路加福音
Chapter 18
Chinese Union Version, p…

Read in

Smith–Van Dyck Arabic Bible (فان دايك)Brezhoneg (Breton Gospels, 1827)Judson Burmese Bible (1840)Chamorro: Gospels, Acts and PsalmsChinese Union Version, punctuated (Simplified)Chinese Union Version, punctuated (Traditional)Coptic New TestamentCoptic New Testament (Bohairic)Kralice Bible (1613)Testamenta Marra (Dieri New Testament)Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)Asang Khongca Bible (Eastern Khumi Chin, 2019)Berean Standard BibleDouay-Rheims Bible, American Edition (1899)King James Version with ApocryphaWorld English BibleLondona Biblio (Esperanto, 1910)Louis Segond 1910Lutherbibel 1912Greek New Testament, word by word (STEPBible TAGNT)Greek New Testament: 1904 Patriarchal Text (Byzantine)Greek New Testament: Byzantine Text (Robinson–Pierpont 2018)Greek New Testament: Textus ReceptusSBL Greek New TestamentBaibala Hemolele (Hawaiian Bible, 1868 revision)Modern Hebrew BibleDiodati Bibbia 1885Freedom Bible (フリーダム・バイブル)Korean Bible, 1910 (한국어 성경)Bible Mutal (Kosraean)Clementine Vulgate, 1598Baibal Olcim (Matupi Chin)Meriam Mir GospelsOld Persian Version (ترجمه قدیم)Kadede Kap (Pohnpeian New Testament and Psalms)Bíblia Portuguesa Mundial (Brazilian Portuguese)Cornilescu Bible (1924), Cyrillic scriptSynodal Translation (Синодальный перевод)Daničić–Karadžić Bible (1868), CyrillicReina-Valera 1909Biblia Takatifu (Swahili): New Testament portionsFreedom Bible (Thai)Tongan Bible, Revised West VersionKulish and Puluj Bible (1905)Vietnamese Bible (1923 translation)
vs Petrus Canisius Bi…

Compare with

Smith–Van Dyck Arabic Bible (فان دايك)Brezhoneg (Breton Gospels, 1827)Judson Burmese Bible (1840)Chamorro: Gospels, Acts and PsalmsChinese Union Version, punctuated (Traditional)Coptic New TestamentCoptic New Testament (Bohairic)Kralice Bible (1613)Testamenta Marra (Dieri New Testament)Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)Asang Khongca Bible (Eastern Khumi Chin, 2019)Berean Standard BibleDouay-Rheims Bible, American Edition (1899)King James Version with ApocryphaWorld English BibleLondona Biblio (Esperanto, 1910)Louis Segond 1910Lutherbibel 1912Greek New Testament, word by word (STEPBible TAGNT)Greek New Testament: 1904 Patriarchal Text (Byzantine)Greek New Testament: Byzantine Text (Robinson–Pierpont 2018)Greek New Testament: Textus ReceptusSBL Greek New TestamentBaibala Hemolele (Hawaiian Bible, 1868 revision)Modern Hebrew BibleDiodati Bibbia 1885Freedom Bible (フリーダム・バイブル)Korean Bible, 1910 (한국어 성경)Bible Mutal (Kosraean)Clementine Vulgate, 1598Baibal Olcim (Matupi Chin)Meriam Mir GospelsOld Persian Version (ترجمه قدیم)Kadede Kap (Pohnpeian New Testament and Psalms)Bíblia Portuguesa Mundial (Brazilian Portuguese)Cornilescu Bible (1924), Cyrillic scriptSynodal Translation (Синодальный перевод)Daničić–Karadžić Bible (1868), CyrillicReina-Valera 1909Biblia Takatifu (Swahili): New Testament portionsFreedom Bible (Thai)Tongan Bible, Revised West VersionKulish and Puluj Bible (1905)Vietnamese Bible (1923 translation)Stop comparing
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Chinese Union Version, punctuated (Simplified)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1耶稣设一个比喻,是要人常常祷告,不可灰心。
1Hij zeide hun nog een gelijkenis over de noodzakelijkheid, om altijd te bidden, en nooit de moed te verliezen.
2说:「某城里有一个官,不惧怕 神,也不尊重世人。
2Hij sprak: In zekere stad was een rechter, die God niet vreesde, en zich aan de mensen niet stoorde.
3那城里有个寡妇,常到他那里,说:『我有一个对头,求你给我伸冤。』
3Ook was er een weduwe in die stad, die naar hem toe ging, en sprak: Verschaf me recht tegenover mijn tegenpartij.
4他多日不准,后来心里说:『我虽不惧怕 神,也不尊重世人,
4Een tijd lang wilde hij niet. Maar later zei hij bij zichzelf: Ofschoon ik God niet vrees en me aan de mensen niet stoor,
5只因这寡妇烦扰我,我就给她伸冤吧,免得她常来缠磨我!』」
5zal ik toch die weduwe maar recht doen, omdat ze mij lastig valt, en anders me eindeloos komt vervelen.
6主说:「你们听这不义之官所说的话。
6En de Heer sprak: Hoort wat de onrechtvaardige rechter zegt.
7神的选民昼夜呼吁他,他纵然为他们忍了多时,岂不终久给他们伸冤吗?
7En zou God dan aan zijn uitverkorenen geen recht doen, die dag en nacht tot Hem roepen? Of zou Hij ze lang laten wachten?
8我告诉你们,要快快地给他们伸冤了。然而,人子来的时候,遇得见世上有信德吗?」
8Ik zeg u: Hij zal hun recht doen met spoed. Maar zal de Mensenzoon bij zijn komst wel geloof op aarde vinden?
9耶稣向那些仗着自己是义人,藐视别人的,设一个比喻,
9Nog sprak Hij deze gelijkenis tegen hen, die van eigen gerechtigheid overtuigd zijn, en anderen verachten.
10说:「有两个人上殿里去祷告:一个是法利赛人,一个是税吏。
10Twee mensen gingen op naar de tempel, om er te bidden: de één was een farizeër, de ander een tollenaar.
11法利赛人站着,自言自语地祷告说:『 神啊,我感谢你,我不像别人勒索、不义、奸淫,也不像这个税吏。
11De farizeër stond recht overeind, en bad bij zichzelf: O God, ik dank U, dat ik niet ben als de andere mensen: rovers, onrechtvaardigen, echtbrekers, of ook als die tollenaar ginds.
12我一个礼拜禁食两次,凡我所得的都捐上十分之一。』
12Ik vast tweemaal per week, en geef tienden van al wat ik bezit.
13那税吏远远地站着,连举目望天也不敢,只捶着胸说:『 神啊,开恩可怜我这个罪人!』
13Maar de tollenaar bleef op een afstand, en durfde zelfs zijn ogen niet ten hemel heffen; hij sloeg zich op de borst, en sprak: O God, wees mij, zondaar, genadig.
14我告诉你们,这人回家去比那人倒算为义了;因为,凡自高的,必降为卑;自卑的,必升为高。」
14Ik zeg u: Deze ging gerechtvaardigd naar huis, in plaats van den andere. Want wie zich verheft zal vernederd, en wie zich vernedert, zal verheven worden.
15有人抱着自己的婴孩来见耶稣,要他摸他们;门徒看见就责备那些人。
15Men bracht zelfs de kinderen naar Hem toe, opdat Hij ze aanraken zou. Toen de leerlingen dit zagen, wezen ze hen af.
16耶稣却叫他们来,说:「让小孩子到我这里来,不要禁止他们,因为在 神国的正是这样的人。
16Maar Jesus riep ze naar Zich toe, en sprak: Laat de kinderen bij Mij komen, en houdt ze niet tegen. Want het koninkrijk Gods is voor hen, die zijn zoals zij.
17我实在告诉你们,凡要承受 神国的,若不像小孩子,断不能进去。」
17Voorwaar, Ik zeg u: Wie het koninkrijk Gods niet aanneemt als een kind, zal er niet ingaan.
18有一个官问耶稣说:「良善的夫子,我该做什么事才可以承受永生?」
18Een heel voornaam man ondervroeg Hem, en sprak: Goede Meester, wat moet ik doen, om het eeuwige leven te verkrijgen?
19耶稣对他说:「你为什么称我是良善的?除了 神一位之外,再没有良善的。
19Jesus zeide hem: Waarom noemt ge Mij goed? Niemand is goed, dan God alleen.
20诫命你是晓得的:『不可奸淫;不可杀人;不可偷盗;不可作假见证;当孝敬父母。』」
20Ge kent de geboden: “Gij zult geen overspel doen; gij zult niet doodslaan; gij zult niet stelen; gij zult geen valse getuigenis geven; eer uw vader en moeder”.
21那人说:「这一切我从小都遵守了。」
21Hij antwoordde: Dit alles heb ik onderhouden reeds van mijn jeugd af
22耶稣听见了,就说:「你还缺少一件:要变卖你一切所有的,分给穷人,就必有财宝在天上;你还要来跟从我。」
22Toen Jesus dit hoorde, zeide Hij hem: Eén ding ontbreekt u nog; verkoop wat ge bezit, geef het aan de armen, en ge zult een schat in de hemel bezitten. Kom dan, en volg Mij.
23他听见这话,就甚忧愁,因为他很富足。
23Maar toen hij dit hoorde, werd hij bedroefd; want hij was zeer rijk.
24耶稣看见他,就说:「有钱财的人进 神的国是何等的难哪!
24Toen Jesus zijn droefheid zag, zeide Hij: Hoe moeilijk zullen zij, die rijkdommen bezitten, het koninkrijk Gods binnengaan.
25骆驼穿过针的眼比财主进 神的国还容易呢!」
25Een kameel gaat gemakkelijker door het oog van een naald, dan een rijke in het koninkrijk Gods.
26听见的人说:「这样,谁能得救呢?」
26De toehoorders zeiden: Wie kan dan zalig worden?
27耶稣说:「在人所不能的事,在 神却能。」
27Hij sprak: Wat onmogelijk is bij de mensen, is mogelijk bij God.
28彼得 说:「看哪,我们已经撇下自己所有的跟从你了。」
28Toen zei Petrus: Zie, wij hebben alles verlaten, en zijn U gevolgd.
29耶稣说:「我实在告诉你们,人为 神的国撇下房屋,或是妻子、弟兄、父母、儿女,
29Hij zei hun: Voorwaar, Ik zeg u: Er is niemand, die huis, ouders of broers, vrouw of kinderen verlaat om het koninkrijk Gods,
30没有在今世不得百倍,在来世不得永生的。」
30of hij zal veel meer terug ontvangen in deze tijd, en in de toekomstige wereld het eeuwige leven.
31耶稣带着十二个门徒,对他们说:「看哪,我们上 耶路撒冷 去,先知所写的一切事都要成就在人子身上。
31Nu nam Hij het twaalftal ter zijde, en sprak tot hen: Zie, wij gaan op naar Jerusalem; en alles wat door de profeten over den Mensenzoon is geschreven, zal worden vervuld.
32他将要被交给外邦人;他们要戏弄他,凌辱他,吐唾沫在他脸上,
32Want Hij zal worden overgeleverd aan de heidenen; Hij zal worden bespot, mishandeld, bespuwd.
33并要鞭打他,杀害他;第三日他要复活。」
33Men zal Hem geselen en doden; maar op de derde dag zal Hij verrijzen.
34这些事门徒一样也不懂得,意思乃是隐藏的;他们不晓得所说的是什么。
34Ze begrepen er niets van; dit woord bleef hun duister, en ze verstonden niet wat er gezegd werd.
35耶稣将近 耶利哥 的时候,有一个瞎子坐在路旁讨饭。
35Toen Hij nu Jericho naderde, zat er een blinde te bedelen langs de weg.
36听见许多人经过,就问是什么事。
36Hij hoorde de menigte voorbijgaan, en vroeg, wat er gebeurde.
37他们告诉他,是 拿撒勒 人耶稣经过。
37Men vertelde hem, dat Jesus van Názaret voorbijkwam.
38他就呼叫说:「 大卫 的子孙耶稣啊,可怜我吧!」
38Toen riep hij luide: Jesus, Zoon van David, ontferm U mijner.
39在前头走的人就责备他,不许他作声;他却越发喊叫说:「 大卫 的子孙,可怜我吧!」
39Zij, die vooropgingen, vielen ruw tegen hem uit, om hem tot zwijgen te brengen. Maar hij riep nog harder: Zoon van David, ontferm U mijner.
40耶稣站住,吩咐把他领过来,到了跟前,就问他说:
40Jesus bleef staan, en liet hem bij Zich brengen. En toen hij genaderd was, vroeg Hij hem:
41「你要我为你做什么?」他说:「主啊,我要能看见。」
41Wat wilt ge, dat Ik voor u doe? Hij sprak: Heer, dat ik zien zal!
42耶稣说:「你可以看见!你的信救了你了。」
42Jesus zeide hem: Zie! Uw geloof heeft u gered.
43瞎子立刻看见了,就跟随耶稣, 一路 归荣耀与 神。众人看见这事,也赞美 神。
43En aanstonds zag hij, volgde Hem, en verheerlijkte God. Al het volk zag het, en bracht glorie aan God.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.