Zacharias
Chapter 14
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Modern Hebrew Bible
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Modern Hebrew Bible
1Zie, de Dag gaat komen voor Jahweh, waarop de buit wordt verdeeld, die men binnen uw muren zal maken.
1הנה יום בא ליהוה וחלק שללך בקרבך׃
2Want Ik zal alle volken ten strijde tegen Jerusalem roepen; de stad zal worden ingenomen, de huizen zullen worden geplunderd, de vrouwen onteerd; de helft der stad zal in ballingschap gaan. Maar de Rest der bewoners zal niet uit de stad worden gesleept;
2ואספתי את כל הגוים אל ירושלם למלחמה ונלכדה העיר ונשסו הבתים והנשים תשגלנה ויצא חצי העיר בגולה ויתר העם לא יכרת מן העיר׃
3want dan trekt Jahweh tegen die volken ten strijde, zoals Hij vroeger kampte op de dag van de strijd.
3ויצא יהוה ונלחם בגוים ההם כיום הלחמו ביום קרב׃
4Op die dag zullen zijn voeten op de Olijfberg staan, die ten oosten van Jerusalem ligt! Dan splijt de Olijfberg middendoor, van het oosten naar het westen, door een onmetelijk dal; de ene helft van de berg wijkt uit naar het noorden, naar het zuiden de andere.
4ועמדו רגליו ביום ההוא על הר הזתים אשר על פני ירושלם מקדם ונבקע הר הזיתים מחציו מזרחה וימה גיא גדולה מאד ומש חצי ההר צפונה וחציו נגבה׃
5Dan zult gij vluchten door het dal van mijn bergen; want het dal van de bergen loopt uit op de plaats, waar Ik red. Maar ge zult moeten vluchten, zoals ge voor de aardbeving vloodt in de tijd van Ozias, den koning van Juda. Dan komt Jahweh, mijn God, en alle Heiligen met Hem!
5ונסתם גיא הרי כי יגיע גי הרים אל אצל ונסתם כאשר נסתם מפני הרעש בימי עזיה מלך יהודה ובא יהוה אלהי כל קדשים עמך׃
6Op die dag zal er geen hitte meer zijn, geen koude, geen vorst.
6והיה ביום ההוא לא יהיה אור יקרות יקפאון׃
7Een onafgebroken dag zal het zijn, alleen aan Jahweh bekend; geen dag en nacht: als de avond valt, wordt het licht.
7והיה יום אחד הוא יודע ליהוה לא יום ולא לילה והיה לעת ערב יהיה אור׃
8Op die dag zullen er levende wateren uit Jerusalem stromen: de ene helft naar de zee in het oosten, de andere naar de zee in het westen; zo zal het zijn in zomer en winter.
8והיה ביום ההוא יצאו מים חיים מירושלם חצים אל הים הקדמוני וחצים אל הים האחרון בקיץ ובחרף יהיה׃
9Dan zal Jahweh als Koning over de hele aarde heersen; op die dag zal het wezen: Eén Jahweh, enig zijn Naam!
9והיה יהוה למלך על כל הארץ ביום ההוא יהיה יהוה אחד ושמו אחד׃
10Heel het land wordt een vlakte van Géba tot Rimmon, ten zuiden. Maar Jerusalem zal worden verheven, en op zijn plaats blijven tronen, van de Benjamin-poort tot de vroegere Hoekpoort, van de Chananel-toren tot de koninklijke graven.
10יסוב כל הארץ כערבה מגבע לרמון נגב ירושלם וראמה וישבה תחתיה למשער בנימן עד מקום שער הראשון עד שער הפנים ומגדל חננאל עד יקבי המלך׃
11Men zal er wonen, en geen vervloeking zal er meer zijn; Jerusalem zal in veiligheid tronen!
11וישבו בה וחרם לא יהיה עוד וישבה ירושלם לבטח׃
12Maar dit zal de straf zijn, waarmee Jahweh alle volken zal treffen, die tegen Jerusalem zijn opgetrokken. Hun vlees zal verrotten, terwijl ze nog op hun benen staan; hun ogen zullen in hun kassen verrotten, hun tong verrotten in hun mond.
12וזאת תהיה המגפה אשר יגף יהוה את כל העמים אשר צבאו על ירושלם המק בשרו והוא עמד על רגליו ועיניו תמקנה בחריהן ולשונו תמק בפיהם׃
13Op die dag zal Jahweh een grote verwarring onder hen stichten; de een zal de hand van den ander grijpen, de ene hand klemt zich aan de andere vast.
13והיה ביום ההוא תהיה מהומת יהוה רבה בהם והחזיקו איש יד רעהו ועלתה ידו על יד רעהו׃
14En Juda zal de gast van Jerusalem zijn: de rijkdom van alle omliggende volken wordt opgestapeld: goud, zilver en kleren in geweldige massa!
14וגם יהודה תלחם בירושלם ואסף חיל כל הגוים סביב זהב וכסף ובגדים לרב מאד׃
15Dezelfde plaag zal ook de paarden en muilen, de kamelen en ezels treffen met alle beesten, die in de legerplaats zijn.
15וכן תהיה מגפת הסוס הפרד הגמל והחמור וכל הבהמה אשר יהיה במחנות ההמה כמגפה הזאת׃
16Dan zullen alle overlevenden onder alle volken, die tegen Jerusalem zijn opgetrokken, jaar in jaar uit, den Koning, Jahweh der heirscharen, komen aanbidden, en het loofhuttenfeest vieren.
16והיה כל הנותר מכל הגוים הבאים על ירושלם ועלו מדי שנה בשנה להשתחות למלך יהוה צבאות ולחג את חג הסכות׃
17En wie van de geslachten der aarde niet naar Jerusalem komt, om den Koning, Jahweh der heirscharen, te aanbidden, zal geen regen ontvangen.
17והיה אשר לא יעלה מאת משפחות הארץ אל ירושלם להשתחות למלך יהוה צבאות ולא עליהם יהיה הגשם׃
18En wanneer het geslacht van Egypte niet optrekt en komt, dan zullen de wateren niet rijzen, in plaats van de plaag, waarmee Jahweh de volken zal slaan, die het loofhuttenfeest niet komen vieren.
18ואם משפחת מצרים לא תעלה ולא באה ולא עליהם תהיה המגפה אשר יגף יהוה את הגוים אשר לא יעלו לחג את חג הסכות׃
19Dit zal de straf van Egypte zijn, en de straf van alle volken, die het loofhuttenfeest niet komen vieren!
19זאת תהיה חטאת מצרים וחטאת כל הגוים אשר לא יעלו לחג את חג הסכות׃
20Op die dag zal op de bellen der paarden staan: “Aan Jahweh gewijd!” De potten in het huis van Jahweh zullen even heilig zijn als de offerschalen voor het altaar;
20ביום ההוא יהיה על מצלות הסוס קדש ליהוה והיה הסירות בבית יהוה כמזרקים לפני המזבח׃
21ja, alle potten in Jerusalem en Juda zullen Jahweh der heirscharen worden gewijd: iedereen, die komt offeren, zal daaruit kiezen en erin koken. En op die dag zal er geen koopman meer zijn in het huis van Jahweh der heirscharen!
21והיה כל סיר בירושלם וביהודה קדש ליהוה צבאות ובאו כל הזבחים ולקחו מהם ובשלו בהם ולא יהיה כנעני עוד בבית יהוה צבאות ביום ההוא׃

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.