2 Korintiers
Chapter 8

2 Korintiers

Petrus Canisius Bible, 1…
vs Kralice Bible (1613)
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Kralice Bible (1613)
1Broeders, we stellen u in kennis van de genade Gods, die aan de kerken van Macedónië is geschonken;
1Známuť pak vám činíme, bratří, milost Boží, danou zborům Macedonským,
2zodat te midden van veel beproeving en wederwaardigheden haar hoogste blijdschap en haar diepste armoede een rijke overvloed van milddadigheid deden ontstaan.
2Že v mnohém zkušení rozličných soužení rozhojnilá radost jejich a převeliká chudoba jejich rozhojněna jest v bohatství upřímnosti jejich.
3Want ze gaven naar vermogen; ik durf zeggen, boven vermogen. Uit vrije beweging,
3Nebo svědectví jim vydávám, že podle možnosti, ba i nad možnost hotovi byli sděliti se,
4en met grote aandrang verzochten ze zelfs het ons als een gunst, te mogen meedoen aan de ondersteuning der heiligen.
4Mnohými žádostmi prosíce nás, abychom té milosti jejich a obcování služebnost (v rozdělování toho svatým) na se přijali.
5Maar wat meer was dan we hadden durven verwachten: ze gaven zelfs hun eigen persoon, eerst aan den Heer, toen aan ons, overeenkomstig de wil van God.
5A netoliko tak učinili, jakž jsme se nadáli, ale sami sebe nejprve dali Pánu, a i nám také u vůli Boží,
6Daarom hebben we Titus verzocht, dit liefdewerk, waarmee hij vroeger onder u was begonnen, nu ook tot een goed einde te brengen;
6Tak že jsme musili napomenouti Tita, aby jakož byl prve započal, tak také i dokonal při vás milost tuto.
7maar ú, om ook in dit liefdewerk uit te munten, zoals gij uitmunt in alles: in geloof, spreken, kennis, in ijver op allerlei gebied, in uw liefde tot ons.
7A protož jakž ve všech věcech jste hojní, totiž u víře i v řeči i v známosti i ve všeliké snažnosti i v lásce vaší k nám, tak i v této milosti hojní buďte.
8Ik bedoel dit niet als een bevel, maar als een toets uwer waarachtige liefde aan de toewijding van anderen.
8Ne jako rozkazuje, toto pravím, ale příčinou jiných snažnosti i vaši upřímou lásku zkušenou ukázati chtěje.
9Gij kent toch de liefdedaad van onzen Heer Jesus Christus:hoe Hij om uwentwil arm is geworden, terwijl Hij rijk was, opdat gij rijk zoudt worden door zijn armoede.
9Nebo znáte milost Pána našeho Jezukrista, že pro vás učiněn jest chudý, jsa bohatý, abyste vy jeho chudobou zbohatli.
10Ik geef dus slechts een raad in deze aangelegenheid; dit is voor u voldoende. Want verleden jaar zijt gij de eerste geweest niet alleen in het handelen, maar zelfs in het willen.
10A k tomuť vám radu dávám; nebo jest vám to užitečné, kteříž jste netoliko činiti, ale i chtíti prve začali léta předešlého.
11Nu dan, brengt ook de daad zelf tot een goed einde, opdat aan ijver naar de wil ook de daad naar draagkracht mag beantwoorden.
11Protož nyní již to skutkem vykonejte, aby jakož hotové bylo chtění, tak také bylo i vykonání z toho, což máte.
12Zo de goedgeefsheid evenredig is aan wat men bezit, is ze welgevallig; zo niet, dan is ze het niet.
12Nebo jest-liť prve vůle hotová, podle toho, což kdo má, vzácná jest Bohu, ne podle toho, čehož nemá.
13Want gij behoeft uzelf niet in verlegenheid te brengen, om anderen te verlichten, maar het geschiede volgens een zeker evenwicht.
13Nebo ne proto vás ponoukám, aby jiným bylo polehčení, a vám soužení, ale rovnost ať jest; nyní přítomně vaše hojnost spomoziž jejich chudobě,
14Uw overvloed moet thans hun gebrek ten goede komen, opdat eens ook hun overvloed uw gebrek mag verhelpen. Zó blijft er evenwicht bestaan,
14Aby potom také jejich hojnost vaší chudobě byla ku pomoci, aby tak byla rovnost;
15gelijk geschreven staat: “Hij die veel had, had niet te veel; en hij die weinig had, kwam niet te kort.”
15Jakož psáno: Kdo mnoho nasbíral, nic mu nezbývalo, a kdo málo, neměl nedostatku.
16God zij dank, die in Titus’ hart zulk een ijver voor u heeft neergelegd,
16Ale díka Bohu, kterýž takovouž snažnost k službě vám dal v srdce Titovo,
17dat hij niet slechts aan onze oproep gehoor gaf, maar geheel uit vrije beweging en zelfs met geestdrift naar u toe is gegaan.
17Takže to napomenutí naše ochotně přijal, anobrž jsa v lásce k vám opravdový, sám z své dobré vůle šel k vám.
18Tegelijk met hem zenden we den broeder mee, die door alle kerken om zijn evangeliewerk geprezen wordt,
18Poslaliť jsme pak s ním bratra toho, kterýž má velikou chválu v evangelium po všech sbořích,
19en die bovendien door de kerken aangewezen is tot onzen reisgezel bij het liefdewerk, dat we tot glorie des Heren en tot bewijs onzer bereidvaardigheid hebben ondernomen.
19(A netoliko to, ale také losem vyvolen jest od církví za tovaryše putování našeho, s touto milostí, kteroužto sloužíme k slávě Pánu a k vyplnění vůle vaší,)
20Hierdoor voorkomen we, dat iemand ons zou verdenken bij het beheer van deze rijke gave;
20Varujíce se toho, aby nám někdo neutrhal pro tu hojnost, kterouž my přisluhujeme,
21want we zijn bedacht op de goede schijn, niet slechts in de ogen des Heren, maar ook in de ogen der mensen.
21Dobré opatrujíce netoliko před obličejem Páně, ale i před lidmi.
22Met hen beiden zenden we onzen broeder mee, dien we vaak in veel zaken vol ijver bevonden, en die thans met nog meer ijver is bezield door zijn groot vertrouwen op u.
22Poslali jsme pak s nimi bratra našeho, kteréhož jsme mnohokrát ve mnohých věcech zkusili, že jest pilný, a nyní mnohem pilnější bude pro mnohé doufání mé o vás.
23Wat Titus betreft, hij is mijn metgezel en medearbeider bij u; wat de broeders aangaat, ze zijn afgevaardigden der kerken, de glorie van Christus.
23Z strany Tita víte, že jest tovaryš můj, a mezi vámi pomocník můj; a z strany bratří našich, že jsou poslové církví a sláva Kristova.
24Welnu dan, levert hun ten overstaan der kerken het onomstotelijk bewijs van úw liefde, en van òns recht, om te roemen op u.
24Protož jistoty lásky vaší a chlouby naší o vás, k nim dokažte, před obličejem církví.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.