Tobit 14
Douay-Rheims Bible, American Edition (1899)Translation
Douay-Rheims Bible, American Edition (1899)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1And the words of Tobias were ended. And after Tobias was restored to his sight, he lived two and forty years, and saw the children of his grandchildren.
1En dit is het einde der geschiedenis van Tobit. Nadat Tobit het gezicht had teruggekregen, leefde hij nog twee en veertig jaar, en mocht de kinderen van zijn kinderen nog aanschouwen.
2And after he had lived a hundred and two years, he was buried honourably in Ninive.
2Hij bereikte de leeftijd van honderd en twee jaar, en werd toen met alle eer in Ninive begraven.
3For he was six and fifty years old when he lost the sight of his eyes, and sixty when he recovered it again.
3Want zes en vijftig jaar oud verloor hij het licht der ogen en in zijn zestigste jaar kreeg hij het terug.
4And the rest of his life was in joy, and with great increase of the fear of God he departed in peace.
4De rest van zijn leven was zeer gelukkig; hoe meer hij vooruit ging in de vreze des Heren, hoe meer hij vrede genoot.
5And at the hour of his death he called unto him his son Tobias and his children, seven young men, his grandsons, and said to them:
5Maar toen hij ging sterven, liet hij zijn zoon Tobias met diens zeven jonge zonen, zijn kleinkinderen, komen, en sprak tot hen:
6The destruction of Ninive is at hand: for the word of the Lord must be fulfilled: and our brethren, that are scattered abroad from the land of Israel, shall return to it.
6De ondergang van Ninive moet dichtbij zijn; want het woord des Heren kan niet falen. Onze broeders, die buiten het land van Israël verstrooid zijn, zullen daarheen terugkeren;
7And all the land thereof that is desert shall be filled with people, and the house of God which is burnt in it, shall again be rebuilt: and all that fear God shall return thither.
7heel het land, dat verlaten ligt, zal weer bevolkt worden, en het huis van God, dat daar verbrand neerligt, zal worden herbouwd. Allen, die God vrezen, keren daarheen terug;
8And the Gentiles shall leave their idols, and shall come into Jerusalem, and shall dwell in it.
8zelfs de heidenen zullen hun afgoden verlaten en naar Jerusalem komen, om daar te gaan wonen;
9And all the kings of the earth shall rejoice in it, adoring the King of Israel.
9en al de koningen der aarde zullen den Koning van Israël aanbidden en daar zich verblijden4.
10Hearken therefore, my children, to your father: serve the Lord in truth, and seek to do the things that please him:
10Mijn kinderen, luistert dus naar uw vader: Blijft trouw in de dienst van den Heer, en beijvert u te doen wat Hem behaagt;
11And command your children that they do justice and almsdeeds, and that they be mindful of God, and bless him at all times in truth, and with all their power.
11beveelt uw kinderen, de gerechtigheid te beoefenen en de weldadigheid, God voor ogen te houden en Hem trouw te loven ten allen tijde met geheel hun kracht.
12And now, children, hear me, and do not stay here: but as soon as you shall bury your mother by me in one sepulchre, without delay direct your steps to depart hence:
12Mijn kinderen, luistert nog verder naar mij: Gij moet hier niet blijven; maar als gij uw moeder naast mij in hetzelfde graf hebt begraven, begeeft u dan aanstonds op weg, om van hier te vertrekken;
13For I see that its iniquity will bring it to destruction.
13want ik zie, dat de boosheid hier de ondergang zal brengen.
14And it came to pass that after the death of his mother, Tobias departed out of Ninive with his wife, and children, and children’s children, and returned to his father and mother in law.
14Tobias trok dan ook na de dood van zijn moeder met zijn vrouw, zijn kinderen en kleinkinderen uit Ninive weg, en keerde naar zijn schoonouders terug.
15And he found them in health in a good old age: and he took care of them, and he closed their eyes: and all the inheritance of Raguel’s house came to him: and he saw his children’s children to the fifth generation.
15Hij trof hen welvarend aan in gezegende ouderdom; hij zorgde voor hen en sloot hun zelf de ogen. Hij erfde heel het vermogen van Raguëls huis, en zag nog de kinderen van zijn kinderen tot in het vijfde geslacht.
16And after he had lived ninety-nine years in the fear of the Lord, with joy they buried him.
16En nadat hij in de vreze des Heren met vreugde de leeftijd van negen en negentig jaar had bereikt, werd hij ten grave gedragen.
17And all his kindred, and all his generation continued in good life, and in holy conversation, so that they were acceptable both to God, and to men, and to all that dwelt in the land.
17Ook al zijn verwanten en heel zijn geslacht bleven in een deugdzaam leven en een heilige levenswandel volharden, zodat zij welgevallig waren aan God en de mensen, aan al de bewoners van dat land.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.