Hosea 3
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Septuagint (Greek Old Testament), second edition
1Daarna sprak Jahweh tot mij: Ga nu opnieuw de vrouw beminnen, die zich door een ander het hof laat maken en overspel doet; juist zoals Jahweh de kinderen van Israël blijft beminnen, ofschoon ze zich tot vreemde goden hebben gewend, en op druiven-koeken verzot zijn.
1ΚΑΙ εἶπε Κύριος πρός με· ἔτι πορεύθητι καὶ ἀγάπησον γυναῖκα ἀγαπῶσαν πονηρὰ καὶ μοιχαλίν, καθὼς ἀγαπᾷ ὁ Θεὸς τοὺς υἱοὺς Ἰσραὴλ καὶ αὐτοὶ ἀποβλέπουσιν ἐπὶ θεοὺς ἀλλοτρίους καὶ φιλοῦσι πέμματα μετὰ σταφίδων.
2Ik won ze dus terug voor vijftien zilverlingen en anderhalve maat gerst.
2καὶ ἐμισθωσάμην ἐμαυτῷ πεντεκαίδεκα ἀργυρίου καὶ γομὸρ κριθῶν καὶ νέβελ οἴνου
3Toen sprak ik tot haar: Blijf nu lange tijd rustig bij mij, zonder ontucht te doen, of aan een man te behoren; ook ik blijf u getrouw.
3καὶ εἶπα πρὸς αὐτήν· ἡμέρας πολλὰς καθήσῃ ἐπ᾿ ἐμοὶ καὶ οὐ μὴ πορνεύσῃς, οὐδὲ μὴ γένῃ ἀνδρὶ ἑτέρῳ, καὶ ἐγὼ ἐπὶ σοί.
4Want lange tijd zullen de kinderen van Israël zonder koning of vorst blijven zitten, zonder offer en wijsteen, zonder orakel en goden.
4διότι ἡμέρας πολλὰς καθήσονται οἱ υἱοὶ Ἰσραὴλ οὐκ ὄντος βασιλέως οὐδὲ ὄντος ἄρχοντος οὐδὲ οὔσης θυσίας οὐδὲ ὄντος θυσιαστηρίου οὐδὲ ἱερατείας οὐδὲ δήλων.
5Maar dan zullen de kinderen van Israël zich bekeren, Jahweh, hun God, weer zoeken, en David hun koning; op het einde der dagen keren zij vol ontzag tot Jahweh en zijn weldaden terug!
5καὶ μετὰ ταῦτα ἐπιστρέψουσιν οἱ υἱοὶ Ἰσραὴλ καὶ ἐπιζητήσουσι Κύριον τὸν Θεὸν αὐτῶν καὶ Δαυὶδ τὸν βασιλέα αὐτῶν· καὶ ἐκστήσονται ἐπὶ τῷ Κυρίῳ καὶ ἐπὶ τοῖς ἀγαθοῖς αὐτοῦ ἐπ᾿ ἐσχάτων τῶν ἡμερῶν.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.