Jesaja
Chapter 6
Petrus Canisius Bible, 1…
vs JPS Tanakh (Jewish…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
JPS Tanakh (Jewish Publication Society, 1917)
1In het sterfjaar van koning Ozias aanschouwde ik den Heer, gezeten op een hoge en heerlijke troon; de sleep van zijn mantel bedekte heel de tempel.
1In the year that king Uzziah died I saw the Lord sitting upon a throne high and lifted up, and His train filled the temple.
2Serafs stonden om Hem heen, elk met zes vleugels; twee om het gelaat, twee om de voeten te bedekken, en twee om te vliegen.
2Above Him stood the seraphim; each one had six wings: with twain he covered his face and with twain he covered his feet, and with twain he did fly.
3En ze riepen elkander toe: “Heilig, heilig, heilig is Jahweh der heirscharen; de hele aarde is vol van zijn glorie!”
3And one called unto another, and said: Holy, holy, holy, is the LORD of hosts; the whole earth is full of His glory.
4Van hun juichen trilden de drempels in hun voegen, en het hele huis stond vol rook.
4And the posts of the door were moved at the voice of them that called, and the house was filled with smoke.
5Ik riep uit: Wee mij, ik ben verloren! Want ik heb met mijn ogen den Koning, Jahweh der heirscharen, aanschouwd, ofschoon ik een mens ben met onreine lippen, en onder een volk met onreine lippen verblijf.
5Then said I: Woe is me! for I am undone; because I am a man of unclean lips, and I dwell in the midst of a people of unclean lips; for mine eyes have seen the King, the LORD of hosts.
6Maar één der serafs vloog op mij af; met een gloeiende kool, die hij met een tang van het altaar had genomen,
6Then flew unto me one of the seraphim, with a glowing stone in his hand, which he had taken with the tongs from off the altar;
7raakte hij mijn mond aan, en sprak: Zie, zij heeft uw lippen geraakt; nu is uw schuld verdwenen, uw zonde vergeven.
7and he touched my mouth with it, and said: Lo, this hath touched thy lips; and thine iniquity is taken away, and thy sin expiated.
8Nu hoorde ik de stem van den Heer: Wien zal Ik zenden, en wie zal gaan uit onze naam? Ik zeide: Hier ben ik; zend mij!
8And I heard the voice of the Lord, saying: Whom shall I send, and who will go for us? Then I said: 'Here am I; send me.'
9Toen sprak Hij: Ga heen, en zeg aan dit volk: Gij zult altijd weer horen, Maar nimmer verstaan; Scherp zult gij zien, Maar niet inzien.
9And He said: 'Go, and tell this people: hear ye indeed, but understand not; and see ye indeed, but perceive not.
10Verstomp het hart van dit volk, Verstop zijn oren, verblind zijn ogen: Opdat ze met hun ogen niet zien, Met hun oren niet horen, Met hun hart niet verstaan, Zich niet bekeren noch worden genezen.
10Make the heart of this people fat, and make their ears heavy, and shut their eyes; lest they, seeing with their eyes, and hearing with their ears, and understanding with their heart, return, and be healed.'
11Ik zeide: Hoe lang zal dit duren, o Heer? Hij sprak: Tot de steden vernield zijn, En geen bewoners meer hebben; De huizen ontvolkt, Het land verwoest en verlaten;
11Then said I: 'Lord, how long?' And He answered: 'Until cities be waste without inhabitant, and houses without man, and the land become utterly waste,
12Tot Jahweh de mensen heeft weggevoerd, Op het land grote eenzaamheid ligt,
12And the LORD have removed men far away, and the forsaken places be many in the midst of the land.
13En het tiende, dat restte, ook is verdelgd. Maar gelijk een stronk blijft staan, Waar terebint of eik zijn geveld, Zo blijft er een heilig zaad als zijn wortel!
13And if there be yet a tenth in it, it shall again be eaten up; as a terebinth, and as an oak, whose stock remaineth, when they cast their leaves, so the holy seed shall be the stock thereof.'

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.