1 Kronieken
Chapter 19
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Septuagint (Greek …
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Septuagint (Greek Old Testament), second edition
1Toen enige tijd later Nachasj, de koning der Ammonieten, te overlijden kwam, en door zijn zoon werd opgevolgd,
1ΚΑΙ ἐγένετο μετὰ ταῦτα ἀπέθανε Ναὰς βασιλεὺς υἱῶν Ἀμμών, καὶ ἐβασίλευσεν Ἀνὰν υἱὸς αὐτοῦ ἀντ᾿ αὐτοῦ.
2dacht David: Laat mij vriendschappelijke betrekkingen aanknopen met Chanoen, den zoon van Nachasj, zoals zijn vader dat met mij heeft gedaan. Daarom liet David hem door enige afgevaardigden zijn deelneming betuigen met zijn vader. Maar toen de afgevaardigden van David in het land der Ammonieten waren aangekomen, om Chanoen hun deelneming te betuigen,
2καὶ εἶπε Δαυίδ· ποιήσω ἔλεος μετὰ Ἀνὰν υἱοῦ Ναάς, ὡς ἐποίησεν ὁ πατὴρ αὐτοῦ μετ᾿ ἐμοῦ ἔλεος· καὶ ἀπέστειλεν ἀγγέλους Δαυὶδ τοῦ παρακαλέσαι αὐτὸν περὶ τοῦ πατρὸς αὐτοῦ. καὶ ἦλθον παῖδες Δαυὶδ εἰς γῆν υἱῶν Ἀμμὼν πρὸς Ἀνὰν τοῦ παρακαλέσαι αὐτόν.
3zeiden de hooggeplaatste Ammonieten tot Chanoen: Denkt gij, dat David uw vader wil eren, omdat hij u zijn deelneming laat betuigen? Neen, zijn mensen zijn alleen maar bij u gekomen, om het land te verspieden, zijn geheimen te achterhalen, en het later te kunnen veroveren.
3καὶ εἶπον ἄρχοντες υἱῶν Ἀμμὼν πρὸς Ἀνάν· μὴ δοξάζων Δαυὶδ τὸν πατέρα σου ἐναντίον σου ἀπέστειλέ σοι παρακαλοῦντας; οὐχὶ ὅπως ἐξερευνήσωσι τὴν πόλιν καὶ τοῦ κατασκοπῆσαι τὴν γῆν ἦλθον παῖδες αὐτοῦ πρός σε;
4Daarop liet Chanoen de afgevaardigden van David gevangen nemen en scheren, hun kleding halverwege, tot aan de dijen, afknippen, en stuurde ze zo weg.
4καὶ ἔλαβεν Ἀνὰν τοὺς παῖδας Δαυὶδ καὶ ἐξύρησεν αὐτοὺς καὶ ἀφεῖλε τῶν μανδυῶν αὐτῶν τὸ ἥμισυ ἕως τῆς ἀναβολῆς καὶ ἀπέστειλεν αὐτούς.
5Toen dat aan David bekend werd, zond hij die zwaar beledigde mannen boden tegemoet, en liet hun zeggen: Blijft in Jericho, tot uw baard weer is aangegroeid, en komt dan terug.
5καὶ ἦλθον ἀπαγγεῖλαι τῷ Δαυὶδ περὶ τῶν ἀνδρῶν, καὶ ἀπέστειλεν εἰς ἀπάντησιν αὐτοῖς, ὅτι ἦσαν ἠτιμωμένοι σφόδρα. καὶ εἶπεν ὁ βασιλεύς· καθίσατε ἐν Ἱεριχὼ ἕως τοῦ ἀνατεῖλαι τοὺς πώγωνας ὑμῶν καὶ ἀνακάμψατε.
6Daar de Ammonieten wel begrepen, dat zij het bij David verbruid hadden, besteedden Chanoen en de Ammonieten duizend talenten zilver, om strijdwagens en ruiters te huren van Aram Naharáim, Aram Maäka en Soba,
6καὶ εἶδον οἱ υἱοὶ Ἀμμὼν ὅτι ᾐσχύνθη λαὸς Δαυίδ, καὶ ἀπέστειλεν Ἀνὰν καὶ υἱοὶ Ἀμμὼν χίλια τάλαντα ἀργυρίου τοῦ μισθώσασθαι ἑαυτοῖς ἐκ Συρίας Μεσοποταμίας καὶ ἐκ Συρίας Μοοχὰ καὶ παρὰ Σωβὰ ἅρματα καὶ ἱππεῖς.
7en kregen de beschikking over twee en dertigduizend strijdwagens en over den koning van Soba met zijn leger. Dezen rukten uit en sloegen hun kamp op voor Medeba, terwijl ook de Ammonieten hun woonplaatsen verlieten, en gezamenlijk ten strijde trokken.
7καὶ ἐμισθώσαντο ἑαυτοῖς δύο καὶ τριάκοντα χιλιάδας ἁρμάτων καὶ τὸν βασιλέα Μοοχὰ καὶ τὸν λαὸν αὐτοῦ καὶ ἦλθον καὶ παρενέβαλον κατέναντι Μαιδαβά, καὶ οἱ υἱοὶ Ἀμμὼν συνήχθησαν ἐκ τῶν πόλεων αὐτῶν καὶ ἦλθον εἰς τὸ πολεμῆσαι.
8Toen David dat vernam, zond hij Joab met heel zijn leger en het keurkorps er op uit.
8καὶ ἤκουσε Δαυὶδ καὶ ἀπέστειλε τὸν Ἰωὰβ καὶ πᾶσαν τὴν στρατιὰν τῶν δυνατῶν.
9Ook de Ammonieten rukten uit, en stelden zich op voor de poort van hun stad, terwijl de koningen, die te hulp gekomen waren, een afzonderlijke groep vormden in het open veld.
9καὶ ἐξῆλθον οἱ υἱοὶ Ἀμμὼν καὶ παρατάσσονται εἰς πόλεμον παρὰ τὸν πυλῶνα τῆς πόλεως, καὶ οἱ βασιλεῖς οἱ ἐλθόντες παρενέβαλον καθ᾿ ἑαυτοὺς ἐν τῷ πεδίῳ.
10Daar Joab bemerkte, dat hem zowel van voren als van achteren een aanval dreigde, koos hij een deel van Israëls krijgers uit, en stelde die op tegen de Arameën,
10καὶ εἶδεν Ἰωὰβ ὅτι γεγόνασιν ἀντιπρόσωποι τοῦ πολεμεῖν πρὸς αὐτὸν κατὰ πρόσωπον καὶ ἐξόπισθεν, καὶ ἐξελέξατο ἐκ παντὸς νεανίου ἐξ Ἰσραήλ, καὶ παρετάξαντο ἐναντίον τοῦ Σύρου·
11terwijl hij de rest van het krijgsvolk aan zijn broer Absjai toevertrouwde. Dezen stelden zich op tegen de Ammonieten.
11καὶ τὸ κατάλοιπον τοῦ λαοῦ ἔδωκεν ἐν χειρὶ Ἀβεσσὰ ἀδελφοῦ αὐτοῦ, καὶ παρετάξαντο ἐξεναντίας υἱῶν Ἀμμών.
12Hij zeide: Als de Arameën mij te sterk worden, moet gij mij helpen; worden de Ammonieten u te sterk, dan zal ik u te hulp komen.
12καὶ εἶπεν· ἐὰν κρατήσῃ ὑπὲρ ἐμὲ ὁ Σύρος, καὶ ἔσῃ μοι εἰς σωτηρίαν, καὶ ἐὰν οἱ υἱοὶ Ἀμμὼν κρατήσωσιν ὑπὲρ σέ, καὶ σώσω σε·
13Wees flink, en laat ons dapper zijn voor ons volk en onzen God, en Jahweh zal doen wat Hem goeddunkt.
13ἀνδρίζου καὶ ἐνισχύσωμεν περὶ τοῦ λαοῦ ἡμῶν καὶ περὶ τῶν πόλεων τοῦ Θεοῦ ἡμῶν, καὶ Κύριος τὸ ἀγαθὸν ἐν ὀφθαλμοῖς αὐτοῦ ποιήσει.
14Daarop bond Joab met zijn manschappen de strijd aan met de Arameën, en dezen sloegen voor hen op de vlucht.
14καὶ παρετάξατο Ἰωὰβ καὶ ὁ λαὸς ὁ μετ᾿ αὐτοῦ κατέναντι Σύρων εἰς πόλεμον, καὶ ἔφυγον ἀπ᾿ αὐτῶν.
15En toen de Ammonieten bemerkten, dat de Arameën gevlucht waren, sloegen ook zij op de vlucht voor Joabs broer Absjai, en trokken zich terug in de stad. Toen keerde Joab naar Jerusalem terug.
15καὶ οἱ υἱοὶ Ἀμμὼν εἶδον ὅτι ἔφυγον οἱ Σύροι, καὶ ἔφυγον καὶ αὐτοὶ ἀπὸ προσώπου Ἀβεσσὰ καὶ ἀπὸ προσώπου Ἰωὰβ τοῦ ἀδελφοῦ αὐτοῦ καὶ ἦλθον εἰς τὴν πόλιν. καὶ ἦλθεν Ἰωὰβ εἰς Ἱερουσαλήμ.
16Toen de Arameën zagen, dat zij door Israël waren verslagen, lieten zij zelfs de Arameën van de overzijde van de Rivier uitrukken onder aanvoering van Sjofak, den legeroverste van Hadadézer.
16καὶ εἶδεν ὁ Σύρος ὅτι ἐτροπώσατο αὐτὸν Ἰσραήλ, καὶ ἀπέστειλεν ἀγγέλους, καὶ ἐξήγαγον τὸν Σύρον ἐκ τοῦ πέραν τοῦ ποταμοῦ, καὶ Σωφὰ ἀρχιστράτηγος δυνάμεως Ἀδρααζὰρ ἔμπροσθεν αὐτῶν.
17Toen David dit vernam, riep hij geheel Israël op, en trok de Jordaan over. Hij stootte op hen, en stelde zich tegen hen te weer. Toen David zich tegen de Arameën te weer had gesteld, raakten zij slaags met hem,
17καὶ ἀπηγγέλη τῷ Δαυίδ, καὶ συνήγαγε τὸν πάντα Ἰσραὴλ καὶ διέβη τὸν Ἰορδάνην καὶ ἦλθεν ἐπ᾿ αὐτοὺς καὶ παρετάξατο ἐπ᾿ αὐτούς, καὶ παρατάσσεται Σύρος ἐξεναντίας Δαυὶδ εἰς πόλεμον καὶ ἐπολέμησαν αὐτόν,
18maar moesten voor Israël wijken. En David doodde zevenduizend paarden van de Arameën en veertigduizend man voetvolk; ook Sjofak, de legeroverste, werd gedood.
18καὶ ἔφυγε Σύρος ἀπὸ προσώπου Ἰσραήλ, καὶ ἀπέκτεινε Δαυὶδ ἀπὸ τοῦ Σύρου ἑπτὰ χιλιάδας ἁρμάτων καὶ τεσσαράκοντα χιλιάδας πεζῶν καὶ τὸν Σωφὰ ἀρχιστράτηγον δυνάμεως ἀπέκτεινε.
19Nu begrepen allen, die van Hadadézer afhankelijk waren, dat ze het tegen Israël moesten afleggen; ze sloten dus vrede met David en onderwierpen zich. Voortaan wachtte Aram zich wel, om nog eens de Ammonieten te helpen.
19καὶ εἶδον παῖδες Ἀδρααζὰρ ὅτι ἐπταίκασιν ἀπὸ προσώπου Ἰσραήλ, καὶ διέθεντο μετὰ Δαυὶδ καὶ ἐδούλευσαν αὐτῷ· καὶ οὐκ ἠθέλησε Σύρος τοῦ βοηθῆσαι τοῖς υἱοῖς Ἀμμὼν ἔτι.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.