لوقا 23
Old Persian Version (ترجمه قدیم)Translation
Old Persian Version (ترجمه قدیم)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1پس تمام جماعت ایشان برخاسته، اورا نزد پیلاطس بردند.
1Toen stonden ze allen op, en voerden Hem gezamenlijk naar Pilatus.
2و شکایت بر اوآغاز نموده، گفتند: «این شخص را یافتهایم که قوم را گمراه میکند و از جزیه دادن به قیصر منع مینماید و میگوید که خود مسیح و پادشاه است.»
2Ze begonnen Hem aldus te beschuldigen: We hebben bevonden, dat deze man ons volk verleidt, en verbiedt aan den keizer schatting te betalen, en zich uitgeeft voor Christus, den Koning.
3پس پیلاطس از او پرسیده، گفت: «آیا توپادشاه یهود هستی؟» او در جواب وی گفت: «تومی گویی.»
3Pilatus ondervroeg Hem, en zeide: Zijt Gij de Koning der Joden? Hij antwoordde hem: Gij zegt het.
4آنگاه پیلاطس به روسای کهنه وجمیع قوم گفت که «در این شخص هیچ عیبی نمی یابم.»
4Nu sprak Pilatus tot de opperpriesters en de menigte: Ik vind geen schuld in dien man.
5ایشان شدت نموده گفتند که «قوم رامی شوراند و در تمام یهودیه از جلیل گرفته تا به اینجا تعلیم میدهد.»
5Maar ze hielden aan, en zeiden: Hij ruit door zijn leer het volk op in heel Judea, van Galilea af tot hier toe.
6چون پیلاطس نام جلیل را شنید پرسید که «آیا این مرد جلیلی است؟»
6Zodra Pilatus dit hoorde, vroeg hij, of die man een Galileër was.
7و چون مطلع شد که از ولایت هیرودیس است او را نزد وی فرستاد، چونکه هیرودیس در آن ایام در اورشلیم بود.
7En toen hij vernam, dat Hij uit het gebied van Herodes was, zond hij Hem naar Herodes, die in die dagen ook te Jerusalem vertoefde.
8اما هیرودیس چون عیسی را دید، بغایت شادگردید زیرا که مدت مدیدی بود میخو. است اورا ببیند چونکه شهرت او را بسیار شنیده بود ومترصد میبود که معجزهای از او بیند.
8Herodes was zeer verheugd, toen hij Jesus zag. Want reeds lang had hij verlangd, Hem te zien, om wat hij van Hem had gehoord; bovendien hoopte hij, Hem een of ander wonder te zien verrichten.
9پس چیزهای بسیار از وی پرسید لیکن او به وی هیچ جواب نداد.
9Hij stelde Hem dan vele vragen, maar Jesus gaf hem geen antwoord.
10و روسای کهنه و کاتبان حاضرشده به شدت تمام بر وی شکایت مینمودند.
10Ook de opperpriesters en schriftgeleerden waren er bij tegenwoordig, en beschuldigden Hem met grote heftigheid.
11پس هیرودیس با لشکریان خود او را افتضاح نموده و استهزا کرده لباس فاخر بر او پوشانید ونزد پیلاطس او را باز فرستاد.
11Nu ging Herodes met zijn gevolg Hem honen en bespotten; hij stak Hem in een schitterend gewaad, en zond Hem toen naar Pilatus terug.
12و در همان روزپیلاطس و هیرودیس با یکدیگر مصالحه کردند، زیرا قبل از آن در میانشان عداوتی بود.
12Die dag werden Herodes en Pilatus met elkander bevriend; vroeger waren ze vijanden geweest.
13پس پیلاطس روسای کهنه و سرادران وقوم را خوانده،
13Nu riep Pilatus de opperpriesters, de oversten en het volk bijeen,
14به ایشان گفت: «این مرد را نزدمن آوردید که قوم را میشوراند. الحال من او رادر حضور شما امتحان کردم و از آنچه بر او ادعامی کنید اثری نیافتم.
14en sprak tot hen: Gij hebt dezen man bij me gebracht als een volksopruier; zie, ik heb Hem in uw bijzijn verhoord, en dien man aan niets schuldig bevonden van al wat gij Hem ten laste legt.
15و نه هیرودیس هم زیراکه شما را نزد او فرستادم و اینک هیچ عمل مستوجب قتل از او صادر نشده است.
15Herodes evenmin; want hij heeft Hem naar ons teruggestuurd. Zie, Hij heeft niets bedreven, wat de dood zou verdienen.
16پس اورا تنبیه نموده رها خواهم کرد.»
16Ik zal Hem dus vrijlaten, maar Hem eerst laten geselen!
17زیرا او را لازم بود که هر عیدی کسی را برای ایشان آزاد کند.
17Nu had hij een verplichting, hun op het feest één gevangene vrij te laten.
18آنگاه همه فریاد کرده، گفتند: «او را هلاک کن وبرابا را برای ما رها فرما.»
18Maar ze schreeuwden allen tezamen: Weg met Hem, en laat ons Barabbas vrij.
19و او شخصی بود که بهسبب شورش و قتلی که در شهر واقع شده بود، در زندان افکنده شده بود.
19Deze was om een oproer, dat in de stad was uitgebroken, en om een moord in de gevangenis geworpen.
20باز پیلاطس نداکرده خواست که عیسی را رها کند.
20Opnieuw sprak Pilatus hun toe, daar hij Jesus wilde vrijlaten.
21لیکن ایشان فریاد زده گفتند: «او را مصلوب کن، مصلوب کن.»
21Maar ze schreeuwden er tegen in: Kruisig Hem, kruisig Hem!
22بار سوم به ایشان گفت: «چرا؟ چه بدی کرده است؟ من در او هیچ علت قتل نیافتم. پس او را تادیب کرده رها میکنم.»
22Ten derden male zei hij hun: Wat kwaad heeft Hij dan gedaan? Ik heb in Hem geen doodschuld gevonden; ik zal Hem dus vrijlaten, maar Hem eerst laten geselen!
23اماایشان به صداهای بلند مبالغه نموده خواستند که مصلوب شود و آوازهای ایشان و روسای کهنه غالب آمد.
23Maar luid gillend hielden ze aan, en eisten, dat Hij gekruisigd zou worden; en hun kreten wonnen het pleit.
24پس پیلاطس فرمود که برحسب خواهش ایشان بشود.
24Pilatus besliste, dat hun eis zou worden ingewilligd.
25و آن کس را که بهسبب شورش و قتل در زندان حبس بود که خواستند رها کرد و عیسی را به خواهش ایشان سپرد.
25Hij liet op hun verzoek den man vrij, die om oproer en moord in de gevangenis was geworpen; maar Jesus leverde hij aan hun willekeur over.
26و چون او را میبردند شمعون قیروانی را که از صحرا میآمد مجبور ساخته صلیب را بر اوگذاردند تا از عقب عیسی ببرد.
26En terwijl ze Hem wegvoerden, hielden ze zekeren Simon van Cyrene aan, die juist van het veld kwam, en legden hem het kruis op, om het Jesus achterna te dragen.
27و گروهی بسیاراز قوم و زنانی که سینه میزدند و برای او ماتم میگرفتند، در عقب او افتادند.
27Een grote volksmenigte volgde Hem; ook een menigte vrouwen, die zich op de borst sloegen en over Hem weenden.
28آنگاه عیسی به سوی آن زنان روی گردانیده، گفت: «ای دختران اورشلیم برای من گریه مکنید، بلکه بجهت خود واولاد خود ماتم کنید.
28Maar Jesus keerde Zich om, en sprak tot haar: Dochters van Jerusalem, weent niet over Mij, maar weent over uzelf en over uw kinderen.
29زیرا اینک ایامی میآیدکه در آنها خواهند گفت، خوشابحال نازادگان ورحمهایی که بار نیاوردند و پستانهایی که شیرندادند.
29Want zie, er komen dagen, waarop men zal zeggen: “Zalig de onvruchtbaren; de schoot die niet heeft gebaard, en de borsten die niet hebben gevoed.”
30و در آن هنگام به کوهها خواهند گفت که بر ما بیفتید و به تلها که ما را پنهان کنید.
30Dan zal men tot de bergen gaan zeggen: “Valt op ons neer”; en tot de heuvelen: “Bedekt ons”.
31زیرااگر این کارها را به چوب تر کردند به چوب خشک چه خواهد شد؟»
31Want als men zó met het groene hout handelt, wat zal er dan met het dorre geschieden?
32و دو نفر دیگر را که خطاکار بودند نیزآوردند تا ایشان را با او بکشند.
32Nog twee anderen, twee misdadigers, werden weggeleid, om tegelijk met Hem de doodstraf te ondergaan.
33و چون به موضعی که آن را کاسه سر میگویند رسیدند، اورا در آنجا با آن دو خطاکار، یکی بر طرف راست و دیگری بر چپ او مصلوب کردند.
33Toen ze op de plaats waren gekomen, die Kalvárië wordt genoemd, sloegen ze Hem aan het kruis; zo ook de misdadigers, één aan zijn rechterhand, één aan de linker.
34عیسی گفت: «ای پدر اینها را بیامرز، زیراکه نمی دانند چه میکنند.» پس جامه های او راتقسیم کردند و قرعه افکندند.
34En Jesus zeide: Vader, vergeef het hun; want ze weten niet, wat ze doen. En ze verdeelden zijn klederen bij het lot.
35و گروهی به تماشا ایستاده بودند. و بزرگان نیز تمسخرکنان با ایشان میگفتند: «دیگران را نجات داد. پس اگر او مسیح و برگزیده خدا میباشد خود رابرهاند.»
35Het volk stond toe te zien; maar de oversten beschimpten Hem, en zeiden: Anderen heeft Hij gered, laat Hij nu Zichzelf eens redden, zo Hij de uitverkoren Christus van God is.
36و سپاهیان نیز او را استهزا میکردند و آمده او را سرکه میدادند،
36Ook de soldaten bespotten Hem; ze kwamen Hem azijn aanbieden,
37و میگفتند: «اگر توپادشاه یهود هستی خود را نجات ده.»
37en zeiden: Zo Gij de Koning der Joden zijt, red dan Uzelf.
38و بر سراو تقصیرنامهای نوشتند به خط یونانی و رومی وعبرانی که «این است پادشاه یهود.»
38En boven zijn hoofd stond als opschrift: Dit is de Koning der Joden.
39و یکی از آن دو خطاکار مصلوب بر وی کفر گفت که «اگر تو مسیح هستی خود را و ما رابرهان.»
39Ook één der gekruisigde misdadigers begon Hem te honen, en zeide: Zijt Gij de Christus niet? Red Uzelf dan en ons!
40اما آن دیگری جواب داده، او را نهیب کرد و گفت: «مگر تو از خدا نمی ترسی؟ چونکه تو نیز زیر همین حکمی.
40Maar de ander strafte hem af, en gaf hem ten antwoord: Vreest ge God nòg niet, nu ge toch dezelfde straf ondergaat?
41و اما ما به انصاف، چونکه جزای اعمال خود را یافتهایم، لیکن این شخص هیچ کار بیجا نکرده است.»
41En wij te recht, wij krijgen ons verdiende loon; maar Hij heeft niets verkeerds gedaan.
42پس به عیسی گفت: «ای خداوند، مرا به یاد آور هنگامی که به ملکوت خود آیی.»
42Toen zeide hij: Jesus gedenk mijner, wanneer Gij in uw rijk zijt gekomen.
43عیسی به وی گفت: «هرآینه به تو میگویم امروز با من در فردوس خواهی بود.»
43En Jesus sprak tot hem: Voorwaar, Ik zeg u: heden zult ge met Mij zijn in het paradijs.
44و تخمین از ساعت ششم تا ساعت نهم، ظلمت تمام روی زمین را فرو گرفت.
44Het was nu reeds het zesde uur ongeveer, en tot het negende toe werd het donker over heel het land;
45وخورشید تاریک گشت و پرده قدس از میان بشکافت.
45want de zon werd verduisterd. Ook scheurde het voorhangsel van de tempel middendoor.
46و عیسی به آواز بلند صدا زده گفت: «ای پدر بهدستهای تو روح خود را میسپارم.» این را بگفت و جان را تسلیم نمود.
46Toen riep Jesus met luider stem: Vader, in uw handen beveel Ik mijn geest. Na deze woorden gaf Hij de geest.
47امایوزباشی چون این ماجرا را دید، خدا را تمجیدکرده، گفت: «در حقیقت، این مرد صالح بود.»
47Toen nu de honderdman zag wat er gebeurd was, verheerlijkte hij God, en zeide: Waarachtig, deze man was een rechtvaardige.
48وتمامی گروه که برای این تماشا جمع شده بودندچون این وقایع را دیدند، سینه زنان برگشتند.
48En heel de menigte, die voor dit schouwspel was saamgestroomd, en het gebeurde aanschouwd had, sloeg zich op de borst, en ging heen.
49و جمیع آشنایان او از دور ایستاده بودند، با زنانی که از جلیل او را متابعت کرده بودند تا این امور راببینند.
49Maar al zijn bekenden, met de vrouwen, die Hem van Galilea af waren gevolgd, stonden van verre toe te zien.
50و اینک یوسف نامی از اهل شورا که مردنیکو و صالح بود،
50Nu was er een man, Josef genaamd, die lid was van de Raad; maar hij was een braaf en rechtschapen man,
51که در رای و عمل ایشان مشارکت نداشت و از اهل رامه بلدی از بلاد یهودبود و انتظار ملکوت خدا را میکشید،
51die aan hun plannen en drijven geen deel had genomen. Hij was van Arimatea, een joodse stad, en verwachtte ook zelf het koninkrijk Gods.
52نزدیک پیلاطس آمده جسد عیسی را طلب نمود.
52Hij ging naar Pilatus, om het lichaam van Jesus te vragen.
53پس آن را پایین آورده در کتان پیچید و در قبری که ازسنگ تراشیده بود و هیچکس ابد در آن دفن نشده بود سپرد.
53Hij nam het af, wikkelde het in lijnwaad, en legde het in een graf, dat in de rots was uitgehouwen, en waarin nog nooit iemand was neergelegd.
54و آن روز تهیه بود و سبت نزدیک میشد.
54Het was vrijdag, en de sabbat brak aan.
55و زنانی که در عقب او از جلیل آمده بودند از پی او رفتند و قبر و چگونگی گذاشته شدن بدن او را دیدند.
55De vrouwen, die met hem uit Galilea waren gekomen, gingen mee, en zagen het graf, en hoe zijn lichaam er in werd gelegd.
56پس برگشته، حنوط و عطریات مهیا ساختند و روز سبت را به حسب حکم آرام گرفتند.
56Daarna gingen ze heen, en maakten specerijen en balsem gereed; maar op de sabbat hielden ze de voorgeschreven rustdag.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.