ยอห์น 5
Freedom Bible (Thai)Translation
Freedom Bible (Thai)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1หลังจากนั้น มีเทศกาลหนึ่งของชาวยิว และพระเยซูขึ้นไปยังกรุงเยรูซาเล็ม
1Daarna was er een feest der Joden, en Jesus ging naar Jerusalem op.
2ในกรุงเยรูซาเล็มใกล้ประตูแกะ มีสระแห่งหนึ่งซึ่งในภาษาฮีบรูเรียกว่า “เบเธสดา” มีระเบียงที่มีหลังคาห้าแห่ง
2Nu is er te Jerusalem, bij de Schaapspoort, een badinrichting met vijf zuilengangen, in het hebreeuws Bezata geheten.
3คนป่วยจำนวนมาก คนตาบอด คนขาพิการ และคนเป็นอัมพาต นอนอยู่ตามระเบียงเหล่านั้น รอให้น้ำกระเพื่อม
3Daarin lag een grote menigte zieken, blinden, kreupelen, lammen, op de beweging van het water te wachten.
4เพราะบางครั้งทูตสวรรค์องค์หนึ่งลงไปในสระและทำให้น้ำกระเพื่อม หลังจากน้ำกระเพื่อม ใครลงไปก่อนก็จะหายจากโรคที่เป็นอยู่ ไม่ว่าจะเป็นโรคอะไร
4Want een engel des Heren daalde van tijd tot tijd naar de vijver af, en bracht het water in beroering; wie dan het eerst na de beweging van het water daarin afdaalde, werd gezond, aan wat kwaal hij ook leed.
5ที่นั่นมีชายคนหนึ่งป่วยมาสามสิบแปดปีแล้ว
5Daar was nu een man, die acht en dertig jaar ziek was.
6เมื่อพระเยซูเห็นเขานอนอยู่และรู้ว่าเขาป่วยมานาน พระองค์ถามเขาว่า “ท่านอยากหายดีไหม?”
6Toen Jesus hem zag liggen, en vernam, dat hij reeds lange tijd lijdende was, sprak Hij tot hem: Wilt ge gezond worden?
7คนป่วยตอบพระองค์ว่า “ท่านครับ ผมไม่มีใครช่วยพาผมลงสระตอนที่น้ำกระเพื่อม พอผมกำลังจะลง คนอื่นก็ลงไปก่อนผม”
7De zieke antwoordde Hem: Heer, ik heb niemand om mij in de vijver te helpen, als het water in beweging komt; en terwijl ik mij er heen sleep, gaat een ander er vóór mij in.
8พระเยซูกล่าวกับเขาว่า “ลุกขึ้น หยิบเสื่อของท่าน แล้วเดินไปเถอะ”
8Jesus sprak tot hem: Sta op, neem uw bed op, en ga.
9ชายคนนั้นก็หายดีทันที เขาหยิบเสื่อของตนแล้วเดินไป วันนั้นเป็นวันสะบาโต
9En aanstonds werd de man gezond; hij nam zijn rustbed op, en liep. Maar het was sabbat die dag.
10ชาวยิวจึงพูดกับชายที่หายโรคว่า “วันนี้เป็นวันสะบาโต ท่านไม่ได้รับอนุญาตให้แบกเสื่อ”
10De Joden zeiden dus tot den genezene: Het is sabbat; ge moogt uw rustbed niet dragen.
11เขาตอบว่า “คนที่ทำให้ผมหายดีบอกผมว่า ‘หยิบเสื่อของท่าน แล้วเดินไป’ ”
11Hij antwoordde hun: Die mij gezond heeft gemaakt, heeft me gezegd: Neem uw bed op, en ga.
12พวกเขาจึงถามเขาว่า “คนที่บอกท่านว่า ‘หยิบเสื่อของท่าน แล้วเดินไป’ คือใคร?”
12Ze vroegen hem: Wie is de man, die u zeide: Neem uw bed op, en ga?
13แต่ชายที่หายดีไม่รู้ว่าเป็นใคร เพราะพระเยซูหลบออกไปท่ามกลางฝูงชนที่อยู่ตรงนั้นแล้ว
13Maar de genezene wist niet, wie het was; want Jesus had Zich onder de menigte teruggetrokken, die zich daar ter plaatse bevond.
14ต่อมาพระเยซูพบเขาในพระวิหาร และกล่าวกับเขาว่า “ดูสิ ตอนนี้ท่านหายดีแล้ว อย่าทำบาปอีก เพื่อจะไม่มีสิ่งที่เลวร้ายกว่านี้เกิดขึ้นกับท่าน”
14Later trof Jesus hem in de tempel, en sprak tot hem: Zie, ge zijt gezond geworden: zondig niet meer, opdat u niets ergers overkomt.
15ชายคนนั้นจึงไปบอกชาวยิวว่า ผู้ที่ทำให้เขาหายดีคือพระเยซู
15De man ging nu aan de Joden berichten, dat het Jesus was, die hem had genezen.
16ชาวยิวจึงข่มเหงพระเยซูและพยายามจะฆ่าพระองค์ เพราะพระองค์ทำสิ่งเหล่านี้ในวันสะบาโต
16Daarom werd Jesus door de Joden vervolgd, omdat Hij zo iets op de sabbat deed.
17แต่พระเยซูตอบพวกเขาว่า “พระบิดาของเรายังทำงานอยู่ เราก็ทำงานเช่นกัน”
17Maar Jesus antwoordde hun: Mijn Vader werkt tot heden toe; zo doe Ik het ook.
18ชาวยิวจึงยิ่งพยายามจะฆ่าพระองค์ เพราะพระองค์ไม่เพียงแต่ละเมิดวันสะบาโต แต่ยังเรียกพระเจ้าว่าพระบิดาของพระองค์เอง ทำให้ตนเองเสมอกับพระเจ้า
18Nu zochten de Joden nog meer Hem te doden; want Hij brak niet enkel de sabbat, maar noemde ook God zijn eigen Vader, en stelde Zich dus met God gelijk. Jesus nam dus het woord, en sprak:
19พระเยซูจึงตอบพวกเขาว่า “เราขอยืนยันกับพวกคุณว่า พระบุตรไม่สามารถทำอะไรด้วยตนเองได้ นอกจากสิ่งที่พระองค์เห็นพระบิดาทำ เพราะสิ่งใดที่พระบิดาทำ พระบุตรก็ทำสิ่งนั้นเช่นเดียวกัน
19Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Niets kan de Zoon doen uit Zichzelf, maar alleen wat Hij den Vader ziet doen; want al wat Deze doet, dat doet de Zoon eveneens.
20เพราะพระบิดารักพระบุตร และแสดงทุกสิ่งที่พระองค์เองทำให้พระบุตรเห็น พระองค์จะแสดงงานที่ยิ่งใหญ่กว่าสิ่งเหล่านี้ให้พระบุตรเห็น เพื่อให้พวกคุณประหลาดใจ
20Want de Vader heeft den Zoon lief, en laat Hem alles zien wat Hij doet. —En nog groter werken zal Hij Hem tonen, zodat gij verwonderd zult staan.
21เพราะพระบิดาทำให้คนตายฟื้นขึ้นและประทานชีวิตแก่พวกเขาฉันใด พระบุตรก็ประทานชีวิตแก่ผู้ที่พระองค์ปรารถนาฉันนั้น
21Want zoals de Vader de doden opwekt en levend maakt, zo maakt ook de Zoon levend al wie Hij wil.
22พระบิดาไม่พิพากษาใคร แต่มอบการพิพากษาทั้งหมดให้พระบุตร
22Ja, de Vader oordeelt niemand, maar heeft het oordeel geheel aan den Zoon gegeven,
23เพื่อให้ทุกคนให้เกียรติพระบุตรเหมือนที่ให้เกียรติพระบิดา ผู้ที่ไม่ให้เกียรติพระบุตร ก็ไม่ให้เกียรติพระบิดาผู้ส่งพระบุตรมา
23opdat allen den Zoon zouden eren, zoals ze den Vader eren. Wie den Zoon niet eert, eert ook den Vader niet, die Hem gezonden heeft.
24“เราขอยืนยันกับพวกคุณว่า ผู้ที่ฟังถ้อยคำของเราและเชื่อพระองค์ผู้ส่งเรามา มีชีวิตนิรันดร์ และจะไม่ถูกพิพากษา แต่ได้ผ่านพ้นจากความตายเข้าสู่ชีวิตแล้ว
24Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Wie luistert naar mijn woord, en in Hem gelooft, die Mij heeft gezonden, hij heeft het eeuwige leven, en in het gericht komt hij niet; maar hij is overgegaan van de dood tot het leven. —
25เราขอยืนยันกับพวกคุณว่า วาระกำลังมา และบัดนี้ก็มาถึงแล้ว เมื่อคนตายจะได้ยินเสียงของพระบุตรของพระเจ้า และผู้ที่ได้ยินจะมีชีวิต
25Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Er komt een uur, en het is er reeds, waarin de doden de stem van Gods Zoon zullen horen; en die er naar luisteren, zullen herleven.
26เพราะพระบิดามีชีวิตในพระองค์เองฉันใด พระองค์ก็ให้พระบุตรมีชีวิตในพระองค์เองฉันนั้น
26Want zoals de Vader in Zichzelf het leven heeft, zo gaf Hij ook aan den Zoon, het leven in Zichzelf te hebben.
27และพระบิดายังมอบสิทธิอำนาจให้พระบุตรทำการพิพากษา เพราะพระองค์เป็นมนุษย์
27Ook gaf Hij Hem macht, om oordeel te vellen, omdat Hij de Mensenzoon is.
28อย่าประหลาดใจในเรื่องนี้ เพราะวาระกำลังมา เมื่อทุกคนที่อยู่ในที่ฝังศพจะได้ยินเสียงของพระองค์
28Verwondert u hierover niet. Want het uur komt, dat allen, die in de grafsteden zijn, zijn stem zullen horen;
29แล้วจะออกมา ผู้ที่ทำความดีจะฟื้นขึ้นจากความตายเพื่อมีชีวิต ส่วนผู้ที่ทำความชั่วจะฟื้นขึ้นจากความตายเพื่อรับการพิพากษา
29en zij die het goede hebben gedaan, zullen er uitgaan tot opstanding ten leven, maar zij die het kwade hebben verricht, tot opstanding ten oordeel.
30เราไม่สามารถทำอะไรด้วยตนเองได้ เราพิพากษาตามที่เราได้ยิน และการพิพากษาของเราชอบธรรม เพราะเราไม่แสวงหาความประสงค์ของเราเอง แต่แสวงหาความประสงค์ของพระบิดาผู้ส่งเรามา
30Ik kan niets doen uit Mijzelf; maar Ik oordeel naar wat Ik hoor; en mijn oordeel is rechtvaardig, omdat Ik mijn eigen wil niet zoek, maar de wil van Hem die Mij heeft gezonden.
31“ถ้าเราเป็นพยานยืนยันเรื่องตัวเราเอง คำพยานของเราก็ใช้ยืนยันไม่ได้
31Indien Ik over Mijzelf getuig, dan is mijn getuigenis niet betrouwbaar.
32มีอีกผู้หนึ่งเป็นพยานยืนยันเรื่องเรา และเรารู้ว่าคำพยานที่ผู้นั้นเป็นพยานยืนยันเรื่องเรานั้นเป็นความจริง
32Er is een ander, die over Mij getuigt; en Ik weet, dat het getuigenis, dat Hij over Mij aflegt, betrouwbaar is. —
33พวกคุณส่งคนไปหายอห์น และเขาได้เป็นพยานยืนยันถึงความจริง
33Gij hebt een gezantschap naar Johannes gezonden; en hij heeft voor de waarheid getuigd.
34แต่คำพยานที่เรารับนั้นไม่ได้มาจากมนุษย์ ถึงอย่างนั้น เราพูดสิ่งเหล่านี้เพื่อให้พวกคุณรอด
34Zeker, Ik aanvaard geen getuigenis van een mens; maar Ik zeg dit, opdat gij gered moogt worden.
35ยอห์นเป็นตะเกียงที่ลุกโชนและส่องสว่าง และพวกคุณเต็มใจที่จะชื่นชมยินดีอยู่ชั่วครู่ในความสว่างของเขา
35Hij was de brandende en hel schijnende lamp; gij hebt u zelfs een ogenblik in zijn licht willen verheugen. —
36แต่คำพยานที่เรามีนั้นยิ่งใหญ่กว่าคำพยานของยอห์น เพราะงานต่าง ๆ ที่พระบิดามอบให้เราทำให้สำเร็จ คืองานที่เรากำลังทำอยู่นี้เอง เป็นพยานยืนยันเรื่องเราว่าพระบิดาส่งเรามา
36Maar Ik heb een getuigenis groter dan dat van Johannes: want de werken, die de Vader Mij te volbrengen gaf, de werken juist die Ik doe, zij getuigen van Mij, dat de Vader Mij gezonden heeft. —
37และพระบิดาผู้ส่งเรามา ก็เป็นพยานยืนยันเรื่องเราด้วย พวกคุณไม่เคยได้ยินเสียงของพระองค์ หรือเห็นรูปลักษณ์ของพระองค์
37Ook heeft de Vader, die Mij zond, zelf over Mij getuigd. Nooit hebt gij zijn stem gehoord, en nooit zijn wezen gezien;
38และถ้อยคำของพระองค์ก็ไม่ได้อยู่ในพวกคุณ เพราะพวกคุณไม่เชื่อผู้ที่พระองค์ส่งมา
38zelfs zijn woord hebt gij niet eens blijvend in u, omdat gij Hem niet gelooft, dien Hij gezonden heeft.
39“พวกคุณค้นดูพระคัมภีร์ เพราะคิดว่าในพระคัมภีร์นั้นพวกคุณมีชีวิตนิรันดร์ และพระคัมภีร์เหล่านี้เองเป็นพยานยืนยันเรื่องเรา
39Gij onderzoekt de Schriften, want gij meent, daarin het eeuwige leven te hebben; welnu, zij zijn het, die van Mij getuigen.
40แต่พวกคุณกลับไม่ยอมมาหาเราเพื่อจะมีชีวิต
40Maar gij wilt niet tot Mij komen, om het leven te hebben.
41เราไม่รับเกียรติจากมนุษย์
41Eer van mensen aanvaard Ik niet.
42แต่เรารู้จักพวกคุณ และรู้ว่าพวกคุณไม่มีความรักของพระเจ้าอยู่ในตัว
42Maar Ik ken u: gij hebt de liefde Gods niet in u.
43เรามาในพระนามของพระบิดาของเรา แต่พวกคุณไม่ยอมรับเรา ถ้าคนอื่นมาในนามของตนเอง พวกคุณกลับจะยอมรับเขา
43Ik ben gekomen in de naam van mijn Vader, maar gij neemt Mij niet aan; zo een ander komt in zijn eigen naam, dan neemt gij hem aan.
44พวกคุณจะเชื่อได้อย่างไร ในเมื่อรับเกียรติจากกันและกัน แต่ไม่แสวงหาเกียรติที่มาจากพระเจ้าองค์เดียว?
44Hoe zoudt gij kunnen geloven, gij die u door elkander laat eren, maar de eer niet zoekt, die komt van den enigen God?
45“อย่าคิดว่าเราจะกล่าวหาพวกคุณต่อพระบิดา ผู้ที่กล่าวหาพวกคุณคือโมเสส ผู้ที่พวกคุณฝากความหวังไว้
45Denkt niet, dat Ik u aanklagen zal bij den Vader; uw aanklager is Moses, op wien gij uw hoop hebt gesteld.
46เพราะถ้าพวกคุณเชื่อโมเสส พวกคุณก็จะเชื่อเรา เพราะโมเสสเขียนถึงเรา
46Want zo gij Moses hadt geloofd, dan zoudt gij ook in Mij geloven; want over Mij heeft hij geschreven.
47แต่ถ้าพวกคุณไม่เชื่อข้อเขียนของเขา แล้วจะเชื่อถ้อยคำของเราได้อย่างไร?”
47Maar zo gij zijn Schriften niet gelooft, hoe zoudt gij dan mijn woorden geloven?
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.