ยอห์น 19
Freedom Bible (Thai)Translation
Freedom Bible (Thai)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1จากนั้น ปีลาตจึงนำพระเยซูไปเฆี่ยน
1Toen liet Pilatus Jesus geselen.
2พวกทหารสานหนามเป็นมงกุฎสวมบนศีรษะของพระองค์ และเอาเสื้อคลุมสีม่วงให้พระองค์สวม
2En de soldaten vlochten een kroon van doornen, en zetten ze Hem op het hoofd; ze wierpen Hem een purperen mantel om,
3พวกเขาพูดซ้ำ ๆ ว่า “ขอกษัตริย์ของชาวยิวจงเจริญ!” และตบพระองค์ซ้ำ ๆ
3traden op Hem toe, en zeiden: Wees gegroet, koning der Joden. En ze sloegen Hem in het gelaat.
4ปีลาตออกมาอีกครั้ง และกล่าวกับพวกเขาว่า “ดูสิ ข้าพเจ้าพาเขาออกมาให้พวกคุณ เพื่อให้พวกคุณรู้ว่า ข้าพเจ้าไม่พบเหตุที่จะตั้งข้อหาเขา”
4Nu kwam Pilatus weer naar buiten, en sprak tot hen: Zie, ik breng Hem u naar buiten, om u te doen weten, dat ik volstrekt geen schuld in Hem vind.
5พระเยซูจึงออกมา โดยสวมมงกุฎหนามและเสื้อคลุมสีม่วง ปีลาตกล่าวกับพวกเขาว่า “ดูสิ ชายคนนี้!”
5Jesus kwam dus naar buiten, met de doornenkroon en de purperen mantel. En hij sprak tot hen: Ziet den mens.
6เมื่อบรรดาหัวหน้าปุโรหิตและเจ้าหน้าที่เห็นพระองค์ พวกเขาก็ร้องว่า “ตรึงเขาบนกางเขน! ตรึงเขาบนกางเขน!” ปีลาตกล่าวกับพวกเขาว่า “พวกคุณเอาเขาไปตรึงบนกางเขนเองเถอะ เพราะข้าพเจ้าไม่พบเหตุที่จะตั้งข้อหาเขา”
6Maar toen de opperpriesters en trawanten Hem zagen, schreeuwden ze het uit: Aan het kruis, aan het kruis met Hem! Pilatus zei hun: Neemt Hem zelf, en kruisigt Hem; want ik vind geen schuld in Hem.
7ชาวยิวตอบเขาว่า “พวกเรามีธรรมบัญญัติ และตามธรรมบัญญัติของพวกเรา เขาสมควรตาย เพราะเขาตั้งตัวเป็นพระบุตรของพระเจ้า”
7De Joden antwoordden hem: We hebben een Wet, en volgens de Wet moet Hij sterven; want Hij heeft Zich uitgegeven voor Zoon van God.
8เมื่อปีลาตได้ยินคำนี้ เขาก็ยิ่งกลัว
8Toen Pilatus dit hoorde, werd hij nog meer bevreesd.
9เขาเข้าไปในที่ว่าการอีก และถามพระเยซูว่า “ท่านมาจากไหน?” แต่พระเยซูไม่ตอบเขา
9Hij ging opnieuw het rechthuis binnen, en sprak tot Jesus: Van waar zijt Gij? Maar Jesus gaf hem geen antwoord.
10ปีลาตจึงถามพระองค์ว่า “ท่านไม่พูดกับข้าพเจ้าหรือ? ท่านไม่รู้หรือว่า ข้าพเจ้ามีสิทธิอำนาจที่จะปล่อยท่าน และมีสิทธิอำนาจที่จะตรึงท่านบนกางเขน?”
10Pilatus zeide Hem dus: Staat Gij mij niet te woord? Weet Gij niet, dat ik de macht heb, om U vrij te laten, en de macht, om U te kruisigen?
11พระเยซูตอบว่า “ท่านจะไม่มีสิทธิอำนาจเหนือเราเลย ถ้าไม่ได้รับมอบจากเบื้องบน เพราะฉะนั้น คนที่มอบเราให้ท่านจึงมีบาปมากกว่า”
11Jesus antwoordde: Ge zoudt niet de minste macht over Mij hebben, zo ze u niet van hogerhand was gegeven; die Mij aan u heeft overgeleverd, draagt daarom groter schuld.
12เมื่อได้ยินเช่นนี้ ปีลาตก็พยายามจะปล่อยพระองค์ แต่ชาวยิวร้องขึ้นว่า “ถ้าท่านปล่อยคนนี้ ท่านก็ไม่ใช่มิตรของซีซาร์! ทุกคนที่ตั้งตัวเป็นกษัตริย์ย่อมต่อต้านซีซาร์!”
12Om die reden trachtte Pilatus Hem in vrijheid te stellen. Maar de Joden schreeuwden het uit: Als ge Hem vrijlaat, zijt ge niet keizersgezind. Wie zich voor koning uitgeeft, staat tegen den keizer op.
13เมื่อปีลาตได้ยินถ้อยคำเหล่านี้ เขาพาพระเยซูออกมา และนั่งลงบนบัลลังก์พิพากษา ณ สถานที่ที่เรียกว่า “ลานปูหิน” แต่ภาษาฮีบรูเรียกว่า “กาบบาธา”
13Toen Pilatus dit hoorde, leidde hij Jesus naar buiten, en zette zich op de rechterstoel neer, op de plaats die Litostrótos heet, Gábbata in het hebreeuws.
14วันนั้นเป็นวันเตรียมปัสกา เวลาประมาณชั่วโมงที่หก เขากล่าวกับชาวยิวว่า “นี่คือกษัตริย์ของพวกคุณ!”
14Het was nu daags voor het paasfeest, ongeveer het zesde uur. En hij sprak tot de Joden: Ziet uw koning.
15พวกเขาร้องว่า “เอาเขาไป! เอาเขาไป! ตรึงเขาบนกางเขน!” ปีลาตถามพวกเขาว่า “จะให้ข้าพเจ้าตรึงกษัตริย์ของพวกคุณบนกางเขนหรือ?” บรรดาหัวหน้าปุโรหิตตอบว่า “พวกเราไม่มีกษัตริย์อื่นนอกจากซีซาร์!”
15Maar ze schreeuwden: Weg, weg met Hem! Kruisig Hem! Pilatus zei hun: Zal ik uw Koning kruisigen? De opperpriesters antwoordden: We hebben geen koning dan Caesar.
16จากนั้น ปีลาตจึงมอบพระองค์ให้พวกเขานำไปตรึงบนกางเขน พวกเขาจึงรับตัวพระเยซูและพาพระองค์ไป
16Toen gaf hij Hem aan hen over, om gekruisigd te worden. Men voerde Jesus dus weg;
17พระองค์ออกไปโดยแบกกางเขนของพระองค์เอง ไปยังสถานที่ที่เรียกว่า “สถานที่แห่งกะโหลกศีรษะ” ซึ่งภาษาฮีบรูเรียกว่า “กลโกธา”
17Zelf droeg Hij het kruis. Zo trok Hij naar buiten naar de zogenaamde Schedelplaats, die in het hebreeuws Gólgota wordt genoemd.
18ที่นั่น พวกเขาตรึงพระองค์บนกางเขน พร้อมกับอีกสองคน คนหนึ่งอยู่ข้างหนึ่ง อีกคนอยู่อีกข้าง และพระเยซูอยู่ตรงกลาง
18Daar kruisigde men Hem; en met Hem nog twee anderen, aan elke zijde één, en Jesus in het midden.
19ปีลาตเขียนป้ายติดไว้บนกางเขนด้วย ข้อความบนป้ายเขียนว่า “เยซูชาวนาซาเร็ธ กษัตริย์ของชาวยิว”
19Pilatus had ook een opschrift doen schrijven, en het aan het kruis laten hechten. Er stond op geschreven: Jesus van Názaret, de Koning der Joden.
20ชาวยิวหลายคนอ่านป้ายนี้ เพราะสถานที่ที่ตรึงพระเยซูบนกางเขนอยู่ใกล้เมือง และป้ายนั้นเขียนเป็นภาษาฮีบรู ละติน และกรีก
20Vele Joden lazen dit opschrift; want de plaats waar Jesus gekruisigd werd, lag dicht bij de stad, en het was geschreven in het hebreeuws, grieks en latijn.
21บรรดาหัวหน้าปุโรหิตของชาวยิวจึงพูดกับปีลาตว่า “อย่าเขียนว่า ‘กษัตริย์ของชาวยิว’ แต่ให้เขียนว่า ‘เขาพูดว่า “เราเป็นกษัตริย์ของชาวยิว”’”
21De opperpriesters der Joden zeiden dus tot Pilatus: Schrijf niet: De koning der Joden; maar: Hij heeft gezegd: Ik ben de koning der Joden.
22ปีลาตตอบว่า “สิ่งที่ข้าพเจ้าเขียนแล้ว ก็เขียนแล้ว”
22Pilatus antwoordde: Wat ik geschreven heb, blijft geschreven.
23เมื่อพวกทหารตรึงพระเยซูบนกางเขนแล้ว พวกเขาเอาเสื้อผ้าของพระองค์มาแบ่งเป็นสี่ส่วน ให้ทหารแต่ละคนส่วนหนึ่ง และเอาเสื้อตัวในมาด้วย เสื้อตัวในนั้นไม่มีตะเข็บ ทอต่อเนื่องจากด้านบนตลอดทั้งตัว
23Toen de soldaten Jesus dus hadden gekruisigd, namen ze zijn klederen in bezit, en verdeelden ze in vieren; één deel voor elken soldaat, behalve nog het onderkleed. Dat onderkleed was zonder naad, uit één stuk geweven van boven tot onder.
24พวกเขาจึงพูดกันว่า “อย่าฉีกเสื้อนี้เลย แต่ให้จับสลากกันว่าใครจะได้” ทั้งนี้เพื่อให้พระคัมภีร์สำเร็จ ซึ่งกล่าวว่า “พวกเขาแบ่งเสื้อผ้าของเรากัน และจับสลากเอาเสื้อผ้าของเรา” พวกทหารจึงทำสิ่งเหล่านี้
24Ze zeiden dus tot elkander: Laten we het niet in stukken scheuren, maar er om loten, wie het krijgt. Zo zou de Schrift worden vervuld: “Ze hebben mijn klederen onder elkander verdeeld, En over mijn gewaad het lot geworpen.” En zo deden het dus de soldaten.
25คนที่ยืนอยู่ข้างกางเขนของพระเยซูมีมารดาของพระองค์ พี่น้องหญิงของมารดาพระองค์ มารีย์ภรรยาของโคลปัส และมารีย์ชาวมักดาลา
25Bij het kruis van Jesus stonden zijn moeder, de zuster zijner moeder, Maria van Klopas en Maria Magdalena.
26เมื่อพระเยซูเห็นมารดาของพระองค์ และสาวกคนที่พระองค์รักยืนอยู่ใกล้ ๆ พระองค์กล่าวกับมารดาว่า “หญิงเอ๋ย นี่คือลูกชายของท่าน!”
26Jesus zag zijn moeder staan, en naast haar den leerling, dien Hij beminde. En Hij sprak tot zijn moeder: Vrouw, ziedaar uw zoon.
27แล้วพระองค์กล่าวกับสาวกคนนั้นว่า “นี่คือแม่ของท่าน!” ตั้งแต่วาระนั้นเป็นต้นมา สาวกคนนั้นก็รับนางไปอยู่ในบ้านของตน
27Daarna sprak Hij tot den leerling: Ziedaar uw moeder. En van dat ogenblik af nam de leerling haar bij zich op.
28หลังจากนั้น พระเยซูเห็นว่าทุกสิ่งเสร็จสิ้นแล้ว พระองค์จึงกล่าวเพื่อให้พระคัมภีร์สำเร็จว่า “เรากระหายน้ำ!”
28Toen wist Jesus, dat thans alles was volbracht; Hij sprak, opdat de Schrift zou worden vervuld: Ik heb dorst.
29ที่นั่นมีภาชนะใส่น้ำส้มสายชูอยู่เต็ม พวกเขาจึงเอาฟองน้ำชุบน้ำส้มสายชูจนเต็ม เสียบกับกิ่งหุสบ แล้วยกขึ้นไปที่ปากของพระองค์
29Er stond daar een kruik met azijn; men stak dan een spons vol azijn op een hysopstengel, en bracht ze Hem aan de mond.
30เมื่อพระเยซูรับน้ำส้มสายชูแล้ว พระองค์กล่าวว่า “สำเร็จแล้ว!” จากนั้นพระองค์ก้มศีรษะและมอบจิตวิญญาณของพระองค์
30Toen Jesus de azijn had genuttigd, zeide Hij: Het is volbracht. Hij boog het hoofd, en gaf de geest.
31เนื่องจากวันนั้นเป็นวันเตรียม ชาวยิวไม่ต้องการให้ศพคงอยู่บนกางเขนในวันสะบาโต เพราะวันสะบาโตนั้นเป็นวันสำคัญ พวกเขาจึงขอปีลาตให้หักขาของคนเหล่านั้น และเอาศพลง
31Daar het daags voor het paasfeest was, en er op de sabbat geen lijken aan het kruis mochten blijven, (het was nog wel een grote sabbat,) verzochten de Joden aan Pilatus, dat men hun de benen zou breken, en hen afnemen.
32พวกทหารจึงมาหักขาของคนแรก และของอีกคนที่ถูกตรึงบนกางเขนพร้อมกับพระองค์
32Daarom kwamen de soldaten en braken de benen van den eerste, die met Hem was gekruisigd, daarna die van den tweede.
33แต่เมื่อพวกเขามาถึงพระเยซู และเห็นว่าพระองค์ตายแล้ว ก็ไม่ได้หักขาของพระองค์
33Toen ze bij Jesus waren gekomen en zagen, dat Hij reeds was gestorven, braken ze Hem de benen niet.
34แต่ทหารคนหนึ่งใช้หอกแทงสีข้างของพระองค์ และทันใดนั้นก็มีเลือดและน้ำไหลออกมา
34Maar een der soldaten doorboorde met een lans zijn zijde; en aanstonds vloeide er bloed uit en water.
35ผู้ที่เห็นเหตุการณ์นี้ได้เป็นพยานยืนยัน และคำพยานของเขาเป็นความจริง เขารู้ว่าตนพูดความจริง เพื่อพวกคุณจะเชื่อ
35En hij, die het gezien heeft, legt er getuigenis van af, opdat ook gij geloven moogt. Zijn getuigenis is waarachtig; ook Hij weet, dat hij de waarheid zegt.
36สิ่งเหล่านี้เกิดขึ้นเพื่อให้พระคัมภีร์สำเร็จว่า “กระดูกของพระองค์จะไม่หักแม้แต่ชิ้นเดียว”
36Want dit is geschied, opdat de Schrift zou worden vervuld: “Geen been zal Hem verbrijzeld worden”.
37และพระคัมภีร์อีกข้อหนึ่งกล่าวว่า “พวกเขาจะมองดูพระองค์ผู้ที่พวกเขาแทง”
37En weer een ander Schriftwoord zegt: “Ze zullen opzien tot Hem, dien ze hebben doorboord”.
38หลังจากนั้น โยเซฟชาวอาริมาเธีย ซึ่งเป็นสาวกของพระเยซูอย่างลับ ๆ เพราะกลัวชาวยิว ได้ขอปีลาตให้อนุญาตนำร่างของพระเยซูไป ปีลาตอนุญาต เขาจึงมานำร่างของพระองค์ไป
38Josef van Arimatea, die een leerling van Jesus was, maar alleen in het geheim uit vrees voor de Joden, vroeg daarna verlof aan Pilatus, om Jesus’ lichaam te mogen afnemen; en Pilatus stond het hem toe. Hij kwam dan, en nam zijn lichaam af.
39นิโคเดมัส ผู้ที่ตอนแรกมาหาพระเยซูในเวลากลางคืน ก็มาด้วย โดยนำมดยอบผสมกับไม้กฤษณามาประมาณหนึ่งร้อยปอนด์โรมัน
39Nikodemus, die vroeger Hem ‘s nachts had bezocht, kwam eveneens, en bracht een mengsel mee van mirre-hars en aloë-bladeren, ongeveer honderd pond.
40พวกเขาจึงนำร่างของพระเยซูมาพันด้วยผ้าลินินพร้อมกับเครื่องหอม ตามธรรมเนียมฝังศพของชาวยิว
40Ze namen het lichaam van Jesus, en wikkelden het in lijnwaad, te zamen met de geurige kruiden, zoals het onder de Joden bij begrafenis de gewoonte is.
41ณ สถานที่ที่พระองค์ถูกตรึงบนกางเขน มีสวนแห่งหนึ่ง และในสวนนั้นมีที่ฝังศพใหม่ ซึ่งยังไม่เคยวางศพใครไว้เลย
41Nu lag er op de plaats, waar Hij was gekruisigd, een hof, en in de hof een nieuw graf, waarin nog niemand was bijgezet.
42เพราะวันนั้นเป็นวันเตรียมของชาวยิว และที่ฝังศพอยู่ใกล้ พวกเขาจึงวางพระเยซูไว้ที่นั่น
42Daar het de vooravond van het paasfeest der Joden was, en het graf dichtbij, legden ze Jesus daarin neer.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.