בְּמִדְבַּר

New Testament

מתיוסנט מארקהבְּשׂוֹרָה הַקְּדוֹשָׁה עַל־פִּי לוּקָסג'וןמַעֲשֵׂי הַשְּׁלִיחִיםאִגֶּרֶת פּוֹלוֹס הַשָּׁלִיחַ אֶל־הָרוֹמִיִּיםאִגֶּרֶת פּוֹלוֹס הָרִאשׁוֹנָה אֶל־הַקּוֹרִנְתִּיִּיםאִגֶּרֶת פּוֹלוֹס הָשֵּׁנִית אֶל־הַקּוֹרִנְתִּיִיםאִגֶּרֶת פּוֹלוֹס הַשָּׁלִיחַ אֶל־הַגָּלָטִיִּיםאִגֶּרֶת פּוֹלוֹס הַשָּׁלִיחַ אֶל־הָאֶפְסִיִּיםאִגֶּרֶת פּוֹלוֹס הַשָּׁלִיחַ אֶל־הַפִּילִפִּיִּיםאִגֶּרֶת פּוֹלוֹס הַשָּׁלִיחַ אֶל־הַקּוֹלַסִּים1 סלוניס2 סלוניס1 טימותי2 טימותיאִגֶּרֶת פּוֹלוֹס אֶל־טִיטוֹסאִגֶּרֶת פּוֹלוֹס אֶל־פִּילֵימוֹןאִגֶּרֶת אֶל־הָעִבְרִיםאִגֶּרֶת יַעֲקֹבהָאִגֶּרֶת הָרִאשׁוֹנָה לְפֶטְרוֹס הַשָּׁלִיחַהָאִגֶּרֶת הַשֵּׁנִית לְפֶטְרוֹס הַשָּׁלִיחַהָאִגֶּרֶת הָרִאשׁוֹנָה לְיוֹחָנָן הַשָּׁלִיחַהָאִגֶּרֶת הַשֵּׁנִית לְיוֹחָנָן הַשָּׁלִיחַהָאִגֶּרֶת הַשְּׁלִישִׁית לְיוֹחָנָן הַשָּׁלִיחַאִגֶּרֶת יְהוּדָהחזוֹן יוֹחָנָן
Chapter 4
Modern Hebrew Bible
vs Petrus Canisius Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers

בְּמִדְבַּר 4

Modern Hebrew Bible
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1וידבר יהוה אל משה ואל אהרן לאמר׃
1Jahweh sprak tot Moses en Aäron:
2נשא את ראש בני קהת מתוך בני לוי למשפחתם לבית אבתם׃
2Neemt van de Levieten het volledig getal der Kehatieten op naar hun geslachten en families,
3מבן שלשים שנה ומעלה ועד בן חמשים שנה כל בא לצבא לעשות מלאכה באהל מועד׃
3van dertig jaar af tot vijftig jaar toe, en wel iedereen die in staat is om dienst te verrichten bij de openbaringstent.
4זאת עבדת בני קהת באהל מועד קדש הקדשים׃
4De taak der Kehatieten in de openbaringstent strekt zich tot het hoogheilige uit.
5ובא אהרן ובניו בנסע המחנה והורדו את פרכת המסך וכסו בה את ארן העדת׃
5Wanneer het kamp wordt opgebroken, moeten Aäron en zijn zonen naar binnen gaan, het voorhangsel afnemen en de ark des Verbonds er mee bedekken;
6ונתנו עליו כסוי עור תחש ופרשו בגד כליל תכלת מלמעלה ושמו בדיו׃
6daaroverheen moeten zij een dek van gelooide huiden leggen, daarover nog een geheel violet kleed uitspreiden, en er de draagstokken aan zetten.
7ועל שלחן הפנים יפרשו בגד תכלת ונתנו עליו את הקערת ואת הכפת ואת המנקית ואת קשות הנסך ולחם התמיד עליו יהיה׃
7Ook over de tafel van de toonbroden moeten zij een violet kleed spreiden, en daarop de schotels, pannen, schalen en bekers voor de plengoffers plaatsen, terwijl ook het bestendig brood daarop moet liggen;
8ופרשו עליהם בגד תולעת שני וכסו אתו במכסה עור תחש ושמו את בדיו׃
8daaroverheen moeten zij een karmozijnen kleed spreiden, het met een dekkleed van gelooide huiden bedekken, en er de draagstokken aan zetten.
9ולקחו בגד תכלת וכסו את מנרת המאור ואת נרתיה ואת מלקחיה ואת מחתתיה ואת כל כלי שמנה אשר ישרתו לה בהם׃
9Dan moeten zij een violet kleed nemen, de kandelaar er mee bedekken met zijn lampen, snuiters, tangen, bakjes en alle vaatwerk voor de olie, waarmee zij hem verzorgen,
10ונתנו אתה ואת כל כליה אל מכסה עור תחש ונתנו על המוט׃
10hem met al zijn benodigdheden in een dekkleed van gelooide huiden wikkelen, en op een draagbaar zetten.
11ועל מזבח הזהב יפרשו בגד תכלת וכסו אתו במכסה עור תחש ושמו את בדיו׃
11Ook over het gouden altaar moeten zij een violet kleed spreiden, het met een dekkleed van gelooide huiden bedekken, en er de draagstokken aan zetten.
12ולקחו את כל כלי השרת אשר ישרתו בם בקדש ונתנו אל בגד תכלת וכסו אותם במכסה עור תחש ונתנו על המוט׃
12Daarna moeten zij alle benodigdheden nemen, waarmee zij de dienst in het heiligdom verrichten, op een violet kleed zetten, ze bedekken met een dekkleed van gelooide huiden, en op een draagbaar zetten.
13ודשנו את המזבח ופרשו עליו בגד ארגמן׃
13Vervolgens moeten zij het altaar van as reinigen, en er een purperen kleed over heen spreiden;
14ונתנו עליו את כל כליו אשר ישרתו עליו בהם את המחתת את המזלגת ואת היעים ואת המזרקת כל כלי המזבח ופרשו עליו כסוי עור תחש ושמו בדיו׃
14daarop alle benodigdheden plaatsen, waarmee zij de dienst aan het altaar verrichten, de vuurpotten, vorken, schoppen, offerschalen, en alle vaatwerk van het altaar; daaroverheen een dekkleed van gelooide huiden spreiden, en er de draagstokken aan zetten.
15וכלה אהרן ובניו לכסת את הקדש ואת כל כלי הקדש בנסע המחנה ואחרי כן יבאו בני קהת לשאת ולא יגעו אל הקדש ומתו אלה משא בני קהת באהל מועד׃
15Eerst wanneer bij het opbreken van het kamp Aäron en zijn zonen gereed zijn gekomen met het bedekken van de heilige zaken en al wat daartoe behoort, mogen de Kehatieten binnen komen, om ze te vervoeren. Zij mogen de heilige zaken niet aanraken; anders zouden zij sterven. Dit is het gedeelte van de openbaringstent, dat door de Kehatieten moet worden gedragen.
16ופקדת אלעזר בן אהרן הכהן שמן המאור וקטרת הסמים ומנחת התמיד ושמן המשחה פקדת כל המשכן וכל אשר בו בקדש ובכליו׃
16Bovendien moet Elazar, de zoon van den priester Aäron, zorg dragen voor de olie van de kandelaar, de wierook, het altijddurend spijsoffer en de zalfolie; hij heeft dus de zorg voor heel de tabernakel en alles wat daarin is, voor de heilige zaken en haar toebehoren.
17וידבר יהוה אל משה ואל אהרן לאמר׃
17En Jahweh sprak tot Moses en Aäron:
18אל תכריתו את שבט משפחת הקהתי מתוך הלוים׃
18Zorgt er voor, dat de tak van het Kehatietengeslacht niet uit de kring der Levieten wordt uitgeroeid.
19וזאת עשו להם וחיו ולא ימתו בגשתם את קדש הקדשים אהרן ובניו יבאו ושמו אותם איש איש על עבדתו ואל משאו׃
19Doet dus voor hen als volgt, opdat zij leven en niet sterven, wanneer zij het hoogheilige naderen. Aäron en zijn zonen moeten naar binnen gaan, en ieder van hen aanwijzen, wat hij te doen heeft, en wat hij moet dragen.
20ולא יבאו לראות כבלע את הקדש ומתו׃
20Zelf mogen zij niet binnengaan, om zelfs maar een ogenblik de heilige zaken te zien; anders zouden zij sterven.
21וידבר יהוה אל משה לאמר׃
21Jahweh sprak tot Moses:
22נשא את ראש בני גרשון גם הם לבית אבתם למשפחתם׃
22Neem ook het volledig getal van de Gersjonieten op naar hun families en hun geslachten;
23מבן שלשים שנה ומעלה עד בן חמשים שנה תפקד אותם כל הבא לצבא צבא לעבד עבדה באהל מועד׃
23van dertig jaar af tot vijftig jaar toe moet gij allen inschrijven, die in staat zijn dienst te verrichten bij de openbaringstent.
24זאת עבדת משפחת הגרשני לעבד ולמשא׃
24Dit zal de taak zijn van het geslacht der Gersjonieten bij de dienst en bij het vervoer.
25ונשאו את יריעת המשכן ואת אהל מועד מכסהו ומכסה התחש אשר עליו מלמעלה ואת מסך פתח אהל מועד׃
25Zij moeten de tentdoeken van de tabernakel dragen, de openbaringstent, haar dekkleden, de bedekking van gelooide huiden, die daaroverheen ligt, het tapijt voor de ingang van de openbaringstent,
26ואת קלעי החצר ואת מסך פתח שער החצר אשר על המשכן ועל המזבח סביב ואת מיתריהם ואת כל כלי עבדתם ואת כל אשר יעשה להם ועבדו׃
26de gordijnen van de voorhof en het tapijt bij de ingang der poort van de voorhof, die rond de tabernakel en het altaar ligt, en de touwen met alle benodigdheden voor het werk; alles wat daarmee moet gebeuren, zullen zij verrichten.
27על פי אהרן ובניו תהיה כל עבדת בני הגרשני לכל משאם ולכל עבדתם ופקדתם עלהם במשמרת את כל משאם׃
27Al het werk van de zonen der Gersjonieten moet steeds op aanwijzing van Aäron en zijn zonen geschieden, zowel bij het vervoer, als bij de dienst; al wat ze hebben te dragen, moet ge hun stuk voor stuk aanwijzen.
28זאת עבדת משפחת בני הגרשני באהל מועד ומשמרתם ביד איתמר בן אהרן הכהן׃
28Dit zal de taak van het geslacht van de zonen der Gersjonieten zijn bij de openbaringstent, en hun werkzaamheden zullen onder leiding staan van Itamar, den zoon van den priester Aäron.
29בני מררי למשפחתם לבית אבתם תפקד אתם׃
29Ook de Merarieten moet ge inschrijven naar hun geslachten en families.
30מבן שלשים שנה ומעלה ועד בן חמשים שנה תפקדם כל הבא לצבא לעבד את עבדת אהל מועד׃
30Van dertig jaar af tot vijftig jaar toe moet ge allen inschrijven, die in staat zijn, dienst te verrichten bij de openbaringstent.
31וזאת משמרת משאם לכל עבדתם באהל מועד קרשי המשכן ובריחיו ועמודיו ואדניו׃
31Dit zal hun taak zijn bij het vervoer en de werkzaamheden aan de openbaringstent: de schotten van de tabernakel met de bindlatten, de palen met hun voetstukken,
32ועמודי החצר סביב ואדניהם ויתדתם ומיתריהם לכל כליהם ולכל עבדתם ובשמת תפקדו את כלי משמרת משאם׃
32de palen van de voorhof rondom met hun voetstukken, pinnen en touwen, met wat er verder toe behoort en al de werkzaamheden daaraan verbonden; stuk voor stuk moet ge hun aanwijzen, wat ze hebben te dragen.
33זאת עבדת משפחת בני מררי לכל עבדתם באהל מועד ביד איתמר בן אהרן הכהן׃
33Dit zal de taak zijn van het geslacht der Merarieten, en al hun werkzaamheden aan de openbaringstent zullen onder leiding staan van Itamar, den zoon van den priester Aäron.
34ויפקד משה ואהרן ונשיאי העדה את בני הקהתי למשפחתם ולבית אבתם׃
34Daarna schreven Moses, Aäron en de leiders der gemeenschap alle zonen der Kehatieten in naar hun geslachten en families,
35מבן שלשים שנה ומעלה ועד בן חמשים שנה כל הבא לצבא לעבדה באהל מועד׃
35van dertig jaar af tot vijftig jaar toe, die geschikt waren om de dienst bij de openbaringstent te verrichten.
36ויהיו פקדיהם למשפחתם אלפים שבע מאות וחמשים׃
36Naar hun geslachten geteld, bedroeg hun aantal tweeduizend zevenhonderd vijftig man.
37אלה פקודי משפחת הקהתי כל העבד באהל מועד אשר פקד משה ואהרן על פי יהוה ביד משה׃
37Dit waren alle ingeschrevenen der Kehatietengeslachten, die dienst moesten doen bij de openbaringstent, en die Moses en Aäron hadden ingeschreven, zoals Jahweh het door Moses bevolen had.
38ופקודי בני גרשון למשפחותם ולבית אבתם׃
38Alle ingeschrevenen van de Gersjonieten naar hun geslachten en families,
39מבן שלשים שנה ומעלה ועד בן חמשים שנה כל הבא לצבא לעבדה באהל מועד׃
39van dertig jaar af tot vijftig jaar toe, die geschikt waren om dienst te verrichten bij de openbaringstent,
40ויהיו פקדיהם למשפחתם לבית אבתם אלפים ושש מאות ושלשים׃
40bedroegen tweeduizend zeshonderd dertig man, naar hun geslachten en families geteld.
41אלה פקודי משפחת בני גרשון כל העבד באהל מועד אשר פקד משה ואהרן על פי יהוה׃
41Dit waren alle gemonsterden van de Gersjonietengeslachten, die dienst moesten doen bij de openbaringstent, en die Moses en Aäron hadden ingeschreven, zoals Jahweh het door Moses bevolen had.
42ופקודי משפחת בני מררי למשפחתם לבית אבתם׃
42Alle ingeschrevenen van de Merarietengeslachten naar hun geslachten en families,
43מבן שלשים שנה ומעלה ועד בן חמשים שנה כל הבא לצבא לעבדה באהל מועד׃
43van dertig jaar af tot vijftig jaar toe, die geschikt waren om dienst te verrichten bij de openbaringstent,
44ויהיו פקדיהם למשפחתם שלשת אלפים ומאתים׃
44bedroegen drieduizend tweehonderd man, naar hun geslachten geteld.
45אלה פקודי משפחת בני מררי אשר פקד משה ואהרן על פי יהוה ביד משה׃
45Dit waren de ingeschrevenen van de Merarietengeslachten, die Moses en Aäron hadden ingeschreven, zoals Jahweh het door Moses bevolen had.
46כל הפקדים אשר פקד משה ואהרן ונשיאי ישראל את הלוים למשפחתם ולבית אבתם׃
46Alle ingeschreven Levieten, die Moses en Aäron met de leiders van Israël naar hun geslachten en families hadden ingeschreven,
47מבן שלשים שנה ומעלה ועד בן חמשים שנה כל הבא לעבד עבדת עבדה ועבדת משא באהל מועד׃
47van dertig jaar af tot vijftig jaar toe, en die geschikt waren voor het dienstwerk, en het vervoer van de openbaringstent,
48ויהיו פקדיהם שמנת אלפים וחמש מאות ושמנים׃
48telden achtduizend vijfhonderd tachtig man.
49על פי יהוה פקד אותם ביד משה איש איש על עבדתו ועל משאו ופקדיו אשר צוה יהוה את משה׃
49Zoals Jahweh het door Moses bevolen had, gaf men ieder zijn taak voor de dienst en het vervoer, en werden zij ingeschreven, zoals Jahweh het Moses bevolen had.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.