1 Kronieken
Chapter 22
Petrus Canisius Bible, 1…
vs JPS Tanakh (Jewish…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
JPS Tanakh (Jewish Publication Society, 1917)
1Daarom besliste David: Dit is voortaan het huis van Jahweh, den Heer, en het brandofferaltaar van Israël.
1Then David said: 'This is the house of the LORD God, and this is the altar of burnt-offering for Israel.'
2Nu bepaalde David, dat men de vreemdelingen moest oproepen, die in het land Israël woonden; en hij nam hen in dienst als steenhouwers, om steenblokken te houwen voor de bouw van de tempel van God.
2And David commanded to gather together the strangers that were in the land of Israel; and he set masons to hew wrought stones to build the house of God.
3Ook bracht David een grote voorraad ijzer bijeen voor de nagels van de poortdeuren en de krammen, benevens een onoverzienbare hoeveelheid koper;
3And David prepared iron in abundance for the nails for the doors of the gates, and for the couplings; and brass in abundance without weight;
4daarenboven ontelbare ceders, die door de Sidoniërs en Tyriërs in grote hoeveelheden aan David werden geleverd.
4and cedar-trees without number; for the Zidonians and they of Tyre brought cedar-trees in abundance to David.
5David dacht namelijk: Mijn zoon Salomon is nog jong en tenger, en de tempel, die voor Jahweh gebouwd wordt, moet zo groots zijn, dat hij in alle landen bekend en beroemd wordt; laat mij dus alvast de voorbereidende maatregelen treffen. Zo trof David voor zijn dood ontzaglijke voorbereidingen.
5And David said: 'Solomon my son is young and tender, and the house that is to be builded for the LORD must be exceeding magnificent, of fame and of glory throughout all countries; I will therefore make preparation for him.' So David prepared abundantly before his death.
6Hij riep zijn zoon Salomon bij zich en gaf hem de opdracht, een tempel te bouwen voor Jahweh, den God van Israël.
6Then He called for Solomon his son, and charged him to build a house for the LORD, the God of Israel.
7En David zeide tot Salomon: Mijn zoon, ik ben zelf van plan geweest, een tempel te bouwen voor de Naam van Jahweh, mijn God.
7And David said to Solomon: 'My son, as for me, it was in my heart to build a house unto the name of the LORD my God.
8Maar ik kreeg van Jahweh ten antwoord: Gij hebt veel bloed vergoten en zware oorlogen gevoerd. Gij kunt geen tempel bouwen voor mijn Naam; daarvoor hebt ge voor mijn aanschijn te veel bloed ter aarde gestort.
8But the word of the LORD came to me, saying: Thou hast shed blood abundantly, and hast made great wars; thou shalt not build a house unto My name, because thou hast shed much blood upon the earth in My sight.
9Zie, een zoon wordt u geboren, die een vreedzaam mens zal zijn; en Ik zal zorgen, dat al zijn vijanden in het rond hem met vrede laten. Want Salomon zal zijn naam zijn, en vrede en rust zal Ik tijdens zijn regering aan Israël schenken.
9Behold, a son shall be born to thee, who shall be a man of rest; and I will give him rest from all his enemies round about; for his name shall be Solomon, and I will give peace and quietness unto Israel in his days.
10Hij is het, die een tempel zal bouwen voor mijn Naam. Hij zal mijn zoon zijn, en Ik een vader voor hem. Ik zal zijn koningstroon in Israël voor altijd bestendigen.
10He shall build a house for My name; and he shall be to Me for a son, and I will be to him for a father; and I will establish the throne of his kingdom over Israel for ever.
11Welnu dan, mijn zoon, moge Jahweh met u zijn, en moogt gij er in slagen, een tempel te bouwen voor Jahweh, uw God, zoals Hij het over u heeft beloofd.
11Now, my son, the LORD be with thee; and prosper thou, and build the house of the LORD thy God, as He hath spoken concerning thee.
12Ja, Jahweh moge u wijsheid geven en doorzicht, wanneer Hij u aanstelt over Israël, om de wet te onderhouden van Jahweh, uw God.
12Only the LORD give thee discretion and understanding, and give thee charge concerning Israel; that so thou mayest keep the law of the LORD thy God.
13Want dan alleen zult ge slagen, als ge de wetten en voorschriften onderhoudt, die Jahweh voor Israël aan Moses gegeven heeft. Wees kloek en sterk; vrees niet en laat u niet afschrikken.
13Then shalt thou prosper, if thou observe to do the statutes and the ordinances which the LORD charged Moses with concerning Israel; be strong, and of good courage; fear not, neither be dismayed.
14Zie, met al mijn zwoegen heb ik voor de tempel van Jahweh honderdduizend talenten goud bijeengebracht, een millioen talenten zilver, en een hoeveelheid koper en ijzer zo groot, dat ze niet te berekenen valt. Ook heb ik een voorraad hout en stenen opgeslagen, die ge zelf nog kunt aanvullen.
14Now, behold, in my straits I have prepared for the house of the LORD a hundred thousand talents of gold, and a thousand thousand talents of silver; and of brass and iron without weight, for it is in abundance; timber also and stone have I prepared; and thou mayest add thereto.
15Bovendien hebt ge de beschikking over een groot aantal werklieden, steenhouwers, metselaars en timmerlieden, en over een ontelbaar aantal kunstenaars
15Moreover there are workmen with thee in abundance, hewers and workers of stone and timber, and all men that are skilful in any manner of work;
16voor de meest verschillende bewerking van goud, zilver, koper en ijzer. Welnu dan, sla de hand aan het werk, en moge Jahweh met u zijn!
16of the gold, the silver, and the brass, and the iron, there is no number. Arise and be doing, and the LORD be with thee.'
17Verder gaf David aan alle overheden van Israël bevel, zijn zoon Salomon te helpen.
17David also commanded all the princes of Israel to help Solomon his son:
18Hij sprak: Jahweh, uw God, is met u; Hij heeft gezorgd, dat gij langs alle kanten met rust wordt gelaten. Want Hij heeft de bewoners van het land aan mij overgeleverd, zodat het land aan Jahweh en zijn volk onderworpen is.
18'Is not the LORD your God with you? and hath He not given you rest on every side? for He hath delivered the inhabitants of the land into my hand; and the land is subdued before the LORD, and before His people.
19Richt thans dus uw hart en uw geest op de dienst van Jahweh, uw God; slaat de hand aan het werk, en bouwt een heiligdom voor Jahweh, den Heer, opdat de verbondsark van Jahweh en de heilige Godgewijde vaten kunnen worden overgebracht naar de tempel, die voor de Naam van Jahweh zal worden gebouwd.
19Now set your heart and your soul to seek after the LORD your God; arise therefore, and build ye the sanctuary of the LORD God, to bring the ark of the covenant of the LORD, and the holy vessels of God, into the house that is to be built to the name of the LORD.'

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.