Tobit 14
King James Version with ApocryphaTranslation
King James Version with Apocrypha
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1So Tobit made an end of praising God.
1En dit is het einde der geschiedenis van Tobit. Nadat Tobit het gezicht had teruggekregen, leefde hij nog twee en veertig jaar, en mocht de kinderen van zijn kinderen nog aanschouwen.
2And he was eight and fifty years old when he lost his sight, which was restored to him after eight years: and he gave alms, and he increased in the fear of the Lord God, and praised him.
2Hij bereikte de leeftijd van honderd en twee jaar, en werd toen met alle eer in Ninive begraven.
3And when he was very aged he called his son, and the sons of his son, and said to him, My son, take thy children; for, behold, I am aged, and am ready to depart out of this life.
3Want zes en vijftig jaar oud verloor hij het licht der ogen en in zijn zestigste jaar kreeg hij het terug.
4Go into Media my son, for I surely believe those things which Jonas the prophet spake of Nineve, that it shall be overthrown; and that for a time peace shall rather be in Media; and that our brethren shall lie scattered in the earth from that good land: and Jerusalem shall be desolate, and the house of God in it shall be burned, and shall be desolate for a time;
4De rest van zijn leven was zeer gelukkig; hoe meer hij vooruit ging in de vreze des Heren, hoe meer hij vrede genoot.
5And that again God will have mercy on them, and bring them again into the land, where they shall build a temple, but not like to the first, until the time of that age be fulfilled; and afterward they shall return from all places of their captivity, and build up Jerusalem gloriously, and the house of God shall be built in it for ever with a glorious building, as the prophets have spoken thereof.
5Maar toen hij ging sterven, liet hij zijn zoon Tobias met diens zeven jonge zonen, zijn kleinkinderen, komen, en sprak tot hen:
6And all nations shall turn, and fear the Lord God truly, and shall bury their idols.
6De ondergang van Ninive moet dichtbij zijn; want het woord des Heren kan niet falen. Onze broeders, die buiten het land van Israël verstrooid zijn, zullen daarheen terugkeren;
7So shall all nations praise the Lord, and his people shall confess God, and the Lord shall exalt his people; and all those which love the Lord God in truth and justice shall rejoice, shewing mercy to our brethren.
7heel het land, dat verlaten ligt, zal weer bevolkt worden, en het huis van God, dat daar verbrand neerligt, zal worden herbouwd. Allen, die God vrezen, keren daarheen terug;
8And now, my son, depart out of Nineve, because that those things which the prophet Jonas spake shall surely come to pass.
8zelfs de heidenen zullen hun afgoden verlaten en naar Jerusalem komen, om daar te gaan wonen;
9But keep thou the law and the commandments, and shew thyself merciful and just, that it may go well with thee.
9en al de koningen der aarde zullen den Koning van Israël aanbidden en daar zich verblijden4.
10And bury me decently, and thy mother with me; but tarry no longer at Nineve. Remember, my son, how Aman handled Achiacharus that brought him up, how out of light he brought him into darkness, and how he rewarded him again: yet Achiacharus was saved, but the other had his reward: for he went down into darkness. Manasses gave alms, and escaped the snares of death which they had set for him: but Aman fell into the snare, and perished.
10Mijn kinderen, luistert dus naar uw vader: Blijft trouw in de dienst van den Heer, en beijvert u te doen wat Hem behaagt;
11Wherefore now, my son, consider what alms doeth, and how righteousness doth deliver. When he had said these things, he gave up the ghost in the bed, being an hundred and eight and fifty years old; and he buried him honourably.
11beveelt uw kinderen, de gerechtigheid te beoefenen en de weldadigheid, God voor ogen te houden en Hem trouw te loven ten allen tijde met geheel hun kracht.
12And when Anna his mother was dead, he buried her with his father. But Tobias departed with his wife and children to Ecbatane to Raguel his father in law,
12Mijn kinderen, luistert nog verder naar mij: Gij moet hier niet blijven; maar als gij uw moeder naast mij in hetzelfde graf hebt begraven, begeeft u dan aanstonds op weg, om van hier te vertrekken;
13Where he became old with honour, and he buried his father and mother in law honourably, and he inherited their substance, and his father Tobit’s.
13want ik zie, dat de boosheid hier de ondergang zal brengen.
14And he died at Ecbatane in Media, being an hundred and seven and twenty years old.
14Tobias trok dan ook na de dood van zijn moeder met zijn vrouw, zijn kinderen en kleinkinderen uit Ninive weg, en keerde naar zijn schoonouders terug.
15But before he died he heard of the destruction of Nineve, which was taken by Nabuchodonosor and Assuerus: and before his death he rejoiced over Nineve.
15Hij trof hen welvarend aan in gezegende ouderdom; hij zorgde voor hen en sloot hun zelf de ogen. Hij erfde heel het vermogen van Raguëls huis, en zag nog de kinderen van zijn kinderen tot in het vijfde geslacht.
no verse 16 in this text
16En nadat hij in de vreze des Heren met vreugde de leeftijd van negen en negentig jaar had bereikt, werd hij ten grave gedragen.
no verse 17 in this text
17Ook al zijn verwanten en heel zijn geslacht bleven in een deugdzaam leven en een heilige levenswandel volharden, zodat zij welgevallig waren aan God en de mensen, aan al de bewoners van dat land.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.