Numeri
Chapter 7
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Louis Segond 1910
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Louis Segond 1910
1Toen Moses gereed was gekomen met het oprichten van de tabernakel, en hem, met al wat er bij hoorde, had gezalfd en gewijd, en eveneens het altaar met heel zijn toebehoren had gezalfd en gewijd,
1Lorsque Moïse eut achevé de dresser le tabernacle, il l’oignit et le sanctifia avec tous ses ustensiles, de même que l’autel avec tous ses ustensiles; il les oignit et les sanctifia.
2kwamen de aanvoerders van Israël naderbij. Het waren de familie- en stamhoofden, die over de gemonsterden stonden.
2Alors les princes d’Israël, chefs des maisons de leurs pères, présentèrent leur offrande: c’étaient les princes des tribus, ceux qui avaient présidé au dénombrement.
3Zij brachten als hun gaven voor het aanschijn van Jahweh zes overdekte wagens en twaalf runderen; twee aanvoerders telkens één wagen en ieder één rund. Toen zij ze voor de tabernakel hadden gebracht,
3Ils amenèrent leur offrande devant l’Éternel: six chars en forme de litières et douze bœufs, soit un char pour deux princes et un bœuf pour chaque prince; et ils les offrirent devant le tabernacle.
4sprak Jahweh tot Moses:
4L’Éternel parla à Moïse, et dit:
5Neem ze van hen aan; ze moeten voor de dienst van de openbaringstent worden bestemd, en ge moet ze aan de Levieten geven, naar gelang ieder ze voor zijn werk nodig heeft.
5Prends d’eux ces choses, afin de les employer pour le service de la tente d’assignation; tu les donneras aux Lévites, à chacun selon ses fonctions.
6Moses nam dus de wagens en de runderen aan, en gaf ze aan de Levieten.
6Moïse prit les chars et les bœufs, et il les remit aux Lévites.
7Twee wagens en vier runderen gaf hij aan de zonen van Gersjon, naar verhouding tot hun werk.
7Il donna deux chars et quatre bœufs aux fils de Guerschon, selon leurs fonctions;
8Vier wagens en acht runderen gaf hij, naar verhouding tot hun werk, aan de zonen van Merari, die onder Itamar, den zoon van den priester Aäron stonden.
8il donna quatre chars et huit bœufs aux fils de Merari, selon leurs fonctions, sous la conduite d’Ithamar, fils du sacrificateur Aaron.
9Aan de zonen van Kehat gaf hij er geen, omdat zij de heilige zaken, die hun waren toevertrouwd, op hun schouders moesten dragen.
9Mais il n’en donna point aux fils de Kehath, parce que, selon leurs fonctions, ils devaient porter les choses saintes sur les épaules.
10Toen de aanvoerders ook hun wijdingsgave voor het altaar wilden brengen op de dag, dat het gezalfd werd, en hun gaven voor het altaar wilden plaatsen,
10Les princes présentèrent leur offrande pour la dédicace de l’autel, le jour où on l’oignit; les princes présentèrent leur offrande devant l’autel.
11sprak Jahweh tot Moses: Laat iedere aanvoerder op een afzonderlijke dag zijn gave brengen voor de wijding van het altaar.
11L’Éternel dit à Moïse: Les princes viendront un à un, et à des jours différents, présenter leur offrande pour la dédicace de l’autel.
12Op de eerste dag bracht Naässon, de zoon van Amminadab uit de stam van Juda, zijn gave.
12Celui qui présenta son offrande le premier jour fut Nachschon, fils d’Amminadab, de la tribu de Juda.
13Zijn geschenk bestond uit een zilveren schotel ter waarde van honderd dertig sikkels, en een zilveren schaal van zeventig sikkels volgens het heilig gewicht, beide gevuld met meelbloem, met olie aangemaakt, voor een spijsoffer;
13Il offrit: un plat d’argent du poids de cent trente sicles, un bassin d’argent de soixante-dix sicles, selon le sicle du sanctuaire, tous deux pleins de fleur de farine pétrie à l’huile, pour l’offrande;
14uit een schaaltje van tien gouden sikkels gevuld met wierook;
14une coupe d’or de dix sicles, pleine de parfum;
15uit een jongen stier, een ram, een eenjarig lam voor een brandoffer,
15un jeune taureau, un bélier, un agneau d’un an, pour l’holocauste;
16een geitebok voor een zondeoffer,
16un bouc, pour le sacrifice d’expiation;
17en twee runderen, vijf rammen, vijf bokken, vijf eenjarige lammeren voor een vredeoffer. Dit was het geschenk van Naässon, den zoon van Amminadab.
17et, pour le sacrifice d’actions de grâces, deux bœufs, cinq béliers, cinq boucs, cinq agneaux d’un an. Telle fut l’offrande de Nachschon, fils d’Amminadab.
18Op de tweede dag bracht Netanel, de zoon van Soear, de vorst van Issakar, zijn gave.
18Le second jour, Nethaneel, fils de Tsuar, prince d’Issacar, présenta son offrande.
19Het geschenk, dat hij bracht, bestond uit een zilveren schotel van honderd dertig sikkels, en een zilveren schaal van zeventig sikkels volgens het heilig gewicht, beide gevuld met meelbloem, met olie aangemaakt, voor een spijsoffer;
19Il offrit: un plat d’argent du poids de cent trente sicles, un bassin d’argent de soixante-dix sicles, selon le sicle du sanctuaire, tous deux pleins de fleur de farine pétrie à l’huile, pour l’offrande;
20uit een schaaltje van tien gouden sikkels gevuld met wierook;
20une coupe d’or de dix sicles, pleine de parfum;
21uit een jongen stier, een ram, een eenjarig lam voor een brandoffer,
21un jeune taureau, un bélier, un agneau d’un an, pour l’holocauste;
22een geitebok voor een zondeoffer,
22un bouc, pour le sacrifice d’expiation;
23en twee runderen, vijf rammen, vijf bokken, vijf eenjarige lammeren voor een vredeoffer. Dit was het geschenk van Netanel, den zoon van Soear.
23et, pour le sacrifice d’actions de grâces, deux bœufs, cinq béliers, cinq boucs, cinq agneaux d’un an. Telle fut l’offrande de Nethaneel, fils de Tsuar.
24Op de derde dag de vorst van de zonen van Zabulon, Eliab, de zoon van Chelon.
24Le troisième jour, le prince des fils de Zabulon, Éliab, fils de Hélon,
25Zijn geschenk bestond uit een zilveren schotel van honderd dertig sikkels, en een zilveren schaal van zeventig sikkels volgens het heilig gewicht, beide gevuld met meelbloem, met olie aangemaakt, voor een spijsoffer;
25offrit: un plat d’argent du poids de cent trente sicles, un bassin d’argent de soixante-dix sicles, selon le sicle du sanctuaire, tous deux pleins de fleur de farine pétrie à l’huile, pour l’offrande;
26uit een schaaltje van tien gouden sikkels gevuld met wierook;
26une coupe d’or de dix sicles, pleine de parfum;
27uit een jongen stier, een ram, een eenjarig lam voor een brandoffer,
27un jeune taureau, un bélier, un agneau d’un an, pour l’holocauste;
28een geitebok voor een zondeoffer,
28un bouc, pour le sacrifice d’expiation;
29en twee runderen, vijf rammen, vijf bokken, vijf eenjarige lammeren voor een vredeoffer. Dit was het geschenk van Eliab, den zoon van Chelon.
29et, pour le sacrifice d’actions de grâces, deux bœufs, cinq béliers, cinq boucs, cinq agneaux d’un an. Telle fut l’offrande d’Éliab, fils de Hélon.
30Op de vierde dag de vorst van de zonen van Ruben, Elisoer, de zoon van Sjedeoer.
30Le quatrième jour, le prince des fils de Ruben, Élitsur, fils de Schedéur,
31Zijn geschenk bestond uit een zilveren schotel van honderd dertig sikkels, en een zilveren schaal van zeventig sikkels volgens het heilig gewicht, beide gevuld met meelbloem, met olie aangemaakt, voor een spijsoffer;
31offrit: un plat d’argent du poids de cent trente sicles, un bassin d’argent de soixante-dix sicles, selon le sicle du sanctuaire, tous deux pleins de fleur de farine pétrie à l’huile, pour l’offrande;
32uit een schaaltje van tien gouden sikkels gevuld met wierook;
32une coupe d’or de dix sicles, pleine de parfum;
33uit een jongen stier, een ram, een eenjarig lam voor een brandoffer,
33un jeune taureau, un bélier, un agneau d’un an, pour l’holocauste;
34een geitebok voor een zondeoffer,
34un bouc, pour le sacrifice d’expiation;
35en twee runderen, vijf rammen, vijf bokken, vijf eenjarige lammeren voor een vredeoffer. Dit was het geschenk van Elisoer, den zoon van Sjedeoer.
35et, pour le sacrifice d’actions de grâces, deux bœufs, cinq béliers, cinq boucs, cinq agneaux d’un an. Telle fut l’offrande d’Élitsur, fils de Schedéur.
36Op de vijfde dag de vorst van de zonen van Simeon, Sjeloemiël, de zoon van Soerisjaddai.
36Le cinquième jour, le prince des fils de Siméon, Schelumiel, fils de Tsurischaddaï,
37Zijn geschenk bestond uit een zilveren schotel van honderd dertig sikkels, en een zilveren schaal van zeventig sikkels volgens het heilig gewicht, beide gevuld met meelbloem, met olie aangemaakt, voor een spijsoffer;
37offrit: un plat d’argent du poids de cent trente sicles, un bassin d’argent de soixante-dix sicles, selon le sicle du sanctuaire, tous deux pleins de fleur de farine pétrie à l’huile, pour l’offrande;
38uit een schaaltje van tien gouden sikkels gevuld met wierook;
38une coupe d’or de dix sicles, pleine de parfum;
39uit een jongen stier, een ram, een eenjarig lam voor een brandoffer,
39un jeune taureau, un bélier, un agneau d’un an, pour l’holocauste;
40een geitebok voor een zondeoffer,
40un bouc, pour le sacrifice d’expiation;
41en twee runderen, vijf rammen, vijf bokken, vijf eenjarige lammeren voor een vredeoffer. Dit was het geschenk van Sjeloemiël, den zoon van Soerisjaddai.
41et, pour le sacrifice d’actions de grâces, deux bœufs, cinq béliers, cinq boucs, cinq agneaux d’un an. Telle fut l’offrande de Schelumiel, fils de Tsurischaddaï.
42Op de zesde dag de vorst van de zonen van Gad, Eljasaf, de zoon van Deoeël.
42Le sixième jour, le prince des fils de Gad, Éliasaph, fils de Déuel,
43Zijn geschenk bestond uit een zilveren schotel van honderd dertig sikkels, en een zilveren schaal van zeventig sikkels volgens het heilig gewicht, beide gevuld met meelbloem, met olie aangemaakt, voor een spijsoffer;
43offrit: un plat d’argent du poids de cent trente sicles, un bassin d’argent de soixante-dix sicles, selon le sicle du sanctuaire, tous deux pleins de fleur de farine pétrie à l’huile, pour l’offrande;
44uit een schaaltje van tien gouden sikkels gevuld met wierook;
44une coupe d’or de dix sicles, pleine de parfum;
45uit een jongen stier, een ram, een eenjarig lam voor een brandoffer,
45un jeune taureau, un bélier, un agneau d’un an, pour l’holocauste;
46een geitebok voor een zondeoffer,
46un bouc, pour le sacrifice d’expiation;
47en twee runderen, vijf rammen, vijf bokken, vijf eenjarige lammeren voor een vredeoffer. Dit was het geschenk van Eljasaf, den zoon van Deoeël.
47et, pour le sacrifice d’actions de grâces, deux bœufs, cinq béliers, cinq boucs, cinq agneaux d’un an. Telle fut l’offrande d’Éliasaph, fils de Déuel.
48Op de zevende dag de vorst van de zonen van Efraïm, Elisjama, de zoon van Ammihoed.
48Le septième jour, le prince des fils d’Éphraïm, Élischama, fils d’Ammihud,
49Zijn geschenk bestond uit een zilveren schotel van honderd dertig sikkels, en een zilveren schaal van zeventig sikkels volgens het heilig gewicht, beide gevuld met meelbloem, met olie aangemaakt, voor een spijsoffer;
49offrit: un plat d’argent du poids de cent trente sicles, un bassin d’argent de soixante-dix sicles, selon le sicle du sanctuaire, tous deux pleins de fleur de farine pétrie à l’huile, pour l’offrande;
50uit een schaaltje van tien gouden sikkels gevuld met wierook;
50une coupe d’or de dix sicles, pleine de parfum;
51uit een jongen stier, een ram, een eenjarig lam voor een brandoffer,
51un jeune taureau, un bélier, un agneau d’un an, pour l’holocauste;
52een geitebok voor een zondeoffer,
52un bouc, pour le sacrifice d’expiation;
53en twee runderen, vijf rammen, vijf bokken, vijf eenjarige lammeren voor een vredeoffer. Dit was het geschenk van Elisjama, den zoon van Ammihoed.
53et, pour le sacrifice d’actions de grâces, deux bœufs, cinq béliers, cinq boucs, cinq agneaux d’un an. Telle fut l’offrande d’Élischama, fils d’Ammihud.
54Op de achtste dag de vorst van de zonen van Manasse, Gamliël, de zoon van Pedasoer.
54Le huitième jour, le prince des fils de Manassé, Gamliel, fils de Pedahtsur,
55Zijn geschenk bestond uit een zilveren schotel van honderd dertig sikkels, en een zilveren schaal van zeventig sikkels volgens het heilig gewicht, beide gevuld met meelbloem, met olie aangemaakt, voor een spijsoffer;
55offrit: un plat d’argent du poids de cent trente sicles, un bassin d’argent de soixante-dix sicles, selon le sicle du sanctuaire, tous deux pleins de fleur de farine pétrie à l’huile, pour l’offrande;
56uit een schaaltje van tien gouden sikkels gevuld met wierook;
56une coupe d’or de dix sicles, pleine de parfum;
57uit een jongen stier, een ram, een eenjarig lam voor een brandoffer,
57un jeune taureau, un bélier, un agneau d’un an, pour l’holocauste;
58een geitebok voor een zondeoffer,
58un bouc, pour le sacrifice d’expiation;
59en twee runderen, vijf rammen, vijf bokken, vijf eenjarige lammeren voor een vredeoffer. Dit was het geschenk van Gamliël, den zoon van Pedasoer.
59et, pour le sacrifice d’actions de grâces, deux bœufs, cinq béliers, cinq boucs, cinq agneaux d’un an. Telle fut l’offrande de Gamliel, fils de Pedahtsur.
60Op de negende dag de vorst van de zonen van Benjamin, Abidan, de zoon van Gidoni.
60Le neuvième jour, le prince des fils de Benjamin, Abidan, fils de Guideoni,
61Zijn geschenk bestond uit een zilveren schotel van honderd dertig sikkels en een zilveren schaal van zeventig sikkels volgens het heilig gewicht, beide gevuld met meelbloem, met olie aangemaakt, voor een spijsoffer;
61offrit: un plat d’argent du poids de cent trente sicles, un bassin d’argent de soixante-dix sicles, selon le sicle du sanctuaire, tous deux pleins de fleur de farine pétrie à l’huile, pour l’offrande;
62uit een schaaltje van tien gouden sikkels gevuld met wierook;
62une coupe d’or de dix sicles, pleine de parfum;
63uit een jongen stier, een ram, een eenjarig lam voor een brandoffer,
63un jeune taureau, un bélier, un agneau d’un an, pour l’holocauste;
64een geitebok voor een zondeoffer,
64un bouc, pour le sacrifice d’expiation;
65en twee runderen, vijf rammen, vijf bokken, vijf eenjarige lammeren voor een vredeoffer. Dit was het geschenk van Abidan, den zoon van Gidoni.
65et, pour le sacrifice d’actions de grâces, deux bœufs, cinq béliers, cinq boucs, cinq agneaux d’un an. Telle fut l’offrande d’Abidan, fils de Guideoni.
66Op de tiende dag de vorst van de zonen van Dan, Achiézer, de zoon van Ammisjaddai.
66Le dixième jour, le prince des fils de Dan, Ahiézer, fils d’Ammischaddaï,
67Zijn geschenk bestond uit een zilveren schotel van honderd dertig sikkels, en een zilveren schaal van zeventig sikkels volgens het heilig gewicht, beide gevuld met meelbloem, met olie aangemaakt, voor een spijsoffer;
67offrit: un plat d’argent du poids de cent trente sicles, un bassin d’argent de soixante-dix sicles, selon le sicle du sanctuaire, tous deux pleins de fleur de farine pétrie à l’huile, pour l’offrande;
68uit een schaaltje van tien gouden sikkels gevuld met wierook;
68une coupe d’or de dix sicles, pleine de parfum;
69uit een jongen stier, een ram, een eenjarig lam voor een brandoffer,
69un jeune taureau, un bélier, un agneau d’un an, pour l’holocauste;
70een geitebok voor een zondeoffer,
70un bouc, pour le sacrifice d’expiation;
71en twee runderen, vijf rammen, vijf bokken, vijf eenjarige lammeren voor een vredeoffer. Dit was het geschenk van Achiézer, den zoon van Ammisjaddai.
71et, pour le sacrifice d’actions de grâces, deux bœufs, cinq béliers, cinq boucs, cinq agneaux d’un an. Telle fut l’offrande d’Ahiézer, fils d’Ammischaddaï.
72Op de elfde dag de vorst van de zonen van Aser, Pagiël, de zoon van Okran.
72Le onzième jour, le prince des fils d’Aser, Paguiel fils d’Ocran,
73Zijn geschenk bestond uit een zilveren schotel van honderd dertig sikkels, en een zilveren schaal van zeventig sikkels volgens het heilig gewicht, beide gevuld met meelbloem, met olie aangemaakt, voor een spijsoffer;
73offrit: un plat d’argent du poids de cent trente sicles, un bassin d’argent de soixante-dix sicles, selon le sicle du sanctuaire, tous deux pleins de fleur de farine pétrie à l’huile, pour l’offrande;
74uit een schaaltje van tien gouden sikkels gevuld met wierook;
74une coupe d’or de dix sicles, pleine de parfum;
75uit een jongen stier, een ram, een eenjarig lam voor een brandoffer,
75un jeune taureau, un bélier, un agneau d’un an, pour l’holocauste;
76een geitebok voor een zondeoffer,
76un bouc, pour le sacrifice d’expiation;
77en twee runderen, vijf rammen, vijf bokken, vijf eenjarige lammeren voor een vredeoffer. Dit was het geschenk van Pagiël, den zoon van Okran.
77et, pour le sacrifice d’actions de grâces, deux bœufs, cinq béliers, cinq boucs, cinq agneaux d’un an. Telle fut l’offrande de Paguiel, fils d’Ocran.
78Op de twaalfde dag de vorst van de zonen van Neftali, Achira, de zoon van Enan.
78Le douzième jour, le prince des fils de Nephthali, Ahira, fils d’Énan,
79Zijn geschenk bestond uit een zilveren schotel van honderd dertig sikkels, en een zilveren schaal van zeventig sikkels volgens het heilig gewicht, beide gevuld met meelbloem, met olie aangemaakt, voor een spijsoffer;
79offrit: un plat d’argent du poids de cent trente sicles, un bassin d’argent de soixante-dix sicles selon le sicle du sanctuaire, tous deux pleins de fleur de farine pétrie à l’huile, pour l’offrande;
80uit een schaaltje van tien gouden sikkels gevuld met wierook;
80une coupe d’or de dix sicles, pleine de parfum;
81uit een jongen stier, een ram, een eenjarig lam voor een brandoffer,
81un jeune taureau, un bélier, un agneau d’un an, pour l’holocauste;
82een geitebok voor een zondeoffer,
82un bouc, pour le sacrifice d’expiation;
83en twee runderen, vijf rammen, vijf bokken, vijf eenjarige lammeren voor een vredeoffer. Dit was het geschenk van Achira, den zoon van Enan.
83et, pour le sacrifice d’actions de grâces, deux bœufs, cinq béliers, cinq boucs, cinq agneaux d’un an. Telle fut l’offrande d’Ahira, fils d’Énan.
84Dit was dus de wijdingsgave der aanvoerders van Israël voor het altaar op de dag, dat het gezalfd werd: twaalf zilveren schotels, twaalf zilveren schalen, twaalf gouden schaaltjes.
84Tels furent les dons des princes d’Israël pour la dédicace de l’autel, le jour où on l’oignit. Douze plats d’argent, douze bassins d’argent, douze coupes d’or;
85Iedere schotel was honderd dertig zilveren sikkels waard, iedere schaal zeventig; al het zilver der vaten bedroeg vier en twintig honderd sikkels volgens het heilig gewicht.
85chaque plat d’argent pesait cent trente sicles, et chaque bassin soixante-dix, ce qui fit pour l’argent de ces ustensiles un total de deux mille quatre cents sicles, selon le sicle du sanctuaire;
86Twaalf gouden schaaltjes met wierook gevuld, ieder van tien gouden sikkels volgens het heilig gewicht, al het goud van die schaaltjes bedroeg honderd twintig gouden sikkels.
86les douze coupes d’or pleines de parfum, à dix sicles la coupe, selon le sicle du sanctuaire, firent pour l’or des coupes un total de cent vingt sicles.
87Het rundvee voor het brandoffer bedroeg in het geheel twaalf jonge stieren, twaalf rammen, en twaalf eenjarige lammeren, met de daarbij horende spijsoffers. Voor het zondeoffer bedroeg het twaalf geitebokken.
87Total des animaux pour l’holocauste: douze taureaux, douze béliers, douze agneaux d’un an, avec les offrandes ordinaires. Douze boucs, pour le sacrifice d’expiation.
88Het rundvee voor het vredeoffer bedroeg in het geheel vier en twintig stieren, zestig rammen, zestig bokken en zestig eenjarige lammeren. Dit was de wijdingsgave voor het altaar, nadat het gezalfd was.
88Total des animaux pour le sacrifice d’actions de grâces: vingt-quatre bœufs, soixante béliers, soixante boucs, soixante agneaux d’un an. Tels furent les dons pour la dédicace de l’autel, après qu’on l’eut oint.
89Wanneer Moses de openbaringstent binnentrad, om met Jahweh te spreken, hoorde hij de stem, die tot hem sprak, boven het verzoendeksel op de Verbondsark tussen de beide cherubs. Zo sprak Hij tot hem.
89Lorsque Moïse entrait dans la tente d’assignation pour parler avec l’Éternel, il entendait la voix qui lui parlait du haut du propitiatoire placé sur l’arche du témoignage, entre les deux chérubins. Et il parlait avec l’Éternel.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.