عاموس 9
Old Persian Version (ترجمه قدیم)Translation
Old Persian Version (ترجمه قدیم)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1خداوند را دیدم که نزد مذبح ایستاده بود وگفت: «تاجهای ستونها را بزن تا آستانه ها بلرزد و آنها را بر سر همه مردم بینداز وباقی ماندگان ایشان را به شمشیر خواهم کشت وفراریای از ایشان نخواهد گریخت وباقیماندهای از ایشان نخواهد رست.
1Eens schouwde ik Jahweh, staande naast het altaar. En Hij sprak: Sla het altaarblad, Zodat de voetstukken dreunen; Sla ze te pletter op alle hoofden: Wie nog overblijft, dood Ik met het zwaard. Niemand van hen zal ontvluchten, Niemand hunner ontkomen.
2اگر به هاویه فرو روند، دست من ایشان را از آنجاخواهد گرفت و اگر به آسمان صعود نمایند، ایشان را از آنجا فرود خواهم آورد.
2Al dringen ze door in het dodenrijk, Mijn hand haalt ze terug; Al stijgen ze op naar de hemel, Ik smijt ze omlaag;
3و اگر به قله کرمل پنهان شوند ایشان را تفتیش کرده، از آنجاخواهم گرفت و اگر از نظر من در قعر دریاخویشتن را مخفی نمایند، در آنجا مار را امرخواهم فرمود که ایشان را بگزد.
3Al verbergen ze zich op de top van de Karmel, Ik spoor ze op, en sleur ze weg. Al verschuilen ze zich voor mijn ogen op de bodem der zee, Ik gebied daar de Draak, ze te bijten;
4و اگر پیش دشمنان خود به اسیری روند شمشیر را در آنجاامر خواهم فرمود تا ایشان را بکشد و نظر خود رابر ایشان برای بدی خواهم داشت و نه برای نیکویی.
4Al gaan ze in ballingschap, voor hun vijanden uit, Ik beveel daar het zwaard, ze te moorden. Ik blijf mijn oog op hen richten, Voor rampspoed en niet voor hun heil.
5خداوند یهوه صبایوت که زمین را لمس میکند و آن گداخته میگردد و همه ساکنانش ماتم میگیرند و تمامش مثل نهر برمی آید و مانندنیل مصر فرو مینشیند؛
5Het is de Heer, Jahweh der heirscharen! Hij raakt de aarde aan en ze trilt, In rouw wordt gedompeld die er op woont; Van alle kant rijst ze omhoog als de Nijl, Zinkt weg als de stroom van Egypte.
6آن که غرفه های خود رادر آسمان بنا میکند و طاقهای خود را بر زمین بنیاد مینهد و آبهای دریا را ندا درداده، آنها را به روی زمین میریزد نام او یهوه میباشد.
6In de hemel bouwt Hij zijn opperzaal, En grondt zijn gewelf op de aarde; Hij roept de wateren van de zee, En stort ze over de aarde uit: Jahweh is zijn Naam!
7خداوندمی گوید: «ای بنیاسرائیل آیا شما برای من مثل پسران حبشیان نیستید؟ آیا اسرائیل را از زمین مصر و فلسطینیان را از کفتور و ارامیان را از قیربرنیاوردم؟»
7Zijt ge voor Mij niet als de zonen van Koesj, Kinderen van Israël: Is de godsspraak van Jahweh! Zeker, Ik heb Israël uit Egypte geleid, Maar ook de Filistijnen uit Kaftor, De Arameërs uit Kir!
8اینک چشمان خداوند یهوه بر مملکت گناهکار میباشد و من آن را از روی زمین هلاک خواهم ساخت لیکن خداوند میگوید که «خاندان یعقوب را بالکل هلاک نخواهم ساخت.
8Zie, de ogen van Jahweh, den Heer, Zijn op dit zondige rijk gericht: Ik zal het van de aarde verdelgen! Toch zal Ik niet geheel en al Het huis van Jakob vernielen: Is de godsspraak van Jahweh!
9زیرا اینک من امر فرموده، خاندان اسرائیل را درمیان همه امتها خواهم بیخت، چنانکه غله در غربال بیخته میشود و دانهای بر زمین نخواهدافتاد.
9Want zie, Ik heb bevel gegeven, Om Israëls huis onder alle volken te schudden, Zoals men schudt met een zeef, Zodat niet alles ter aarde stort.
10جمیع گناهکاران قوم من که میگویند بلابه ما نخواهد رسید و ما را درنخواهد گرفت، به شمشیر خواهند مرد.
10Maar de zondaars van mijn volk zullen sterven door het zwaard, Allen die zeggen: Het onheil zal òns niet genaken, niet treffen!
11در آن روز خیمه داود راکه افتاده است برپا خواهم نمود و شکافهایش رامرمت خواهم کرد و خرابیهایش را برپا نموده، آن را مثل ایام سلف بنا خواهم کرد.
11Op die dag richt Ik de vervallen hut van David weer op, Dicht haar scheuren, herstel haar puinen, En bouw ze op als in vroeger tijd;
12تا ایشان بقیه ادوم و همه امتها را که اسم من بر ایشان نهاده شده است، به تصرف آورند.» خداوند که این رابجا میآورد تکلم نموده است.
12Opdat zij in bezit zullen nemen wat van Edom is overgebleven, En alle volken, waarover mijn Naam is uitgeroepen: Is de godsspraak van Jahweh, die het ook vervult.
13اینک خداوند میگوید: «ایامی میآید که شیارکننده به دروکننده خواهد رسید وپایمال کننده انگور بهکارنده تخم. و کوهها عصیرانگور را خواهد چکانید و تمامی تلها به سیلان خواهد آمد.
13Zie, de dagen gaan komen, Is de godsspraak van Jahweh: Dat de ploeger terstond wordt gevolgd door den maaier, De druivenperser door den zaaier; Dat de bergen druipen van most, En de heuvels er allen van smelten!
14و اسیری قوم خود اسرائیل راخواهم برگردانید و شهرهای مخروب را بنانموده، در آنها ساکن خواهند شد و تاکستانهاغرس کرده، شراب آنها را خواهند نوشید و باغهاساخته، میوه آنها را خواهند خورد.»
14Dan zal Ik het lot van Israël, mijn volk, ten beste keren: Ze zullen de verwoeste steden herbouwen, en daarin wonen, Wijngaarden planten, en de wijn ervan drinken, Tuinen aanleggen, en de vrucht ervan eten;
15و یهوه خدایت میگوید: «من ایشان را درزمین ایشان غرس خواهم نمود و بار دیگر اززمینی که به ایشان دادهام کنده نخواهند شد.»
15Ik zal ze planten op hun bodem, En nooit meer worden ze uitgerukt Van de grond, die Ik hun gaf, Spreekt Jahweh, uw God!
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.