders, de zonen van Israël! Iedereen kere terug naar zijn huis; want door Mij is dit alles beschikt. Zij luisterden naar Jahweh en keerden terug, zoals Hij bevolen had.
24『耶和华如此说:你们不可上去与你们的弟兄 以色列 人争战。各归各家去吧!因为这事出于我。』」众人就听从耶和华的话,遵着耶和华的命回去了。
25Jeroboam versterkte nu Sikem in het gebergte van Efraïm, en vestigde zich daar. Later trok hij er weg, en versterkte Penoeël.
25耶罗波安 在 以法莲 山地建筑 示剑 ,就住在其中;又从 示剑 出去,建筑 毗努伊勒 。
26Maar Jeroboam dacht bij zichzelf: Tenslotte zal het koninkrijk toch weer aan het huis van David komen.
26耶罗波安 心里说:「恐怕这国仍归 大卫 家;
27Want wanneer dit volk naar Jerusalem blijft trekken, om in de tempel van Jahweh offers op te dragen, dan zal het hart van het volk zich weer hechten aan Roboam, den koning van Juda, zijn heer; dan vermoorden ze mij en keren tot Roboam, den koning van Juda, terug.
27这民若上 耶路撒冷 去,在耶和华的殿里献祭,他们的心必归向他们的主— 犹大 王 罗波安 ,就把我杀了,仍归 犹大 王 罗波安 。」
28Na rijp beraad liet de koning twee gouden kalveren maken. Toen sprak hij tot het volk: Lang genoeg zijt gij naar Jerusalem gegaan. Ziehier, Israël, uw goden, die u uit Egypte hebben geleid!
28耶罗波安 王就筹划定妥,铸造了两个金牛犊,对众民说:「 以色列 人哪,你们上 耶路撒冷 去实在是难;这就是领你们出 埃及 地的神。」
29Het ene plaatste hij te Betel, en het andere bracht hij naar Dan.
29他就把牛犊一只安在 伯特利 ,一只安在 但 。
30En dit werd voor Israël de oorzaak van zijn zonde; want het volk ging nu eens naar Dan, om bij het ene, en dan weer naar Betel, om bij het andere te bidden.
30这事叫百姓陷在罪里,因为他们往 但 去 拜那牛犊 。
31Verder bouwde hij tempels op de offerhoogten, en stelde uit het gewone volk priesters aan, die geen levieten waren.
31耶罗波安 在邱坛那里建殿,将那不属 利未 人的凡民立为祭司。
32Bovendien voerde Jeroboam op de vijftiende dag van de achtste maand een feest in, gelijk aan het feest, dat in Juda gevierd werd. Dan besteeg hij het altaar, dat hij te Betel had opgericht, om aan de kalveren te offeren, die hij had laten vervaardigen. Te Betel plaatste hij de priesters, die hij voor de offerhoogten had aangesteld.
32耶罗波安 定八月十五日为节期,像在 犹大 的节期一样,自己上坛 献祭 。他在 伯特利 也这样向他所铸的牛犊献祭,又将立为邱坛的祭司安置在 伯特利 。
33Zo besteeg hij eens op de vijftiende dag van de achtste maand, die hij zelf voor het feest der Israëlieten had aangewezen, het altaar, dat hij te Betel had opgericht. Maar toen hij op het altaar was gaan staan om te offeren,
33他在八月十五日,就是他私自所定的月日,为 以色列 人立作节期的日子,在 伯特利 上坛烧香。

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.