Zacharias 2
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Modern Hebrew Bible
1Ik sloeg mijn ogen op, en zag toe. Zie, daar was een man, met een meetsnoer in de hand.
1ואשא עיני וארא והנה איש ובידו חבל מדה׃
2Ik zeide: Waar gaat gij heen? Hij gaf mij ten antwoord: Ik ga Jerusalem meten, om te zien, hoe groot zijn breedte en lengte is.
2ואמר אנה אתה הלך ויאמר אלי למד את ירושלם לראות כמה רחבה וכמה ארכה׃
3En zie, de engel, die tot mij sprak, trad naar voren; maar een andere engel liep hem tegemoet,
3והנה המלאך הדבר בי יצא ומלאך אחר יצא לקראתו׃
4en sprak tot hem: Ga dien jongeman zeggen, dat Jerusalem als een open stad zal zijn om de menigte mensen en dieren daarbinnen.
4ויאמר אלו רץ דבר אל הנער הלז לאמר פרזות תשב ירושלם מרב אדם ובהמה בתוכה׃
5Ik zelf, is de godsspraak van Jahweh, zal een muur van vuur om hem heen zijn, en een glorie in zijn midden.
5ואני אהיה לה נאם יהוה חומת אש סביב ולכבוד אהיה בתוכה׃
6Op, op! Vlucht uit het land van het noorden, Is de godsspraak van Jahweh! Want naar de vier windstreken breid Ik u uit, Is de godsspraak van Jahweh!
6הוי הוי ונסו מארץ צפון נאם יהוה כי כארבע רוחות השמים פרשתי אתכם נאם יהוה׃
7Op, Sion, Red u, Gij die bij de dochter van Babel woont.
7הוי ציון המלטי יושבת בת בבל׃
8Want zo spreekt Jahweh der heirscharen na de verdrukking, Hij die mij tot de volken zond, die u hebben geplunderd: Wie u aanraakt, raakt mijn oogappel aan!
8כי כה אמר יהוה צבאות אחר כבוד שלחני אל הגוים השללים אתכם כי הנגע בכם נגע בבבת עינו׃
9Zie, Ik zwaai mijn hand tegen hen: Ze worden een buit van hun slaven, En gij zult weten, dat Jahweh der heirscharen mij heeft gezonden!
9כי הנני מניף את ידי עליהם והיו שלל לעבדיהם וידעתם כי יהוה צבאות שלחני׃
10Verheug en verblijd u, dochter van Sion: Want zie, Ik kom, Om in uw midden te wonen, Is de godsspraak van Jahweh;
10רני ושמחי בת ציון כי הנני בא ושכנתי בתוכך נאם יהוה׃
11Op die dag sluiten talrijke volken zich bij Jahweh aan, En worden mijn volk! Dan zal Ik in uw midden wonen, En gij zult weten, dat Jahweh der heirscharen mij heeft gezonden!
11ונלוו גוים רבים אל יהוה ביום ההוא והיו לי לעם ושכנתי בתוכך וידעת כי יהוה צבאות שלחני אליך׃
12Jahweh zal Juda tot erfdeel bezitten op de heilige grond, En Jerusalem weer uitverkiezen.
12ונחל יהוה את יהודה חלקו על אדמת הקדש ובחר עוד בירושלם׃
13Zwijg stil, alle vlees voor het aanschijn van Jahweh, Want Hij staat op uit zijn heilige woning!
13הס כל בשר מפני יהוה כי נעור ממעון קדשו׃
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.