ยอห์น 3
Freedom Bible (Thai)Translation
Freedom Bible (Thai)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1มีชายฟาริสีคนหนึ่งชื่อนิโคเดมัส เป็นผู้นำคนหนึ่งของชาวยิว
1Nu was er onder de farizeën een man, Nikodemus genaamd, een overste der Joden.
2เขามาหาพระเยซูในเวลากลางคืน และกล่าวกับพระองค์ว่า “รับบี พวกเรารู้ว่าท่านเป็นอาจารย์ที่มาจากพระเจ้า เพราะไม่มีใครทำหมายสำคัญอย่างที่ท่านทำได้ ถ้าพระเจ้าไม่อยู่กับเขา”
2In de nacht kwam hij bij Hem, en sprak tot Hem: Rabbi, we weten, dat Gij van Godswege als leraar zijt gekomen; want niemand kan de tekenen doen, die Gij verricht, zo God niet met hem is.
3พระเยซูตอบเขาว่า “เราขอยืนยันกับท่านว่า ถ้าใครไม่เกิดใหม่ เขาก็ไม่สามารถเห็นอาณาจักรของพระเจ้าได้”
3Jesus gaf hem ten antwoord: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Zo iemand niet opnieuw wordt geboren, kan hij het koninkrijk Gods niet aanschouwen.
4นิโคเดมัสถามพระองค์ว่า “คนที่แก่แล้วจะเกิดได้อย่างไร? เขาจะเข้าไปในครรภ์มารดาเป็นครั้งที่สอง แล้วเกิดอีกได้หรือ?”
4Nikodemus zei Hem: Hoe kan een mens geboren worden, wanneer hij reeds op leeftijd is? Kan hij soms terugkeren in de schoot zijner moeder, en opnieuw geboren worden?
5พระเยซูตอบว่า “เราขอยืนยันกับท่านว่า ถ้าใครไม่เกิดจากน้ำและพระวิญญาณ เขาก็ไม่สามารถเข้าอาณาจักรของพระเจ้าได้
5Jesus antwoordde: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Zo iemand niet geboren wordt uit water en Geest, kan hij niet ingaan in het koninkrijk Gods.
6สิ่งที่เกิดจากเนื้อหนังก็เป็นเนื้อหนัง ส่วนสิ่งที่เกิดจากพระวิญญาณก็เป็นจิตวิญญาณ
6Wat uit het vlees is geboren, is vlees; en wat uit den Geest is geboren, is geest. —
7อย่าประหลาดใจที่เราบอกท่านว่า ‘พวกคุณทุกคนต้องเกิดใหม่’
7Verwonder u niet, omdat Ik u zeide: Gij moet opnieuw worden geboren.
8ลม พัดไปตามที่มันต้องการ ท่านได้ยินเสียงของมัน แต่ไม่รู้ว่ามันมาจากไหนและกำลังไปไหน ทุกคนที่เกิดจากพระวิญญาณก็เป็นอย่างนั้น”
8De wind waait, waar hij wil, en ge hoort zijn gesuis; maar ge weet niet, vanwaar hij komt en waarheen hij gaat; zó gaat het iedereen, die uit den Geest is geboren.
9นิโคเดมัสถามพระองค์ว่า “เรื่องเหล่านี้จะเป็นไปได้อย่างไร?”
9Nikodemus antwoordde Hem: Hoe kan dit geschieden?
10พระเยซูตอบเขาว่า “ท่านเป็นอาจารย์ของอิสราเอล แล้วยังไม่เข้าใจเรื่องเหล่านี้หรือ?
10Jesus gaf hem ten antwoord: Zijt gij de leraar van Israël, en begrijpt ge dit niet?
11เราขอยืนยันกับท่านว่า พวกเราพูดสิ่งที่พวกเรารู้ และเป็นพยานถึงสิ่งที่พวกเราได้เห็น แต่พวกคุณไม่ยอมรับคำพยานของพวกเรา
11Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Wat Wij weten spreken Wij, en Wij getuigen wat Wij hebben gezien; en toch aanvaardt gij onze getuigenis niet.
12ถ้าเราบอกเรื่องทางโลกแก่พวกคุณแล้วพวกคุณยังไม่เชื่อ พวกคุณจะเชื่อได้อย่างไรถ้าเราบอกเรื่องทางสวรรค์?
12Wanneer gij niet gelooft, als Ik u spreek over aardse dingen, hoe zult gij dan geloven, als Ik u over de hemelse spreek? —
13ไม่มีใครขึ้นไปสวรรค์ นอกจากผู้ที่ลงมาจากสวรรค์ คือบุตรมนุษย์ ผู้อยู่ในสวรรค์
13Niemand is opgeklommen ten hemel, dan Hij die uit de hemel is neergedaald: de Mensenzoon, die in de hemel is.
14โมเสสยกงูขึ้นในถิ่นทุรกันดารอย่างไร บุตรมนุษย์ก็ต้องถูกยกขึ้นอย่างนั้น
14En zoals Moses de slang ophief in de woestijn, zo moet de Mensenzoon worden verheven:
15เพื่อให้ทุกคนที่เชื่อในพระองค์ไม่พินาศ แต่มีชีวิตนิรันดร์
15opdat ieder die in Hem gelooft, het eeuwige leven zou hebben.
16เพราะพระเจ้ารักโลกมากถึงขนาดที่ประทานพระบุตรผู้บังเกิดเพียงองค์เดียว เพื่อให้ทุกคนที่เชื่อในพระองค์ไม่พินาศ แต่มีชีวิตนิรันดร์
16Want zo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij zijn eengeboren Zoon heeft gegeven: opdat allen die in Hem geloven, niet verloren zouden gaan, maar het eeuwige leven zouden hebben.
17เพราะพระเจ้าไม่ได้ส่งพระบุตรเข้ามาในโลกเพื่อพิพากษาโลก แต่เพื่อให้โลกรอดผ่านพระองค์
17Want God heeft zijn Zoon in de wereld gezonden, niet om de wereld te oordelen, maar opdat de wereld door Hem zou worden gered.
18คนที่เชื่อในพระองค์ไม่ถูกพิพากษา ส่วนคนที่ไม่เชื่อก็ถูกพิพากษาแล้ว เพราะเขาไม่ได้เชื่อในพระนามของพระบุตรผู้บังเกิดเพียงองค์เดียวของพระเจ้า
18Wie in Hem gelooft, wordt niet geoordeeld; maar wie niet gelooft, is reeds geoordeeld, omdat hij niet heeft geloofd in de naam van Gods eengeboren Zoon. —
19การพิพากษาเป็นอย่างนี้ คือ ความสว่างได้เข้ามาในโลก แต่ผู้คนรักความมืดมากกว่าความสว่าง เพราะการกระทำของพวกเขาชั่วร้าย
19En dit is het oordeel: het licht is in de wereld gekomen, maar de mensen beminden de duisternis meer dan het licht; want hun werken waren boos,
20เพราะทุกคนที่ทำชั่วเกลียดความสว่าง และไม่เข้ามาหาความสว่าง เพื่อไม่ให้การกระทำของตนถูกเปิดโปง
20en allen die kwaad doen, haten het licht en komen niet tot het licht, opdat hun werken niet aan het licht zouden komen.
21แต่คนที่ประพฤติตามความจริงเข้ามาหาความสว่าง เพื่อให้เห็นชัดว่า เขาทำสิ่งเหล่านั้นในพระเจ้า”
21Maar wie handelt naar de waarheid, komt tot het licht, opdat het van zijn werken moge blijken, dat ze in God zijn verricht.
22หลังจากนั้น พระเยซูกับสาวกเข้าไปในแคว้นยูเดีย พระองค์อยู่ที่นั่นกับพวกเขา และให้คนรับบัพติศมา
22Daarna ging Jesus met zijn leerlingen naar het platteland van Judea, waar Hij met hen enige tijd verbleef, en er doopte.
23ยอห์นก็กำลังให้คนรับบัพติศมาที่เอนอน ใกล้เมืองสาลิม เพราะที่นั่นมีน้ำมาก ผู้คนพากันมาและรับบัพติศมา
23Maar ook Johannes diende te Ennon bij Salim het doopsel toe; want daar was veel water, en men ging er heen, om zich te laten dopen.
24เพราะตอนนั้นยอห์นยังไม่ถูกขังในคุก
24Johannes toch was nog niet in de gevangenis geworpen.
25แล้วสาวกของยอห์นเกิดโต้เถียงกับชาวยิวบางคนเรื่องการชำระตัว
25Toen de leerlingen van Johannes eens geschil kregen met een Jood over godsdienstige reiniging,
26พวกเขามาหายอห์นและกล่าวว่า “รับบี คนที่อยู่กับท่านฟากแม่น้ำจอร์แดน ซึ่งท่านได้เป็นพยานถึง ตอนนี้เขากำลังให้คนรับบัพติศมา และทุกคนก็พากันไปหาเขา”
26kwamen ze bij Johannes, en zeiden tot hem: Rabbi, Hij die met u was aan de overkant van de Jordaan, en over wien ge getuigenis hebt afgelegd: zie, Hij dient het doopsel toe, en ze gaan allen naar Hem.
27ยอห์นตอบว่า “คนเราจะรับอะไรไม่ได้เลย ถ้าสวรรค์ไม่ประทานสิ่งนั้นให้
27Johannes antwoordde: Niemand kan beslag op iets leggen, tenzij het hem gegeven is uit de hemel.
28พวกคุณเองเป็นพยานได้ว่า ข้าพเจ้าเคยพูดว่า ‘ข้าพเจ้าไม่ใช่พระคริสต์’ แต่ข้าพเจ้าพูดว่า ‘ข้าพเจ้าถูกส่งมาก่อนพระองค์’
28Gij zelf zijt mijn getuigen, dat ik gezegd heb: Niet ik ben de Christus, maar ik ben Hem vooruit gezonden.
29คนที่มีเจ้าสาวคือเจ้าบ่าว ส่วนเพื่อนของเจ้าบ่าวที่ยืนฟังอยู่ก็ยินดีอย่างยิ่งเมื่อได้ยินเสียงของเจ้าบ่าว ดังนั้น ความยินดีของข้าพเจ้าจึงเต็มเปี่ยมแล้ว
29Hij die de bruid bezit, is de bruidegom; maar de vriend van den bruidegom, hij staat naar hem te luisteren, en is al zielsverheugd, als hij de stem van den bruidegom hoort. Dit is mijn vreugde, en ze is volkomen;
30พระองค์ต้องยิ่งใหญ่ขึ้น ส่วนข้าพเจ้าต้องลดลง
30Hij moet groter, maar ik moet kleiner worden.
31“ผู้ที่มาจากเบื้องบนอยู่เหนือทุกคน ผู้ที่มาจากแผ่นดินโลกก็เป็นของแผ่นดินโลก และพูดเรื่องของแผ่นดินโลก ผู้ที่มาจากสวรรค์อยู่เหนือทุกคน
31Wie van boven komt, is boven allen. Wie van de aarde is, behoort aan de aarde en spreekt van de aarde. Wie uit de hemel komt, is boven allen,
32พระองค์เป็นพยานถึงสิ่งที่พระองค์ได้เห็นและได้ยิน แต่ไม่มีใครยอมรับคำพยานของพระองค์
32en Hij getuigt wat Hij gezien en gehoord heeft; maar niemand neemt zijn getuigenis aan. —
33คนที่ยอมรับคำพยานของพระองค์ก็ได้ประทับตรายืนยันว่า พระเจ้าสัตย์จริง
33Wie zijn getuigenis aanvaardt, drukt er zijn zegel op, dat God waarachtig is;
34ผู้ที่พระเจ้าส่งมานั้นพูดถ้อยคำของพระเจ้า เพราะพระเจ้าประทานพระวิญญาณอย่างไม่จำกัด
34want Hij, dien God heeft gezonden, spreekt de woorden van God; God immers geeft den Geest zonder maat.
35พระบิดารักพระบุตร และมอบทุกสิ่งไว้ในมือของพระองค์
35De Vader bemint den Zoon, en heeft Hem alles in handen gegeven. —
36คนที่เชื่อในพระบุตรมีชีวิตนิรันดร์ แต่คนที่ไม่เชื่อฟังพระบุตรจะไม่ได้เห็นชีวิต และความโกรธของพระเจ้ายังคงอยู่เหนือเขา”
36Wie in den Zoon gelooft, heeft het eeuwige leven; maar wie in den Zoon niet gelooft, zal het leven niet zien, maar Gods gramschap blijft op hem liggen.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.