耶利米书
Chapter 9
Chinese Union Version, p…
vs Petrus Canisius Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Chinese Union Version, punctuated (Simplified)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1但愿我的头为水, 我的眼为泪的泉源, 我好为我百姓中被杀的人昼夜哭泣。
1Ach, mocht mijn hoofd een stortvloed worden, Mijn oog een bron van tranen: Dat ik dag en nacht kon bewenen De doden van de dochter van mijn volk!
2惟愿我在旷野有行路人住宿之处, 使我可以离开我的民出去; 因他们都是行奸淫的, 是行诡诈的一党。
2Ach, had ik in de woestijn Maar een afgelegen verblijf: Dan verliet ik mijn volk, En ging van hen heen; Want allen zijn het overspelers, Een trouweloos rot.
3他们弯起舌头像弓一样, 为要说谎话。 他们在国中增长势力, 不是为行诚实, 乃是恶上加恶, 并不认识我。 这是耶和华说的。
3Ze spannen hun tong Als een boog met hun leugens; Niet op eerlijke wijze verkrijgen ze macht in het land, Maar van het ene kwaad vervallen ze in het andere; Mij kennen ze niet: Is de godsspraak van Jahweh!
4你们各人当谨防邻舍, 不可信靠弟兄; 因为弟兄尽行欺骗, 邻舍都往来谗谤人。
4Wees voor uw vriend op uw hoede, En niemand vertrouwe zijn broer; Want alle broers zijn bedriegers, Een lasteraar iedere vriend;
5他们各人欺哄邻舍,不说真话; 他们教舌头学习说谎, 劳劳碌碌地作孽。
5Ze liegen maar tegen elkander, Nooit spreken ze waarheid. Ze hebben hun tong leren liegen, En putten zich uit in geveins,
6你的住处在诡诈的人中; 他们因行诡诈,不肯认识我。 这是耶和华说的。
6In geweld op geweld, In bedrog op bedrog; Mij willen ze niet kennen: Is de godsspraak van Jahweh!
7所以万军之耶和华如此说: 看哪,我要将他们熔化熬炼; 不然,我因我百姓 的罪 该怎样行呢?
7Daarom zegt Jahweh der heirscharen: Zie, Ik ga ze smelten en keuren; Wat kan Ik anders doen Met de dochter van mijn volk?
8他们的舌头是毒箭,说话诡诈; 人与邻舍口说和平话, 心却谋害他。
8Want hun tong is een moordende pijl, Het woord in hun mond is bedrog. Vrede! roept men zijn vrienden toe, Maar in zijn binnenste legt men ze strikken.
9耶和华说:我岂不因这些事讨他们的罪呢? 岂不报复这样的国民呢?
9En zou Ik dit alles niet straffen: Is de godsspraak van Jahweh: Op zulk een volk Mij niet wreken!
10我要为山岭哭泣悲哀, 为旷野的草场扬声哀号; 因为都已干焦,甚至无人经过。 人也听不见牲畜鸣叫, 空中的飞鸟和 地上的 野兽都已逃去。
10Heft een wee- en jammerklacht aan op de bergen, Een klaaglied op de dreven der steppe: Want ze liggen verlaten, er trekt niemand doorheen, Men hoort er niet meer het blaten der kudde; De vogels uit de lucht met het vee Zijn weggevlucht en verdwenen.
11我必使 耶路撒冷 变为乱堆,为野狗的住处, 也必使 犹大 的城邑变为荒场,无人居住。
11Van Jerusalem ga Ik een puinhoop maken, een jakhalzen-hol; Van de steden van Juda een wildernis zonder bewoners!
12谁是智慧人,可以明白这事?耶和华的口向谁说过,使他可以传说?遍地为何灭亡,干焦好像旷野,甚至无人经过呢?
12Wie wijs is, hij zal het begrijpen, Tot wien Jahweh’s mond heeft gesproken, hij zal het verkonden: Waarom dit land te gronde moet gaan, Verlaten als een woestijn, waar niemand doorheen trekt!
13耶和华说:「因为这百姓离弃我在他们面前所设立的律法,没有遵行,也没有听从我的话;
13Jahweh zegt: Omdat ze mijn wet hebben verlaten, Die Ik hun had gegeven; Naar mijn stem niet hebben geluisterd, En er niet naar hebben geleefd;
14只随从自己顽梗的心行事,照他们列祖所教训的随从众 巴力 。」
14Maar hun afgestompt hart zijn gevolgd, En de Báals, zoals hun vaders het hen hadden geleerd.
15所以万军之耶和华— 以色列 的 神如此说:「看哪,我必将茵 给这百姓吃,又将苦胆水给他们喝。
15Daarom zegt Jahweh der heirscharen, Israëls God: Zie, Ik ga dit volk met alsem voeden, en drenken met gif;
16我要把他们散在列邦中,就是他们和他们列祖素不认识的列邦。我也要使刀剑追杀他们,直到将他们灭尽。」
16Ik ga ze verstrooien onder de volken, Die zijzelf noch hun vaders hebben gekend; En Ik zend hun het zwaard achterna, Totdat Ik ze geheel heb vernield!
17万军之耶和华如此说: 你们应当思想, 将 善 唱哀歌的妇女召来, 又打发人召善 哭 的妇女来,
17Dit zegt Jahweh der heirscharen: Gaat klaagvrouwen zoeken, laat ze komen; De bekwaamsten ontbieden, Dat ze komen, zich spoeden;
18叫她们速速为我们举哀, 使我们眼泪汪汪, 使我们的眼皮涌出水来。
18Laat ze een klaaglied over ons jammeren, Dat onze ogen stromen van tranen, Onze wimpers druipen van water.
19因为听见哀声出于 锡安 , 说 : 我们怎样败落了! 我们大大地惭愧! 我们撇下地土; 人也拆毁了我们的房屋。
19Hoort! Een jammerklacht Wordt uit Sion vernomen: Hoe zijn we vernield, Hoe diep beschaamd; Want we moeten het land verlaten. Men heeft onze huizen verwoest.
20妇女们哪,你们当听耶和华的话, 领受他口中的言语; 又当教导你们的儿女举哀, 各人教导邻舍唱哀歌。
20Ach vrouwen, hoort het woord van Jahweh, Laat uw oren luisteren naar het woord van zijn mond; Leert uw dochters een treurzang, Elkander een klaaglied;
21因为死亡上来, 进了我们的窗户, 入了我们的宫殿; 要从外边剪除孩童, 从街上剪除少年人。
21Want de dood is door onze vensters geklommen, En onze paleizen binnengedrongen! Hij maait de kinderen weg van de straat, De jeugd van de pleinen;
22你当说,耶和华如此说: 人的尸首必倒在田野像粪土, 又像收割的人遗落的一把 禾稼 , 无人收取。
22De mensenlijken liggen neer Als mest op de akker; Als halmen achter den maaier, Die niemand leest!
23耶和华如此说:「智慧人不要因他的智慧夸口,勇士不要因他的勇力夸口,财主不要因他的财物夸口。
23Zo spreekt Jahweh: De wijze roeme niet op zijn wijsheid, De sterke roeme niet op zijn sterkte, De rijke roeme niet op zijn rijkdom.
24夸口的却因他有聪明,认识我是耶和华,又知道我喜悦在世上施行慈爱、公平,和公义,以此夸口。这是耶和华说的。」
24Wie roemen wil, moet hierin roemen: Dat hij verstandig is, en Mij erkent, Dat Ik Jahweh ben, die genade oefent, Recht en gerechtigheid op aarde; Want daarin heb Ik behagen, spreekt Jahweh!
25耶和华说:「看哪,日子将到,我要刑罚一切受过割礼、 心 却未受割礼的,
25Zie, de dagen komen, spreekt Jahweh, Dat Ik op alle besnedenen afkom, die onbesneden bleven:
26就是 埃及 、 犹大 、 以东 、 亚扪 人、 摩押 人,和一切住在旷野剃周围 头发 的;因为列国人都没有受割礼, 以色列 人心中也没有受割礼。」
26Op Egypte, Juda en Edom, Op de zonen van Ammon en Moab; Op allen ook, die zich de slapen scheren En de steppe bewonen! Want alle heidenen zijn onbesneden, Maar heel Israëls huis is onbesneden van hart!

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.