Baruch
Chapter 5

Baruch

Clementine Vulgate, 1598
vs Petrus Canisius Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers

Baruch 5

Clementine Vulgate, 1598
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1[Exue te, Jerusalem, stola luctus et vexationis tuæ, et indue te decore, et honore ejus, quæ a Deo tibi est, sempiternæ gloriæ.
1Jerusalem, leg af het gewaad van uw droefheid en nood, En bekleedt u voor eeuwig met de stralende glorie van God;
2Circumdabit te Deus diploide justitiæ, et imponet mitram capiti honoris æterni.
2Sla de mantel der gerechtigheid om, door God u geschonken, Zet op uw hoofd de gloriekrans, waarmee de Eeuwige u kroont!
3Deus enim ostendet splendorem suum in te, omni qui sub cælo est.
3Want God zal uw stralenkrans tonen Aan heel de aarde onder de hemel;
4Nominabitur enim tibi nomen tuum a Deo in sempiternum: pax justitiæ, et honor pietatis.
4Een naam voor eeuwig zal God u geven: “Vrede der gerechtigheid, Glorie van vroomheid!”
5Exsurge, Jerusalem, et sta in excelso: et circumspice ad orientem, et vide collectos filios tuos ab oriente sole usque ad occidentem, in verbo Sancti, gaudentes Dei memoria.
5Op, Jerusalem, bestijg de hoogte, en blik naar het oosten: Zie uw zonen, bijeengebracht door het woord van den Heilige Van de opgang der zon tot haar ondergang, Vol vreugde, dat God ze gedenkt!
6Exierunt enim abs te pedibus ducti ab inimicis: adducet autem illos Dominus ad te portatos in honore sicut filios regni:
6Waarachtig, te voet zijn ze van u heengegaan, Weggesleept door den vijand, Maar God brengt ze tot u terug, In glorie gedragen als op een koningstroon.
7constituit enim Deus humiliare omnem montem excelsum et rupes perennes, et convalles replere in æqualitatem terræ, ut ambulet Israël diligenter in honorem Dei.
7Want God heeft bevolen, iedere hoge berg En eeuwige heuvelen te slechten, De dalen tot een effen bodem te vullen, Opdat Israël veilig kan gaan in de glorie van God;
8Obumbraverunt autem et silvæ, et omne lignum suavitatis Israël ex mandato Dei.
8En de wouden en alle geurende bomen Werpen op Israël hun schaduw, naar Gods bevel!
9Adducet enim Deus Israël cum jucunditate in lumine majestatis suæ, cum misericordia et justitia quæ est ex ipso.]
9Ja, God geleidt Israël, vol vreugd door het licht van zijn glorie, Met zijn ontferming en gerechtigheid!

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.