2 Timoteus 2
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Modern Hebrew Bible
1Gij dan mijn kind, toon u kloek door de genade, die ge in Christus Jesus bezit;
1לכן בני התחזק בחסד אשר במשיח ישוע׃
2wat ge van mij onder vele getuigen gehoord hebt, draag dat aan betrouwbare mannen over, die geschikt zijn, ook anderen te onderrichten;
2ואת אשר שמעת ממני בפני עדים רבים תפקידנו בידי אנשים נאמנים אשר הם כשרים ללמד גם את האחרים׃
3neem ook uw aandeel in het lijden als een goed krijgsknecht van Christus Jesus.
3וסבל הרעות כאיש חיל בצבא מלחמת ישוע המשיח׃
4Wie krijgsdienst verricht, bemoeit zich niet met levensonderhoud, om slechts den krijgsheer te behagen.
4איש יצא לצבא לא יתערב בעשקי החיים למען יהיה רצוי לשר הצבא׃
5Eveneens wordt een kampvechter niet gekroond, als hij niet volgens vaste regels heeft geworsteld.
5וגם אם נאבק איש לא יכתר אם לא יאבק כמשפט׃
6En slechts de landman, die zich afslooft, moet het eerst van de vruchten genieten.
6האכר העבד הוא יאכל ראשונה מפרי האדמה׃
7Denk na over wat ik zeg; en de Heer zal u inzicht geven in alles.
7בין באשר אני אמר כי האדון יתן לך חכמה בכל דבר׃
8Denk ook eens terug aan “Jesus Christus, uit Davids zaad, maar van de doden opgewekt;” zoals mijn Evangelie luidt,
8זכור תזכר את ישוע המשיח הנעור מן המתים אשר הוא מזרע דוד כפי בשורתי׃
9waarvoor ik lijd, tot boeien toe, een misdadiger gelijk; maar het Woord van God is niet geboeid!
9אשר בעבורה אני נשא רעות עד למוסרות כעשה עול אבל דבר האלהים איננו נאסר׃
10Daarom juist verdraag ik alles terwille der uitverkorenen, opdat ook zij het heil verwerven in Christus Jesus, en de eeuwige glorie bovendien.
10ועל כן אסבל את כל למען הבחירים למען ישיגו גם המה את התשועה במשיח ישוע עם כבוד עולמים׃
11Dit woord is waarachtig! Immers zijn wij met Hem gestorven, dan zullen wij ook met Hem leven;
11נאמן הדבר הזה כי אם מתנו אתו גם אתו נחיה׃
12lijden wij, dan zullen wij ook met Hem heersen; verloochenen wij Hem, dan zal Hij ook ons verloochenen;
12אם נסבל גם נמלך אתו ואם ננכר גם הוא ינכר אתנו׃
13zijn wij ontrouw, Hij blijft trouw, want Zich verloochenen kan Hij niet.
13אם לא נאמין הנה הוא קים באמונתו כי לכחש בעצמו לא יוכל׃
14Scherp hun deze dingen in, en bezweer hen bij God, geen woordenstrijd te voeren, die tot niets anders dient, dan tot verderf der hoorders.
14זאת הזכר להם והעד לפני האדון שלא לעשק במחלקת מלים אשר לא להועיל רק לעות דעת השמעים׃
15Doe zelf uw best, voor God te staan als een beproefd man, als arbeider, die zich niet heeft te schamen, als voorsnijder, die het woord der waarheid rechtaf snijdt.
15היה שקוד להתיצב נאמן לפני אלהים וכפעל אשר לא יבוש המחלק על נכון דבר האמת׃
16Profane beuzelpraat moet ge vermijden; want zij, die er zich aan schuldig maken, vervallen tot steeds groter goddeloosheid,
16אבל תרחק מדברי הבל הפסולים כי יוסיפו הרבות רשע׃
17en hun woord vreet voort als de kanker. Hiertoe behoren Humeneus en Filetus;
17ושיחתם כרקב תאכל סביב אשר מהם הומניוס ופיליטוס׃
18door te beweren, dat de opstanding reeds heeft plaats gehad, zijn ze zelf afgedwaald van de waarheid en verwoesten ze het geloof van anderen.
18אשר תעו מן האמת באמרם כי תחית המתים כבר היתה ויבלבלו אמונת קצת אנשים׃
19Zeker, Gods grondsteen staat ongeschokt, en draagt als stempel: “De Heer kent de zijnen,” en “Wie de naam des Heren aanroept, sta ver van de boosheid.”
19אך איתן הוא יסוד האלהים וזה חותמו ידע יהוה את אשר לו ועוד יסור מעול כל הקורא את שם המשיח׃
20Maar in een groot huis zijn niet slechts vaten van goud en zilver, maar ook van hout en leem; sommige met eervolle, andere met smadelijke bestemming.
20כי בבית גדול לא כלי זהב וכסף בלבד אלא גם של עץ ושל חרש ומהם לכבוד ומהם לבזיון׃
21Wie zich dus rein houdt van dit alles, zal een vat zijn tot ere, geheiligd, bruikbaar voor den Heer, en geschikt voor ieder goed werk.
21והנה אם טהר איש את נפשו מאלה יהיה כלי לכבוד מקדש ומועיל לבעל הבית מוכן לכל מעשה טוב׃
22Vlucht dus de lusten der jeugd, en streef naar gerechtigheid, geloof, liefde en vrede, in gemeenschap met hen, die den Heer aanroepen met een zuiver hart.
22ברח לך מתאות הנעורים ורדף צדק ואמונה ואהבה ושלום עם כל הקראים אל יהוה בלב טהור׃
23Vermijd eveneens de dwaze en onverstandige twistvragen, daar ge weet, dat ze slechts strijd doen ontstaan.
23ותרחק מן השאלות התפלות באין מוסר באשר תדע כי אך קטטה מולידות הנה׃
24Een dienaar des Heren moet niet vechten, maar hij moet vriendelijk jegens allen zijn, geschikt voor het onderricht en lankmoedig.
24ועבד האדון לא יתקוטט אלא יהי נוח לכל ומבין ללמד וסבלן׃
25De koppigen moet hij terechtwijzen met zachtheid; want misschien brengt God ze tot inkeer en tot erkenning der waarheid,
25ומיסר בנמיכות רוח את המתנגדים אולי יתן האלהים בלבבם לשוב להכרת האמת׃
26en komen ze nog tot bezinning, als ze uit de strik van den duivel door Hem zijn gevangen om zijn wil te volbrengen.
26ויעירו ממוקשי השטן אשר צדם בהם לרצונו׃
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.