กันดารวิถี 10
Freedom Bible (Thai)Translation
Freedom Bible (Thai)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1พระยาห์เวห์ตรัสกับโมเสสว่า
1Nog sprak Jahweh tot Moses:
2“จงทำแตรเงิน 2 คัน เป็นงานตีขึ้นรูป ใช้สำหรับเรียกชุมนุมชนมารวมกันและสั่งให้ค่ายต่าง ๆ ออกเดินทาง
2Maak u twee zilveren trompetten van drijfwerk. Zij zullen dienen, om de gemeenschap bijeen te roepen en de kampen te doen opbreken.
3เมื่อเป่าแตรทั้ง 2 คัน ให้ชุมนุมชนทั้งหมดมารวมกันรอบตัวเจ้าที่ทางเข้าเต็นท์นัดพบ
3Blaast men op beide, dan moet heel de gemeenschap zich bij u verzamelen aan de ingang van de openbaringstent.
4แต่ถ้าเป่าเพียงคันเดียว ให้บรรดาผู้นำซึ่งเป็นหัวหน้ากลุ่มพันคนของอิสราเอลมารวมกันรอบตัวเจ้า
4Blaast men er één, dan moeten de aanvoerders, de stamhoofden van Israël, zich bij u vervoegen.
5เมื่อพวกเจ้าเป่าแตรเป็นสัญญาณ ให้ค่ายต่าง ๆ ทางด้านตะวันออกออกเดินทาง
5Maar laat ge ze schetteren, dan moeten de kampen opbreken, die ten oosten zijn gelegerd;
6เมื่อพวกเจ้าเป่าแตรเป็นสัญญาณครั้งที่ 2 ให้ค่ายต่าง ๆ ทางด้านใต้ออกเดินทาง ต้องเป่าแตรเป็นสัญญาณเพื่อให้พวกเขาออกเดินทาง
6laat ge ze voor de tweede maal schetteren, dan moeten de kampen opbreken, die in het zuiden zijn gelegerd; laat ge ze voor de derde maal schetteren, dan moeten de kampen opbreken, die in het westen zijn gelegerd; en laat ge ze voor de vierde maal schetteren, dan moeten de kampen opbreken, die in het noorden zijn gelegerd. Het schetteren is dus een teken, om op te breken;
7แต่เมื่อจะเรียกที่ประชุมมารวมกัน ให้เป่าแตรโดยไม่ใช้เสียงสัญญาณ
7om de gemeente bijeen te roepen, moet ge blazen, maar niet schetteren.
8“ให้บุตรทั้งหลายของอาโรนผู้เป็นปุโรหิตเป่าแตร นี่จะเป็นข้อกำหนดถาวรสำหรับพวกเจ้าตลอดทุกชั่วอายุ
8De zonen van Aäron, de priesters, moeten op de trompetten blazen; dit is een eeuwige wet van geslacht tot geslacht.
9เมื่อพวกเจ้าออกไปทำสงครามในแผ่นดินของตนกับศัตรูผู้กดขี่ จงเป่าแตรเป็นสัญญาณ แล้วพระยาห์เวห์พระเจ้าของพวกเจ้าจะทรงระลึกถึงพวกเจ้า และพวกเจ้าจะรอดพ้นจากศัตรู
9En wanneer gij in uw land ten strijde trekt tegen den vijand, die u belaagt, dan moet ge op de trompetten schetteren; zo zult ge bij Jahweh, uw God, in herinnering worden gebracht, en van uw vijanden worden verlost.
10“ในวันแห่งความยินดีของพวกเจ้า ในเทศกาลตามกำหนด และในวันต้นเดือน จงเป่าแตรเหนือเครื่องเผาบูชาและเครื่องสันติบูชาของพวกเจ้า แตรเหล่านี้จะเป็นเครื่องเตือนความจำสำหรับพวกเจ้าต่อหน้าพระเจ้าของพวกเจ้า เราคือพระยาห์เวห์พระเจ้าของพวกเจ้า”
10Ook op uw vreugdedagen en feesten, en op de eerste dag van uw maanden, moet ge bij uw brand- en uw vredeoffers op de trompetten blazen; zo zullen zij u bij uw God in herinnering brengen. Ik ben Jahweh, uw God!
11ในวันที่ 20 เดือนที่ 2 ปีที่ 2 เมฆลอยขึ้นจากบริเวณเหนือพลับพลาแห่งพันธสัญญา
11In het tweede jaar, in de tweede maand, op de twintigste dag van de maand verhief zich de wolk boven de verbondstabernakel.
12ชาวอิสราเอลจึงออกเดินทางเป็นช่วง ๆ จากถิ่นทุรกันดารซีนาย แล้วเมฆมาหยุดอยู่ในถิ่นทุรกันดารปาราน
12Toen braken de Israëlieten op, en trokken van halte tot halte uit de woestijn van de Sinaï weg. Eerst in de woestijn Paran bleef de wolk rusten.
13นี่เป็นครั้งแรกที่พวกเขาออกเดินทางตามพระบัญชาที่พระยาห์เวห์ประทานผ่านโมเสส
13Dit was de eerste keer, dat zij optrokken volgens Jahweh’s bevel, dat hun door Moses was meegedeeld.
14ธงประจำค่ายของชาวยูดาห์ออกเดินทางก่อนตามกองของพวกเขา นาห์โชนบุตรอัมมีนาดับเป็นผู้บัญชาการกองของยูดาห์
14Het eerst trok de banier van het leger der Judeërs op, naar hun afdelingen ingedeeld. Over hun eigen afdeling stond Naässon, de zoon van Amminadab;
15เนธันเอลบุตรศุอาร์เป็นผู้บัญชาการกองของเผ่าอิสสาคาร์
15over de afdeling van de stam der Issakarieten stond Netanel, de zoon van Soear;
16เอลีอับบุตรเฮโลนเป็นผู้บัญชาการกองของเผ่าเศบูลุน
16over de afdeling van de stam der Zabulonieten stond Eliab, de zoon van Chelon.
17จากนั้นมีการรื้อพลับพลา และลูกหลานเกอร์โชนกับลูกหลานเมรารีผู้หามพลับพลาก็ออกเดินทาง
17Dan werd de tabernakel neergehaald, en braken de zonen van Gersjon en Merari op, die de tabernakel moesten dragen.
18ธงประจำค่ายของรูเบนออกเดินทางตามกองของพวกเขา เอลีซูร์บุตรเชเดอูร์เป็นผู้บัญชาการกองของรูเบน
18Daarna trok de banier van het leger der Rubenieten op, naar hun afdelingen ingedeeld. Over hun eigen afdeling stond Elisoer, de zoon van Sjedeoer;
19เชลูมิเอลบุตรศูริชัดไดเป็นผู้บัญชาการกองของเผ่าสิเมโอน
19over de afdeling van de stam der Simeonieten stond Sjeloemiël, de zoon van Soerisjaddai;
20เอลียาสาฟบุตรเดอูเอลเป็นผู้บัญชาการกองของเผ่ากาด
20over de afdeling van de stam der Gadieten stond Eljasaf, de zoon van Deoeël.
21ลูกหลานโคฮาทผู้หามสถานบริสุทธิ์ออกเดินทาง ส่วนกลุ่มอื่น ๆ ตั้งพลับพลาให้เสร็จก่อนที่พวกเขาจะมาถึง
21Dan braken de zonen van Kehat op, die de heilige zaken moesten dragen. Als zij ergens aankwamen, had men de tabernakel weer opgericht.
22ธงประจำค่ายของชาวเอฟราอิมออกเดินทางตามกองของพวกเขา เอลีชามาบุตรอัมมีฮูดเป็นผู้บัญชาการกองของเอฟราอิม
22Vervolgens trok de banier van het leger der Efraïmieten op, naar hun afdelingen ingedeeld. Over hun eigen afdeling stond Elisjama, de zoon van Ammihoed;
23กามาลิเอลบุตรเปดาห์ซูร์เป็นผู้บัญชาการกองของเผ่ามนัสเสห์
23over de afdeling van de stam der Manassieten stond Gamliël, de zoon van Pedasoer;
24อาบีดันบุตรกิเดโอนีเป็นผู้บัญชาการกองของเผ่าเบนยามิน
24over de afdeling van de stam der Benjamieten stond Abidan, de zoon van Gidoni.
25ธงประจำค่ายของชาวดานซึ่งเป็นกองระวังหลังของทุกค่ายออกเดินทางตามกองของพวกเขา อาหิเยเซอร์บุตรอัมมีชัดไดเป็นผู้บัญชาการกองของดาน
25Als achterhoede van alle legers trok de banier van het leger der Danieten op, naar hun afdelingen ingedeeld. Over hun eigen afdeling stond Achiézer, de zoon van Ammisjaddai.
26ปากีเอลบุตรโอครานเป็นผู้บัญชาการกองของเผ่าอาเชอร์
26Over de afdeling van de stam der Aserieten stond Pagiël, de zoon van Okran;
27อาหิราบุตรเอนันเป็นผู้บัญชาการกองของเผ่านัฟทาลี
27over de afdeling van de stam der Neftalieten stond Achira, de zoon van Enan.
28นี่คือลำดับการเดินทางของชาวอิสราเอลตามกองของพวกเขา และพวกเขาก็ออกเดินทาง
28Dit was de rangschikking der Israëlieten, ingedeeld naar hun afdelingen. Toen zij vertrokken,
29โมเสสพูดกับโฮบับบุตรเรอูเอลชาวมีเดียน ผู้เป็นพ่อตาของโมเสสว่า “เรากำลังเดินทางไปยังสถานที่ซึ่งพระยาห์เวห์ตรัสถึงว่า ‘เราจะมอบที่นั่นให้พวกเจ้า’ จงไปกับเรา แล้วเราจะทำดีต่อท่าน เพราะพระยาห์เวห์ตรัสถึงสิ่งดีเกี่ยวกับอิสราเอลไว้แล้ว”
29sprak Moses tot zijn schoonvader Chobab, den zoon van Reoeël, den Midjaniet: Wij vertrekken naar de plaats, die Jahweh ons beloofd heeft te geven. Ga met ons mee, en wij zullen goed voor u zijn; want Jahweh heeft geluk beloofd aan Israël.
30โฮบับตอบว่า “ข้าจะไม่ไป แต่จะกลับไปยังแผ่นดินและญาติพี่น้องของข้า”
30Maar hij gaf hem ten antwoord: Ik ga niet met u mee, maar ik vertrek naar mijn land en mijn geboortegrond.
31โมเสสพูดว่า “โปรดอย่าจากพวกเราไปเลย เพราะท่านรู้ว่าเราควรตั้งค่ายอย่างไรในถิ่นทุรกันดาร และท่านเป็นหูเป็นตาให้เราได้
31Hij sprak: Verlaat ons toch niet; want gij kent de geschikte legerplaatsen voor ons in de woestijn, en gij kunt onze gids zijn.
32ถ้าท่านไปกับเรา เมื่อพระยาห์เวห์ทรงทำสิ่งดีใดแก่เรา เราก็จะทำสิ่งดีนั้นแก่ท่านด้วย”
32Wanneer gij met ons meegaat, dan zullen wij ook u in de voorspoed doen delen, die Jahweh ons zal schenken.
33พวกเขาออกจากภูเขาของพระยาห์เวห์ เดินทางไปเป็นระยะทาง 3 วัน หีบแห่งพันธสัญญาของพระยาห์เวห์นำหน้าพวกเขาไปเป็นระยะทาง 3 วัน เพื่อหาที่พักให้พวกเขา
33Zo trokken zij weg van de berg van Jahweh drie dagreizen ver. Want de ark van Jahweh’s Verbond ging drie dagen lang voor hen uit, om voor hen een rustplaats te zoeken;
34เมฆของพระยาห์เวห์อยู่เหนือพวกเขาในเวลากลางวัน เมื่อพวกเขาออกจากค่าย
34ook toen zij uit de legerplaats waren opgetrokken, bleef de wolk van Jahweh overdag boven hen.
35เมื่อหีบออกเดินทาง โมเสสกล่าวว่า “ข้าแต่พระยาห์เวห์ ขอทรงลุกขึ้นเถิด ขอให้ศัตรูของพระองค์กระจัดกระจาย และให้บรรดาผู้ที่เกลียดชังพระองค์หนีไปให้พ้นเบื้องหน้าพระองค์!”
35Als de ark dan optrok, sprak Moses: Rijs op, Jahweh, en uw vijanden stuiven uiteen, Die U haten vluchten weg voor uw aanschijn!
36เมื่อหีบหยุดพัก เขากล่าวว่า “ข้าแต่พระยาห์เวห์ ขอทรงกลับมายังอิสราเอล ซึ่งมีอยู่นับหมื่นนับพันเถิด”
36En als zij stil hield, sprak hij: Zet U neder, o Jahweh Bij de duizend maal tienduizenden van Israël!
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.