Timoteuj I 4
Kadede Kap (Pohnpeian New Testament and Psalms)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1A NEN me kotin kokop melel, ni imwin kaua akai pan pupe wei jan pojon, ap id wuki on nen widin o padak en tewil akan,
1Toch zegt de Geest uitdrukkelijk, dat in de laatste tijden sommigen zullen afvallen van het geloof, en aan dwaalgeesten en duivelse leringen gehoor zullen geven,
2Me kin janjale mau ki liki, ap likilikam o injen arail kakaluakalar ki kijin mata karakar.
2door de huichelarij van leugenaars, die hun eigen geweten hebben toegeschroeid.
3Re kin inapwiedi kapapaud, o dene ren liki jan jon en mana, me Kot kotin wiadan irail, me danke, o pojon, o dedekila melel
3Lieden, die verbieden te trouwen, en spijzen te gebruiken, welke God heeft geschapen, om met dankzegging te worden genuttigd door hen, die geloven en de waarheid hebben erkend.
4Pwe audepa karoj, en Kot me mau, o jota meakot me mal, ma aramaj pan tunole ap danke.
4Inderdaad, al wat door God is geschapen, is goed; en niets is verwerpelijk, zo het onder dankzegging genuttigd wordt;
5Pwe a pan kajaraui kila majan Kot o kapakap.
5want dan wordt het geheiligd door Gods woord en gebed.
6Ma koe pan padaki on ri atail akan, koe ap pan papa en Krijtuj Ieiuj mau amen, me kin keleki majan en pojon o padak mau, me koe dadaureta mau lel met.
6Zo ge de broeders dit alles voorhoudt, zult ge een goed dienaar zijn van Christus Jesus, u voedend met de woorden van het geloof en met de degelijke leer, die ge u tot richtsnoer gesteld hebt.
7Ma koe pan kan kajoi likam en li laud akai o kaianeki pein uk me kon on Kot.
7Wijs dus de profane oudewijven-fabels van u af. Oefen ook uzelf in godsvrucht.
8Pwe kaiane kin uk pali war, a jota non katopa, a meid mau paieki Kot ni meakoaroj, pwe iei kaporopor en maur et o pil maur kokodo
8Want de lichaamsoefening is van weinig nut; maar de godsvrucht is nuttig onder alle opzichten, daar ze de belofte bezit van dit leven en van het toekomstige.
9Nan melel kojoi pot et o a war on kitail en apwaliea.
9Dit is een waarachtig woord en volkomen geloofwaardig.
10Pwe iet me je kin dodok on o kalokolokki, at kaporoporeki Kot ieiaj, me Jaunkamour en aramaj akan karoj, a maj on irail me pojon.
10Want daarom zwoegen we en strijden we, omdat we onze hoop hebben gevestigd op den levenden God, die de Zaligmaker is van alle mensen, van de gelovigen vooral.
11Mepukat koe en katitiki o kaukaweweki.
11Dit moet ge inscherpen en leren.
12Jota amen me pan mamaleki om manakap, a wiala men kaalemoni on jaulan kan, ni om lokaia o wiawia kan, o limpok, o pojon, o makelekel.
12Zeker, niemand mag uw jeugd verachten; maar wees gij dan ook een voorbeeld voor de gelovigen in woord en in wandel, in liefde, in geloof en in onschuld.
13O nantion wadok, o panaui, o padak lao i pan pwar wei.
13Schenk uw aandacht aan de voorlezing, opwekking en lering, totdat ik kom.
14Der kajamal la pai en mak o, me koe aleer ki deideikop o ni en jaunkoa kan ar pwil pa ar po om.
14Wees niet zorgeloos met de genadegave, die ge bezit, en die u krachtens een profetie onder handoplegging der priesterschaar is geschonken.
15Koe en podidi o jopijokki mepukat, pwe om lolekon en janjal on karoj.
15Draag dáárvoor zorg, en leef er in, opdat uw vooruitgang aan iedereen mag blijken.
16Kalaka pein uk o padak o, tenedi on jon pukat, pwe ma koe pan wiada due, koe ap pan dorela pein uk o pil, me kin ron uk.
16Geef acht op uzelf en op het onderricht; blijf daarin volharden. Want zo ge het doet, redt ge uzelf en uw hoorders.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.