耶利米书 45
Chinese Union Version, punctuated (Simplified)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1犹大 王 约西亚 的儿子 约雅敬 第四年, 尼利亚 的儿子 巴录 将先知 耶利米 口中所说的话写在书上。 耶利米 说:
1Het woord, dat de profeet Jeremias tot Baruk sprak, den zoon van Neri-ja, toen deze in het vierde jaar van Jojakim, den zoon van Josias en koning van Juda, deze woorden volgens mondelinge opgave van Jeremias te boek had gesteld.
2「 巴录 啊,耶和华— 以色列 的 神说:
2Zo spreekt Jahweh, Israëls God, over u, Baruk!
3巴录 曾说:『哀哉!耶和华将忧愁加在我的痛苦上,我因唉哼而困乏,不得安歇。』
3Gij zegt: Wee mij! Want Jahweh hoopt nog smart op mijn jammer; Ik ben uitgeput van mijn zuchten, En rust vind ik niet!
4你要这样告诉他,耶和华如此说:我所建立的,我必拆毁;我所栽植的,我必拔出;在全地我都如此行。
4Dit moet ge hem zeggen: Zo spreekt Jahweh! Zie, wat Ik gebouwd heb, breek Ik weer af, Wat Ik geplant heb, ruk Ik uit! Zo handel Ik met heel de aarde:
5你为自己图谋大事吗?不要图谋!我必使灾祸临到凡有血气的。但你无论往哪里去,我必使你以自己的命为掠物。这是耶和华说的。」
5En gij zoudt grote dingen vragen? Verlang ze toch niet! Zie, wat Ik gebouwd heb, breek Ik weer af, Is de godsspraak van Jahweh! Maar u geef Ik lijfsbehoud tot uw buit, Op alle plaatsen, waar ge ook gaat!
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.