Amos
Chapter 6
Diodati Bibbia 1885
vs Petrus Canisius Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers

Amos 6

Diodati Bibbia 1885
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1GUAI a quelli che sono agiati in Sion, e che se ne stanno sicuri nel monte di Samaria, luoghi famosi per capi di nazioni, a' quali va la casa d'Israele!
1Wee de zorgelozen van Sion, De onbezorgden van Samaria’s gebergte! Bezoekt de keur der oudste volken, huis van Israël:
2Passate in Calne, e vedete; e di là andate in Hamat la grande; poi scendete in Gat de' Filistei; non valevano que' regni meglio di questi? non erano i lor confini maggiori de' vostri?
2Trekt naar Kalne en stelt een onderzoek in; Gaat vandaar naar het machtige Chamat, Daalt af naar Gat der Filistijnen! Zijt gij beter dan die rijken, Is ùw gebied groter dan het hunne?
3Voi , che allontanate il giorno malvagio, e fate accostare il seggio della violenza;
3De dag van onheil houden zij ver van zich af, Maar de zetel van geweld dicht bij:
4che giacete sopra letti di avorio, e lussuriate sopra le vostre lettiere; e mangiate gli agnelli della greggia, e i vitelli tolti di mezzo della stia;
4Ze leggen zich op ivoren rustbedden neer, Strekken zich lui op hun rustbanken uit; Ze eten de lammeren van hun kudde, En de kalveren van hun stal;
5che fate concento al suon del salterio; che vi divisate degli strumenti musicali, come Davide;
5Ze zingen als David bij het ruisen der harp, En denken allerlei liederen uit!
6che bevete il vino in bacini, e vi ungete de' più eccellenti olii odoriferi; e non sentite alcuna doglia della rottura di Giuseppe.
6Ze drinken de allerfijnste wijn, En zalven zich met de geurigste olie; Maar ze bekreunen zich niet Om de ruïne van Josef!
7Perciò, ora andranno in cattività, in capo di quelli che andranno in cattività; e i conviti de' lussurianti cesseranno.
7Daarom gaan ze nu de ballingschap in, In de voorste rijen der ballingen; Het is uit met de bent van die slempers:
8Il Signore Iddio ha giurato per l'anima sua, dice il Signore Iddio degli eserciti: Io abbomino l'alterezza di Giacobbe, e odio i suoi palazzi, e darò in man del nemico la città, e tutto ciò che vi è dentro.
8Is de godsspraak van Jahweh! Jahweh, de Heer, heeft bij Zichzelf gezworen, Der heirscharen God: Ik verfoei de hoogmoed van Jakob, En haat zijn paleizen; De stad geef Ik prijs Met al wat er in is;
9Ed avverrà che se pur dieci uomini rimangono in una casa, morranno.
9En al waren tien mannen overgebleven, In één huis bijeen: ook zij zullen sterven!
10E lo zio, o il cugin loro li torrà, e li brucerà, per trarre le ossa fuor della casa; e dirà a colui che sarà in fondo della casa: Evvi ancora alcuno teco? Ed esso dirà: Niuno. E colui gli dirà: Taci; perciocchè egli non è tempo di ricordare il Nome del Signore.
10En als hun verwanten of doodgravers ze halen, Om de beenderen uit het huis te ruimen, Dan zal de een tot den ander roepen, Die achter in huis is: Zijn er bij u soms nog meer? En als hij antwoordt: Niemand meer! Dan zal de eerste zeggen: Zwijg stil; De Naam van Jahweh niet uitgeroepen!
11Perciocchè, ecco, il Signore dà commissione di percuotere le case grandi di ruine, e le case piccole di rotture.
11Waarachtig, Jahweh heeft het bevel al gegeven: De huizen zal Hij vernielen, De grote tot gruizel De kleine tot splinters!
12I cavalli romperanno essi le zolle su per le rocce? o vi si arerà co' buoi? conciossiachè voi abbiate cangiato il giudicio in veleno, e il frutto della giustizia in assenzio;
12Of kunnen paarden op klippen rennen, En kan men de zee met buffels beploegen: Maar gij hebt het recht in gif veranderd, De vrucht der gerechtigheid in alsem!
13voi , che vi rallegrate di cose da nulla; che dite: Non abbiamo noi acquistate delle corna con la nostra forza?
13Ge maakt u blij met Lo-Debar, En zegt: Hebben we niet door eigen macht Karnáim veroverd?
14Perciocchè, ecco, io fo sorgere contro a voi, o casa d'Israele, una nazione, che vi oppresserà dall'entrata di Hamat, fino al torrente del deserto, dice il Signore Iddio degli eserciti.
14Zie, Ik laat een volk op u los, Huis van Israël, Dat u verdrukt van Chamat af, Tot de beek der Araba toe: Is de godsspraak van Jahweh, der heirscharen God!

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.