ΜΑΚΚΑΒΑΙΩΝ Δ 11
Septuagint (Greek Old Testament), second editionOriginal language
Septuagint (Greek Old Testament), second edition
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1Ως δὲ καὶ οὗτος ταῖς βασάνοις καταικισθεὶς ἐναπέθανεν, ὁ πέμπτος παρεπήδησε λέγων·
1Lúsias, de voogd en bloedverwant1 van den koning en tevens rijkskanselier, was over dit verloop van zaken ten zeerste verbitterd. In zeer korte tijd
2οὐ μέλλω, τύραννε, πρὸς τὸν ὑπὲρ τῆς ἀρετῆς βασανισμὸν παραιτεῖσθαι,
2bracht hij daarom ongeveer tachtigduizend man en de volledige ruiterij op de been, en trok tegen de Joden op. Hij was van plan, van de stad een griekse nederzetting te maken,
3αὐτὸς δ' ἀπ' ἐμαυτοῦ παρῆλθον, ὅπως κἀμὲ κατακτείνας περὶ πλειόνων ἀδικημάτων ὀφειλήσῃς τῇ οὐρανίῳ δίκῃ τιμωρίαν.
3de tempel evenals andere heidense heiligdommen als een goudmijn uit te buiten, en de hogepriesterlijke waardigheid elk jaar te koop aan te bieden.
4ᾦ μισάρετε καὶ μισάνθρωπε, τί δράσαντας ἡμᾶς τοῦτον πορθεῖς τὸν τρόπον;
4Geen ogenblik bedacht hij Gods macht, verblind als hij was door de tienduizenden soldaten, de duizenden ruiters en zijn tachtig olifanten.
5ἢ κακόν σοι δοκεῖ ὅτι τὸν πάντων κτίστην εὐσεβοῦμεν καὶ κατὰ τὸν ἐνάρετον αὐτοῦ ζῶμεν νόμον;
5Hij viel Judea binnen, trok af op de sterke vesting Bet-Soer, die ongeveer honderdvijftig stadiën van Jerusalem lag en belegerde haar.
6ἀλλὰ ταῦτα τιμῶν, οὐ βασάνων ἐστὶν ἄξια.
6Toen de soldaten van den Makkabeër hoorden, dat Lúsias de vestingen belegerde, begonnen zij te zamen met het volk onder weeklachten en tranen den Heer te smeken, dat Hij een goeden engel zou zenden, om Israël te redden.
7εἴπερ ᾐσθάνου ἀνθρώπου πόθον καὶ ἐλπίδα εἶχες παρὰ Θεῷ σωτηρίου·
7Daarop greep de Makkabeër het eerst van allen naar de wapens, en vuurde de anderen aan, om samen met hem zich in de strijd te wagen en hun broeders hulp te gaan brengen. En op staande voet trokken ze moedig weg.
8νυνὶ δὲ ἀλλότριος ὢν Θεοῦ πολεμεῖς τοὺς εὐσεβοῦντας εἰς τὸν Θεόν.
8Maar nog waren ze niet ver van Jerusalem verwijderd, of er verscheen hun een in het wit geklede ruiter, die gouden wapens zwaaide en voor hen uitging.
9τοιαῦτα δὲ λέγοντα οἱ δορυφόροι δήσαντες αὐτὸν εἷλκον ἐπὶ τὸν καταπέλτην,
9Nu prezen zij allen den barmhartigen God, en hun moed werd zó gesterkt, dat zij in staat waren geweest, om niet alleen mensen, maar zelfs de wildste dieren en ijzeren muren omver te lopen.
10ἐφ' ὃν δήσαντες αὐτὸν ἐπὶ τὰ γόνατα καὶ ταῦτα ποδάγραις σιδηραῖς ἐφαρμόσαντες τὴν ὀσφὺν αὐτοῦ περὶ τροχιαῖον σφῆνα κατέκαμψαν, περὶ ὃν ὅλος περὶ τὸν τροχὸν σκορπίου τρόπον ἀνακλώμενος ἐξεμελίζετο.
10Slagvaardig trokken zij voort, vergezeld van hun hemelsen medestrijder, dien Gods barmhartigheid hun had geschonken.
11κατὰ τοῦτον τὸν τρόπον καὶ τὸ πνεῦμα στενοχωρούμενος καὶ τὸ σῶμα ἀγχόμενος,
11Als leeuwen vielen zij op den vijand aan, doodden elfduizend soldaten en zestienhonderd ruiters, en sloegen de overigen op de vlucht.
12καλάς, ἔλεγεν, ἄκων, ᾦ τύραννε, χάριτας ἡμῖν χαρίζῃ διὰ γενναιοτέρων πόνων ἐπιδείξασθαι παρέχων τὴν εἰς τὸν νόμον ἡμῶν καρτερίαν.
12De meesten van deze laatsten waren bovendien nog gewond, en konden slechts het naakte leven redden. Lúsias zelf wist door een schandelijke vlucht te ontkomen.
13Τελευτήσαντος δὲ καὶ τούτου, ὁ ἕκτος ἤγετο μειρακίσκος, ὃς πυνθανομένου τοῦ τυράννου εἰ βούλοιτο φαγὼν ἀπολύεσθαι, ὁ δὲ ἔφη·
13Hij dacht over zijn nederlaag na, en had verstand genoeg, om te begrijpen, dat de Hebreën onoverwinnelijk waren, omdat ze werden geholpen door den almachtigen God.
14ἐγὼ τῇ μὲν ἡλικίᾳ τῶν ἀδελφῶν μού εἰμι νεώτερος, τῇ δὲ διανοίᾳ ἡλικιώτης·
14Daarom zond hij hun een gezantschap met de verzekering, dat hij op alleszins billijke voorwaarden vrede wilde sluiten, en dus ook den koning zou overhalen, om hun vriend te worden.
15εἰς τὰ αὐτὰ γὰρ καὶ γεννηθέντες καὶ τραφέντες, ὑπὲρ τῶν αὐτῶν καὶ ἀποθνήσκειν ὀφείλομεν ὁμοίως·
15Met het oog op het algemeen welzijn ging de Makkabeër op alle voorstellen van Lúsias in; de koning van zijn kant willigde alle joodse eisen in, die de Makkabeër schriftelijk aan Lúsias had medegedeeld.
16ὥστε εἰ σοὶ δοκεῖ βασανίζειν μὴ μιαροφαγοῦντα, βασάνιζε.
16De brief van Lúsias aan de Joden luidde als volgt: Lúsias aan het volk der Joden: heil!
17ταῦτα αὐτὸν εἰπόντα παρῆγον ἐπὶ τὸν τροχόν,
17Uw afgevaardigden, Johannes en Absalom, hebben het verzoek, door u ondertekend, overgebracht en om een antwoord op de inhoud gevraagd.
18ἐφ' οὗ κατατεινόμενος ἐκμελῶς καὶ ἐκσπονδυλιζόμενος ὑπεκαίετο.
18De punten, die eerst nog aan den koning moeten worden voorgelegd, heb ik aangewezen; maar wat onder mijn bevoegdheid valt, heb ik ingewilligd.
19καὶ ὀβελίσκους δὲ ὀξεῖς πυρώσαντες, τοῖς νώτοις προσέφερον καὶ τὰ πλευρὰ διαπείραντες αὐτοῦ τὰ σπλάγχνα διέκαιον.
19Indien gij nu in uw goede gezindheid tegenover de regering volhardt, zal ook ik nog verder mijn best doen, om uw welzijn te bevorderen.
20ὁ δὲ βασανιζόμενος, ὦ ἱεροπρεποῦς ἀγῶνος, ἔλεγεν, ἐφ' ὃν διὰ τὴν εὐσέβειαν εἰς γυμνασίαν πόνων ἀδελφοὶ τοσοῦτοι κληθέντες οὐκ ἐνικήθημεν.
20Ik heb opdracht gegeven, zowel aan mijn als uw afgevaardigden, om de afzonderlijke punten met u te bespreken.
21ἀνίκητος γάρ ἐστιν, ὦ τύραννε, ἡ εὐσεβὴς ἐπιστήμη.
21Moge het u goed gaan! In het jaar 148, de vier en twintigste Dústros
22καλοκἀγαθίᾳ καθωπλισμένος τεθνήξομαι μὲν κἀγὼ μετὰ τῶν ἀδελφῶν μου,
22De brief van den koning luidde aldus: Koning Antiochus aan zijn broeder Lúsias: heil!
23σὺ δέ, ὦ τύραννε, μέγαν σοὶ προσλαβὼν καὶ αὐτὸς τιμωρόν, καινουργὲ τῶν βασάνων καὶ πολέμιε τῶν ἀληθῶς εὐσεβούντων
23Nu onze vader6 onder de goden is opgenomen, is het onze wens, dat alle onderdanen van het rijk zich ongestoord aan hun zaken kunnen wijden.
24ἓξ μειράκια καταλελύκαμέν σου τὴν τυραννίδα·
24Nu hebben wij bemerkt, dat de Joden de overgang tot het heidendom afkeuren, zoals dat door mijn vader was voorgeschreven, liever hun eigen levenswijze willen bewaren, en daarom verzocht hebben, hun eigen wetten te mogen behouden.
25τὸ γὰρ μὴ δυνηθῆναί σε μεταπεῖσαι τὸν λογισμὸν ἡμῶν μήτε βιάσασθαι πρὸς τὴν μιαροφαγίαν οὐ κατάλυσίς ἐστί σου;
25Wij wensen derhalve, dat ook dit volk met rust wordt gelaten, en wij bepalen, dat de tempel hun moet worden teruggegeven, en dat het hun vrij moet staan, hun leven volgens de gewoonten hunner vaderen in te richten.
26τὸ πῦρ σου ψυχρὸν ἡμῖν, καὶ ἄπονοι οἱ καταπέλται, καὶ ἀδύνατος ἡ βία σου.
26Gij zult dus goed doen, gezanten naar hen toe te zenden en u met hen te verstaan, opdat zij bij het bekendmaken van ons besluit goede moed krijgen en blij gestemd hun zaken behartigen.
27οὐ γὰρ τυράννου, ἀλλὰ θείου νόμου προεστήκασιν ἡμῶν οἱ δορυφόροι· διὰ τοῦτο ἀνίκητον ἔχομεν τὸν λογισμόν.
27De brief van den koning aan het volk luidde aldus: Koning Antiochus aan de Hoge Raad der Joden en aan de overige Joden: heil!
no verse 28 in this text
28Wij wensen, dat het u goed gaat. Wij persoonlijk maken het uitstekend.
no verse 29 in this text
29Meneláus heeft ons medegedeeld, dat gij naar huis terug wilt keren, om uw zaken te behartigen.
no verse 30 in this text
30Welnu, al wie voor de dertigste Xántikus teruggaat, zal worden beschermd. Ook geven wij de verzekering,
no verse 31 in this text
31dat de Joden evenals vroeger hun eigen spijswetten en voorschriften mogen volgen, en dat niemand van hen op enige wijze mag worden lastig gevallen over vroegere overtredingen.
no verse 32 in this text
32Tegelijkertijd zend ik Meneláus naar u toe, die u verder zal geruststellen.
no verse 33 in this text
33Moge het u goed gaan! De vijftiende Xántikus van het jaar 148.
no verse 34 in this text
34Ook de Romeinen zonden hun een brief van de volgende inhoud: De romeinse gezanten, Quintus Mémmius en Titus Mánlius, aan het volk der Joden: heil!
no verse 35 in this text
35Wat Lúsias, de bloedverwant van den koning, u heeft toegestaan, keuren ook wij goed.
no verse 36 in this text
36Wat de punten betreft, die naar zijn mening aan den koning moeten worden voorgelegd, moet gij ons onmiddellijk iemand sturen, die van de zaak op de hoogte is; dan kunnen wij naar bevinden van zaken een beslissing nemen, daar wij toch op weg naar Antiochië zijn.
no verse 37 in this text
37Zendt ons haastig enkele mannen, opdat ook wij uw mening kennen.
no verse 38 in this text
38Moge het u goed gaan! De vijftiende Xántikus van het jaar 148.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.