Jeremia 45
Londona Biblio (Esperanto, 1910)Translation
Londona Biblio (Esperanto, 1910)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1Jen estas la vorto, kiun la profeto Jeremia diris al Baruĥ, filo de Nerija, kiam ĉi tiu skribis tiujn vortojn en libron sub diktado de Jeremia, en la kvara jaro de Jehojakim, filo de Joŝija, reĝo de Judujo:
1Het woord, dat de profeet Jeremias tot Baruk sprak, den zoon van Neri-ja, toen deze in het vierde jaar van Jojakim, den zoon van Josias en koning van Juda, deze woorden volgens mondelinge opgave van Jeremias te boek had gesteld.
2Tiele diras la Eternulo, Dio de Izrael, pri vi, ho Baruĥ:
2Zo spreekt Jahweh, Israëls God, over u, Baruk!
3Vi diris: Ve al mi! ĉar la Eternulo aldonis malĝojon al mia suferado; mi laciĝis de mia ĝemado, kaj mi ne trovas ripozon.
3Gij zegt: Wee mij! Want Jahweh hoopt nog smart op mijn jammer; Ik ben uitgeput van mijn zuchten, En rust vind ik niet!
4Tiele diru al li: Tiele diras la Eternulo: Jen tion, kion Mi konstruis, Mi detruas, kaj kion Mi plantis, tion Mi elradikigas, ĉi tiun tutan Mian landon;
4Dit moet ge hem zeggen: Zo spreekt Jahweh! Zie, wat Ik gebouwd heb, breek Ik weer af, Wat Ik geplant heb, ruk Ik uit! Zo handel Ik met heel de aarde:
5kaj vi postulas por vi grandaĵon! Ne postulu; ĉar jen Mi venigos malbonon sur ĉiun karnon, diras la Eternulo, sed al vi Mi donos vian animon kiel akiron sur ĉiuj lokoj, kien vi iros.
5En gij zoudt grote dingen vragen? Verlang ze toch niet! Zie, wat Ik gebouwd heb, breek Ik weer af, Is de godsspraak van Jahweh! Maar u geef Ik lijfsbehoud tot uw buit, Op alle plaatsen, waar ge ook gaat!
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.