Zacharias
Chapter 3
Petrus Canisius Bible, 1…
vs JPS Tanakh (Jewish…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
JPS Tanakh (Jewish Publication Society, 1917)
1Toen liet hij mij Jehosjóea, den hogepriester, schouwen, die voor den engel van Jahweh stond, terwijl de Satan zich aan zijn rechterhand hield, om hem aan te klagen.
1And he showed me Joshua the high priest standing before the angel of the LORD, and Satan standing at his right hand to accuse him.
2Maar de engel van Jahweh sprak tot Satan: Jahweh bestraffe u, Satan; Jahweh, die Jerusalem heeft uitverkoren, bestraffe u! Is deze niet als een stuk hout, dat uit het vuur is gerukt?
2And the LORD said unto Satan: 'The LORD rebuke thee, O Satan, yea, the LORD that hath chosen Jerusalem rebuke thee; is not this man a brand plucked out of the fire?'
3Want Jehosjóea stond met besmeurde kleren voor den engel.
3Now Joshua was clothed with filthy garments, and stood before the angel.
4Deze hernam, en sprak tot hen, die voor hem stonden: Trekt hem de besmeurde klederen uit!
4And he answered and spoke unto those that stood before him, saying: 'Take the filthy garments from off him.' And unto him he said: 'Behold, I cause thine iniquity to pass from thee, and I will clothe thee with robes.'
5En hij ging voort: Zet hem een reine tiaar op het hoofd! Ze zetten hem een reine tiaar op het hoofd, en trokken hem de klederen aan. De engel van Jahweh bleef erbij staan, en sprak tot hem: Zie, ik heb uw schuld van u weggenomen, en u met een feestgewaad bekleed.
5And I said: 'Let them set a fair mitre upon his head.' So they set a fair mitre upon his head, and clothed him with garments; and the angel of the LORD stood by.
6Toen bezwoer de engel van Jahweh Jehosjóea: Zo spreekt Jahweh der heirscharen!
6And the angel of the LORD forewarned Joshua, saying:
7Wanneer gij mijn wegen bewandelt, En trouw in mijn bediening zijt, Dan zult gij ook mijn huis besturen, En mijn voorhoven bewaken. Dan verleen Ik u, te mogen verkeren Onder hen, die hier staan!
7'Thus saith the LORD of hosts: If thou wilt walk in My ways, and if thou wilt keep My charge, and wilt also judge My house, and wilt also keep My courts, then I will give thee free access among these that stand by.
8Hoor nu, Jehosjóea, hogepriester, Gij en uw ambtgenoten, die voor u zitten: Gij zult tot voorteken zijn, Dat Ik mijn Dienaar, den Spruit zal verwekken;
8Hear now, O Joshua the high priest, thou and thy fellows that sit before thee; for they are men that are a sign; for, behold, I will bring forth My servant the Shoot.
9Want zie, Ik leg de steen voor Jehosjóea neer, Op die éne steen zijn zeven ogen gericht! Zie, Ik heb er een inschrift op gebeiteld, Is de godsspraak van Jahweh der heirscharen: Op één dag delg Ik de schuld van het land!
9For behold the stone that I have laid before Joshua; upon one stone are seven facets; behold, I will engrave the graving thereof, saith the LORD of hosts: And I will remove the iniquity of that land in one day.
10Op die dag, is de godsspraak van Jahweh der heirscharen, Nodigt gij allen elkander uit Onder de wijnstok en vijg!
10In that day, saith the LORD of hosts, shall ye call every man his neighbour under the vine and under the fig-tree.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.