1 Timoteus
Chapter 2

1 Timoteus

Petrus Canisius Bible, 1…
vs Greek New Testamen…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Greek New Testament: Textus Receptus
1Vóór alles dus dring ik er op aan, dat er gebeden, smekingen, voorbeden en dankzeggingen worden opgedragen voor alle mensen;
1Παρακαλῶ οὖν πρῶτον πάντων ποιεῖσθαι δεήσεις, προσευχάς, ἐντεύξεις, εὐχαριστίας, ὑπὲρ πάντων ἀνθρώπων·
2voor koningen ook en alle overheden, opdat we een stil en rustig leven mogen leiden in alle vroomheid en eerbaarheid.
2ὑπὲρ βασιλέων καὶ πάντων τῶν ἐν ὑπεροχῇ ὄντων, ἵνα ἤρεμον καὶ ἡσύχιον βίον διάγωμεν ἐν πάσῃ εὐσεβείᾳ καὶ σεμνότητι.
3Dit immers is goed en welgevallig aan God onzen Zaligmaker,
3Τοῦτο γὰρ καλὸν καὶ ἀπόδεκτον ἐνώπιον τοῦ σωτῆρος ἡμῶν Θεοῦ,
4die wil, dat àlle mensen zalig worden en tot de kennis der waarheid geraken.
4ὃς πάντας ἀνθρώπους θέλει σωθῆναι καὶ εἰς ἐπίγνωσιν ἀληθείας ἐλθεῖν.
5Want er is één God, en ook één Middelaar tussen God en de mensen, de Mens Jesus Christus,
5Εἷς γὰρ Θεός, εἷς καὶ μεσίτης Θεοῦ καὶ ἀνθρώπων, ἄνθρωπος Χριστὸς Ἰησοῦς,
6die zich gaf als losprijs voor àllen. Zo luidt de getuigenis voor onze tijd;
6ὁ δοὺς ἑαυτὸν ἀντίλυτρον ὑπὲρ πάντων, τὸ μαρτύριον καιροῖς ἰδίοις,
7hiertoe ben ik aangesteld als heraut en apostel, -ik spreek waarheid, geen leugen, -als leraar der heidenen in geloof en in waarheid.
7εἰς ὃ ἐτέθην ἐγὼ κῆρυξ καὶ ἀπόστολος· ἀλήθειαν λέγω ἐν Χριστῷ, οὐ ψεύδομαι· διδάσκαλος ἐθνῶν ἐν πίστει καὶ ἀληθείᾳ.
8Ik verlang dus, dat de mannen bidden overal, en reine handen opheffen zonder toorn en twijfel.
8Βούλομαι οὖν προσεύχεσθαι τοὺς ἄνδρας ἐν παντὶ τόπῳ, ἐπαίροντας ὁσίους χεῖρας, χωρὶς ὀργῆς καὶ διαλογισμοῦ.
9Eveneens moeten dan de vrouwen, eerbaar en ingetogen, zich tooien met passende kleding; niet met haarvlechten, goud, paarlen of kostbare kleren,
9Ὡσαύτως καὶ τὰς γυναῖκας ἐν καταστολῇ κοσμίῳ, μετὰ αἰδοῦς καὶ σωφροσύνης, κοσμεῖν ἑαυτάς, μὴ ἐν πλέγμασιν, ἢ χρυσῷ, ἢ μαργαρίταις, ἢ ἱματισμῷ πολυτελεῖ,
10maar met goede werken, zoals het vrouwen betaamt, die aanspraak maken op godsdienstigheid.
10ἀλλ᾿ ὃ πρέπει γυναιξὶν ἐπαγγελλομέναις θεοσέβειαν, δι᾿ ἔργων ἀγαθῶν.
11Een vrouw moet onderricht ontvangen, zwijgend en in alle nederigheid.
11Γυνὴ ἐν ἡσυχίᾳ μανθανέτω ἐν πάσῃ ὑποταγῇ.
12Ik sta niet toe, dat de vrouw onderricht geeft of meestert over den man; ze moet zich stil houden.
12Γυναικὶ δὲ διδάσκειν οὐκ ἐπιτρέπω, οὐδὲ αὐθεντεῖν ἀνδρός, ἀλλ᾿ εἶναι ἐν ἡσυχίᾳ.
13Want Adam werd het eerst geschapen, daarna Eva.
13Ἀδὰμ γὰρ πρῶτος ἐπλάσθη, εἶτα Εὔα·
14Ook werd Adam niet misleid, maar de vrouw werd bedrogen en kwam ten val.
14καὶ Ἀδὰμ οὐκ ἠπατήθη, ἡ δὲ γυνὴ ἀπατηθεῖσα ἐν παραβάσει γέγονε·
15Toch zal ze zalig worden door het baren van kinderen, zo ze volhardt in geloof, liefde en heiligheid, aan ingetogenheid gepaard.
15σωθήσεται δὲ διὰ τῆς τεκνογονίας, ἐὰν μείνωσιν ἐν πίστει καὶ ἀγάπῃ καὶ ἁγιασμῷ μετὰ σωφροσύνης.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.