路加福音
Chapter 11
Chinese Union Version, p…

Read in

Smith–Van Dyck Arabic Bible (فان دايك)Brezhoneg (Breton Gospels, 1827)Judson Burmese Bible (1840)Chamorro: Gospels, Acts and PsalmsChinese Union Version, punctuated (Simplified)Chinese Union Version, punctuated (Traditional)Coptic New TestamentCoptic New Testament (Bohairic)Kralice Bible (1613)Testamenta Marra (Dieri New Testament)Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)Asang Khongca Bible (Eastern Khumi Chin, 2019)Berean Standard BibleDouay-Rheims Bible, American Edition (1899)King James Version with ApocryphaWorld English BibleLondona Biblio (Esperanto, 1910)Louis Segond 1910Lutherbibel 1912Greek New Testament, word by word (STEPBible TAGNT)Greek New Testament: 1904 Patriarchal Text (Byzantine)Greek New Testament: Byzantine Text (Robinson–Pierpont 2018)Greek New Testament: Textus ReceptusSBL Greek New TestamentBaibala Hemolele (Hawaiian Bible, 1868 revision)Modern Hebrew BibleDiodati Bibbia 1885Freedom Bible (フリーダム・バイブル)Korean Bible, 1910 (한국어 성경)Bible Mutal (Kosraean)Clementine Vulgate, 1598Baibal Olcim (Matupi Chin)Meriam Mir GospelsOld Persian Version (ترجمه قدیم)Kadede Kap (Pohnpeian New Testament and Psalms)Bíblia Portuguesa Mundial (Brazilian Portuguese)Cornilescu Bible (1924), Cyrillic scriptSynodal Translation (Синодальный перевод)Daničić–Karadžić Bible (1868), CyrillicReina-Valera 1909Biblia Takatifu (Swahili): New Testament portionsFreedom Bible (Thai)Tongan Bible, Revised West VersionKulish and Puluj Bible (1905)Vietnamese Bible (1923 translation)
vs Petrus Canisius Bi…

Compare with

Smith–Van Dyck Arabic Bible (فان دايك)Brezhoneg (Breton Gospels, 1827)Judson Burmese Bible (1840)Chamorro: Gospels, Acts and PsalmsChinese Union Version, punctuated (Traditional)Coptic New TestamentCoptic New Testament (Bohairic)Kralice Bible (1613)Testamenta Marra (Dieri New Testament)Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)Asang Khongca Bible (Eastern Khumi Chin, 2019)Berean Standard BibleDouay-Rheims Bible, American Edition (1899)King James Version with ApocryphaWorld English BibleLondona Biblio (Esperanto, 1910)Louis Segond 1910Lutherbibel 1912Greek New Testament, word by word (STEPBible TAGNT)Greek New Testament: 1904 Patriarchal Text (Byzantine)Greek New Testament: Byzantine Text (Robinson–Pierpont 2018)Greek New Testament: Textus ReceptusSBL Greek New TestamentBaibala Hemolele (Hawaiian Bible, 1868 revision)Modern Hebrew BibleDiodati Bibbia 1885Freedom Bible (フリーダム・バイブル)Korean Bible, 1910 (한국어 성경)Bible Mutal (Kosraean)Clementine Vulgate, 1598Baibal Olcim (Matupi Chin)Meriam Mir GospelsOld Persian Version (ترجمه قدیم)Kadede Kap (Pohnpeian New Testament and Psalms)Bíblia Portuguesa Mundial (Brazilian Portuguese)Cornilescu Bible (1924), Cyrillic scriptSynodal Translation (Синодальный перевод)Daničić–Karadžić Bible (1868), CyrillicReina-Valera 1909Biblia Takatifu (Swahili): New Testament portionsFreedom Bible (Thai)Tongan Bible, Revised West VersionKulish and Puluj Bible (1905)Vietnamese Bible (1923 translation)Stop comparing
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Chinese Union Version, punctuated (Simplified)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1耶稣在一个地方祷告;祷告完了,有个门徒对他说:「求主教导我们祷告,像 约翰 教导他的门徒。」
1Eens was Hij ergens aan het bidden. Toen Hij ophield, sprak een zijner leerlingen tot Hem: Heer, leer ons bidden, zoals ook Johannes het zijn leerlingen heeft geleerd.
2耶稣说:「你们祷告的时候,要说: 我们在天上的父: 愿人都尊你的名为圣。 愿你的国降临; 愿你的旨意行在地上, 如同行在天上。
2Hij sprak tot hen: Zegt, wanneer gij bidt: Vader, uw naam worde geheiligd; uw rijk kome.
3我们日用的饮食, 天天赐给我们。
3Geef ons elke dag ons dagelijks brood.
4赦免我们的罪, 因为我们也赦免凡亏欠我们的人。 不叫我们遇见试探; 救我们脱离凶恶。」
4En vergeef ons onze zonden; want ook wij vergeven aan allen hun schuld. En leid ons niet in bekoring.
5耶稣又说:「你们中间谁有一个朋友半夜到他那里去,说:『朋友!请借给我三个饼;
5Ook zeide Hij hun: Veronderstelt, iemand van u heeft een vriend, en hij gaat te middernacht naar hem toe, en zegt: Vriend, leen me drie broden;
6因为我有一个朋友行路,来到我这里,我没有什么给他摆上。』
6want een van mijn vrienden is op reis bij me aangekomen, en ik heb niets om hem voor te zetten.
7那人在里面回答说:『不要搅扰我,门已经关闭,孩子们也同我在床上了,我不能起来给你。』
7Zou dan de andere soms van binnen uit antwoorden, en zeggen: Val me niet lastig; de deur is al gesloten, en mijn kinderen zijn met mij te bed; ik kan niet opstaan, om het u te geven.
8我告诉你们,虽不因他是朋友起来给他,但因他情词迫切地直求,就必起来照他所需用的给他。
8Ik zeg u: Al zou hij niet opstaan en het hem geven, omdat hij zijn vriend is, dan zal hij toch om zijn lastig aanhouden opstaan, en hem geven al wat hij nodig heeft.
9我又告诉你们,你们祈求,就给你们;寻找,就寻见;叩门,就给你们开门。
9Zo zeg Ik ook u: Vraagt en men zal u geven; zoekt en gij zult vinden; klopt en men zal u opendoen.
10因为,凡祈求的,就得着;寻找的,就寻见;叩门的,就给他开门。
10Want wie vraagt, ontvangt; wie zoekt, vindt: wie klopt, hem doet men open.
11你们中间作父亲的,谁有儿子求饼,反给他石头呢?求鱼,反拿蛇当鱼给他呢?
11Welke vader is er onder u, die aan zijn zoon een steen zal geven, als hij om brood vraagt; of als hij om vis vraagt, hem in plaats van een vis, een slang zal geven;
12求 鸡 蛋,反给他蝎子呢?
12of als hij vraagt om een ei, hem een schorpioen geven zal?
13你们虽然不好,尚且知道拿好东西给儿女;何况天父,岂不更将圣灵给求他的人吗?」
13Als gij dan, aan uw kinderen goede gaven weet te schenken, hoewel gij boos zijt, hoeveel te meer zal dan de hemelse Vader den Heiligen Geest geven aan wie tot Hem bidden!
14耶稣赶出一个叫人哑巴的鬼;鬼出去了,哑巴就说出话来;众人都希奇。
14Eens dreef Hij een duivel uit, die stom was; en toen de duivel was uitgegaan, sprak de stomme. En het volk stond verbaasd.
15内中却有人说:「他是靠着鬼王别西卜赶鬼。」
15Maar sommigen hunner zeiden: Door Beélzebub, den vorst der duivels, drijft Hij de duivels uit.
16又有人试探耶稣,向他求从天上来的神迹。
16Anderen vroegen Hem een teken uit de hemel, om Hem op de proef te stellen.
17他晓得他们的意念,便对他们说:「凡一国自相纷争,就成为荒场;凡一家自相纷争,就必败落。
17Maar Hij kende hun gedachten, en sprak tot hen: Ieder rijk, dat inwendig verdeeld is, zal worden verwoest; het ene huis zal er op het andere vallen.
18若撒但自相纷争,他的国怎能站得住呢?因为你们说我是靠着别西卜赶鬼。
18Wanneer dus de satan tegen zichzelf is verdeeld, hoe zal zijn rijk dan stand kunnen houden? Toch zegt gij, dat Ik door Beélzebub de duivels uitdrijf.
19我若靠着别西卜赶鬼,你们的子弟赶鬼又靠着谁呢?这样,他们就要断定你们的是非。
19Maar als Ik door Beélzebub de duivels uitdrijf, door wien drijven dan uw zonen ze uit? Daarom zullen zijzelf uw rechters zijn.
20我若靠着 神的能力赶鬼,这就是 神的国临到你们了。
20Maar als Ik door de vinger Gods de duivels uitdrijf, dan is ook het koninkrijk Gods onder u gekomen.
21壮士披挂整齐,看守自己的住宅,他所有的都平安无事;
21Wanneer de sterke in volle wapenrusting zijn erf bewaakt, dan is zijn have in veiligheid.
22但有一个比他更壮的来,胜过他,就夺去他所倚靠的盔甲兵器,又分了他的赃。
22Maar wanneer een, die sterker is dan hij, hem overvalt en overwint, dan ontneemt hij hem zijn wapenrusting, waarop hij vertrouwde, en verdeelt zijn buit.
23不与我相合的,就是敌我的;不同我收聚的,就是分散的。」
23Wie niet met Mij is, is tegen Mij; en wie niet met Mij verzamelt, verstrooit.
24「污鬼离了人身,就在无水之地过来过去,寻求安歇 之处 ;既寻不着,便说:『我要回到我所出来的屋里去。』
24Wanneer de onreine geest van iemand is uitgegaan, zwerft hij rond in dorre oorden; hij zoekt naar rust, en vindt ze niet. Dan zegt hij: Ik zal terugkeren in mijn huis, waar ik ben uitgegaan.
25到了,就看见 里面 打扫干净,修饰好了,
25En bij zijn komst vindt hij het geveegd en versierd.
26便去另带了七个比自己更恶的鬼来,都进去住在那里。那人末后的景况比先前更不好了。」
26Dan gaat hij heen, en neemt zeven andere geesten met zich mee, die bozer zijn dan hijzelf; ze komen binnen, en gaan er wonen. En het einde van dien man wordt erger nog dan het begin.
27耶稣正说这话的时候,众人中间有一个女人大声说:「怀你胎的和乳养你的有福了!」
27Terwijl Hij zo sprak, verhief een vrouw uit het volk haar stem, en zei Hem: Zalig de schoot, die U heeft gedragen, en de borsten die U hebben gezoogd.
28耶稣说:「是,却还不如听 神之道而遵守的人有福。」
28Maar Hij zeide: Zalig eerder, die luisteren naar Gods woord, en het beleven.
29当众人聚集的时候,耶稣开讲说:「这世代是一个邪恶的世代。他们求看神迹,除了 约拿 的神迹以外,再没有神迹给他们看。
29En toen de menigte samenstroomde, begon Hij aldus: Dit geslacht is een boos geslacht; het vraagt een teken, en geen teken zal hun worden gegeven, dan het teken van Jonas.
30约拿 怎样为 尼尼微 人成了神迹,人子也要照样为这世代的人成了神迹。
30Want zoals Jonas een teken was voor de Ninivieten, zo zal het ook de Mensenzoon zijn voor dit geslacht.
31当审判的时候,南方的女王要起来定这世代的罪;因为她从地极而来,要听 所罗门 的智慧话。看哪,在这里有一人比 所罗门 更大。
31De koningin van het Zuiden zal in het oordeel opstaan te zamen met de mannen van dit geslacht, en ze veroordelen; want ze kwam van het uiteinde der aarde om Sálomons wijsheid te horen; en zie, meer dan Sálomon is hier.
32当审判的时候, 尼尼微 人要起来定这世代的罪,因为 尼尼微 人听了 约拿 所传的就悔改了。看哪,在这里有一人比 约拿 更大。」
32De mannen van Ninive zullen in het oordeel opstaan te zamen met dit geslacht, en het veroordelen; want ze bekeerden zich op de prediking van Jonas; en zie, meer dan Jonas is hier.
33「没有人点灯放在地窨子里,或是斗底下,总是放在灯台上,使进来的人得见亮光。
33Niemand steekt een lamp aan, om ze in de kelder of onder de korenmaat te zetten, maar op de kandelaar; opdat wie binnenkomt, het licht kan zien.
34你眼睛就是身上的灯。你的眼睛若了亮,全身就光明;眼睛若昏花,全身就黑暗。
34Uw oog is de lamp van het lichaam. Als uw oog goed is, dan is heel uw lichaam verlicht; maar deugt het niet, dan is ook uw lichaam in het duister.
35所以,你要省察,恐怕你里头的光或者黑暗了。
35Zorgt er dus voor, dat het licht in u geen duisternis wordt.
36若是你全身光明,毫无黑暗,就必全然光明,如同灯的明光照亮你。」
36Wanneer dus heel uw lichaam verlicht is, zonder een enkel duister deel, hoe zal het geheel dan verlicht zijn, als de lamp u nog met haar stralen verlicht.
37说话的时候,有一个法利赛人请耶稣同他吃饭,耶稣就进去坐席。
37Terwijl Hij nog sprak, nodigde een farizeër Hem bij zich aan tafel; Hij trad binnen, en nam plaats
38这法利赛人看见耶稣饭前不洗 手 便诧异。
38Maar de farizeër verwonderde zich, toen hij zag, dat Hij Zich niet eerst voor de maaltijd gewassen had.
39主对他说:「如今你们法利赛人洗净杯盘的外面,你们里面却满了勒索和邪恶。
39De Heer sprak tot hem: Gij, farizeër, gij reinigt dus de buitenkant van beker en schotel. maar uw eigen binnenste is vol roof en bederf.
40无知的人哪,造外面的,不也造里面吗?
40Dwazen! Heeft Hij, die het uitwendige maakte, ook het inwendige niet gemaakt?
41只要把里面的施舍给人,凡物于你们就都洁净了。
41Geeft liever de inhoud als aalmoes; en zie, dan is alles u rein.
42「你们法利赛人有祸了!因为你们将薄荷、芸香并各样菜蔬献上十分之一,那公义和爱 神的事反倒不行了。这原是你们当行的;那也是不可不行的。
42Maar wee u, farizeën! Want gij betaalt tienden van muntkruid, wijnruitplant en allerlei groenten, maar gij verwaarloost het recht en de liefde tot God. Dit moet men doen, en het andere niet laten.
43你们法利赛人有祸了!因为你们喜爱会堂里的首位,又喜爱人在街市上问你们的安。
43Wee u, farizeën! Want gij zijt belust op de ereplaatsen in de synagogen en de begroetingen op de marktpleinen.
44你们有祸了!因为你们如同不显露的坟墓,走在上面的人并不知道。」
44Wee u! Want gij zijt gelijk aan onzichtbare graven; de mensen lopen er over heen zonder het te weten.
45律法师中有一个回答耶稣说:「夫子!你这样说也把我们糟蹋了。」
45Een van de wetgeleerden nam het woord, en zeide tot Hem: Meester, door zo te spreken, beledigt ge ook ons.
46耶稣说:「你们律法师也有祸了!因为你们把难担的担子放在人身上,自己一个指头却不肯动。
46Hij sprak: Ook u, wetgeleerden, wee! Want gij legt den mensen zware lasten op, maar zelf raakt gij de lasten met geen vinger aan.
47你们有祸了!因为你们修造先知的坟墓,那先知正是你们的祖宗所杀的。
47Wee u! Want gij bouwt de grafsteden der profeten, maar uw vaders hebben ze gedood.
48可见你们祖宗所做的事,你们又证明又喜欢;因为他们杀了先知,你们修造 先知的坟墓 。
48Zo getuigt gij, deel te hebben aan de daden van uw vaders; want zij doodden hen, gij bouwt.
49所以 神用智慧曾说:『我要差遣先知和使徒到他们那里去,有的他们要杀害,有的他们要逼迫』,
49Daarom heeft ook Gods wijsheid gezegd: Ik zal tot hen profeten en apostelen zenden, en sommigen van hen zullen ze doden en vervolgen;
50使创世以来所流众先知血的罪都要问在这世代的人身上,
50opdat van dit geslacht het bloed van alle profeten zou worden opgeëist, dat sinds de grondvesting der wereld vergoten is:
51就是从 亚伯 的血起,直到被杀在坛和殿中间 撒迦利亚 的血为止。我实在告诉你们,这都要问在这世代的人身上。
51van het bloed van Abel af, tot het bloed van Zakarias toe, die gedood is tussen het altaar en de tempel. Ja, Ik zeg u, het zal van dit geslacht worden opgeëist.
52你们律法师有祸了!因为你们把知识的钥匙夺了去,自己不进去,正要进去的人你们也阻挡他们。」
52Wee u, wetgeleerden! Want gij hebt de sleutel tot de kennis weggenomen; zelf zijt gij niet binnengegaan, en hen, die er in willen gaan, hebt gij tegengehouden.
53耶稣从那里出来,文士和法利赛人就极力地催逼他,引动他多说话,
53Toen Hij hun dit gezegd had, begonnen de schriftgeleerden en farizeën Hem heftig aan te vallen, en Hem allerlei strikvragen te stellen;
54私下窥听,要拿他的话柄。
54ze loerden er op, uit zijn mond iets op te vangen, om Hem te beschuldigen.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.