ΙΕΖΕΚΙΗΛ
Chapter 45
Septuagint (Brenton Gree…
vs Petrus Canisius Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers

ΙΕΖΕΚΙΗΛ 45

Septuagint (Brenton Greek text, with Apocrypha)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1Καὶ ἐν τῷ καταμετρεῖσθαι ὑμᾶς τὴν γῆν ἐν κληρονομίᾳ, ἀφοριεῖτε ἀπαρχὴν τῷ Κυρίῳ, ἅγιον ἀπὸ τῆς γῆς πέντε καὶ εἴκοσι χιλιάδας μῆκος, καὶ εὖρος εἴκοσι χιλιάδας, ἅγιον ἔσται ἐν πᾶσι τοῖς ὁρίοις αὐτοῦ κυκλόθεν.
1Voordat ge het land in erfdelen toewijst, moet ge aan Jahweh een gebied afstaan: een gewijd stuk grond van vijf en twintig duizend el lang en twintig duizend breed; dat zal in heel zijn omvang heilig zijn.
2Καὶ ἔσται ἐκ τούτου ἁγιάσματα, πεντακόσιοι ἐπὶ πεντακοσίους, τετράγωνον κυκλόθεν, καὶ πεντήκοντα πήχεις διάστημα αὐτῶν κυκλόθεν.
2Daarvan is voor het heiligdom bestemd een vierkant van vijfhonderd el op elke zijde, met een afgesloten ruimte van vijftig el er omheen.
3Καὶ ἐκ ταύτης τῆς διαμετρήσεως διαμετρήσεις μῆκος πέντε καὶ εἴκοσι χιλιάδας, καὶ εὖρος εἴκοσι χιλιάδας· καὶ ἐν αὐτῇ ἔσται ἅγια τῶν ἁγίων·
3Van dat terrein moet ge verder afbakenen een lengte van vijf en twintig duizend el en een breedte van tien duizend, waarop ook het heiligdom, het hoogheilige zal komen te staan.
4Ἀπὸ τῆς γῆς ἔσται τοῖς ἱερεῦσι τοῖς λειτουργοῦσιν ἐν τῷ ἁγίῳ, καὶ ἔσται τοῖς ἐγγίζουσι λειτουργεῖν τῷ Κυρίῳ· καὶ ἔσται αὐτοῖς τόπος εἰς οἴκους ἀφωρισμένους τῷ ἁγιασμῷ αὐτῶν,
4Deze gewijde strook grond zal toebehoren aan de priesters, die dienst doen in het heiligdom, en die tot Jahweh mogen naderen, om Hem te dienen: het zal dienen als een plaats voor hun huizen en een gewijde plaats voor het heiligdom.
5εἴκοσι καὶ πέντε χιλιάδας μῆκος, καὶ εὖρος εἴκοσι χιλιάδες· καὶ τοῖς Λευίταις τοῖς λειτουργοῦσι τῷ οἴκῳ, αὐτοῖς εἰς κατάσχεσιν πόλεις τοῦ κατοικεῖν.
5Verder een lengte van vijf en twintig duizend el en een breedte van tien duizend: dat zal aan de levieten, die de tempeldienst verrichten, in eigendom behoren, met de steden, om er te wonen.
6Καὶ τὴν κατάσχεσιν τῆς πόλεως δώσεις πέντε χιλιάδας εὖρος, καὶ μῆκος πέντε καὶ εἴκοσι χιλιάδας, ὃν τρόπον ἡ ἀπαρχὴ τῶν ἁγίων παντὶ οἴκῳ Ἰσραὴλ ἔσονται.
6En als stadsbezit moet ge een strook afbakenen van vijf en twintig duizend el lang en vijf duizend breed, evenwijdig aan de heilige strook land. Het is bestemd voor het gehele huis van Israël.
7Καὶ τῷ ἡγουμένῳ ἐκ τούτου, καὶ ἀπὸ τούτου εἰς τὰς ἀπαρχὰς τῶν ἁγίων, εἰς κατάσχεσιν τῆς πόλεως, κατὰ πρόσωπον τῶν ἀπαρχῶν τῶν ἁγίων, καὶ κατὰ πρόσωπον τῆς κατασχέσεως τῆς πόλεως τὰ πρὸς θάλασσαν, καὶ ἀπὸ τῶν πρὸς θάλασσαν πρὸς ἀνατολάς· καὶ τὸ μῆκος ὡς μία τῶν μερίδων ἀπὸ τῶν ὁρίων τῶν πρὸς θάλασσαν, καὶ τὸ μῆκος, ἐπὶ τὰ ὅρια τὰ πρὸς ἀνατολὰς τῆς γῆς.
7Voor de vorst moet ge ter weerszijden van het heilig gebied en het stadsbezit, vóór het heilig gebied en langs het stadsbezit, ten westen en ten oosten een terrein bestemmen, dat even lang is als een der stamgebieden, en dat zich van de westgrens tot de oostgrens van het land uitstrekt.
8Καὶ ἔσται αὐτῷ εἰς κατάσχεσιν ἐν τῷ Ἰσραὴλ, καὶ οὐ καταδυναστεύσουσιν οὐκέτι οἱ ἀφηγούμενοι τοῦ Ἰσραὴλ τὸν λαόν μου, καὶ τὴν γῆν κατακληρονομήσουσιν οἶκος Ἰσραὴλ κατὰ φυλὰς αὐτῶν.
8Dat zal hem in Israël in eigendom toebehoren, opdat Israëls vorsten mijn volk niet langer tyranniseren. Daarna moet ge het land stamsgewijze aan het huis van Israël toewijzen.
9Τάδε λέγει Κύριος Θεὸς, ἱκανούσθω ὑμῖν οἱ ἀφηγούμενοι τοῦ Ἰσραὴλ, ἀδικίαν καὶ ταλαιπωρίαν ἀφέλεσθε, κρίμα καὶ δικαιοσύνην ποιήσατε· ἐξάρατε καταδυναστείαν ἀπὸ τοῦ λαοῦ μου, λέγει Κύριος Θεός.
9Dit zegt Jahweh, de Heer: Laat het nu uit zijn, vorsten van Israël! Maakt een einde aan willekeur en eigenbelang; handelt naar wet en recht, en bevrijdt mijn volk van uw afpersingen, zegt Jahweh, de Heer!
10Ζυγὸς δίκαιος, καὶ μέτρον δίκαιον, καὶ χοῖνιξ δικαία ἔσται ὑμῖν τοῦ μέτρου,
10Ge moet een juiste weegschaal gebruiken, volwaardige maten en vaten.
11καὶ ἡ χοῖνιξ ὁμοίως μία ἔσται τοῦ λαμβάνειν· τὸ δέκατον τοῦ γομόρ, χοῖνιξ, καὶ τὸ δέκατον τοῦ γομόρ, πρὸς τὸ γομόρ ἔσται τὸ ἴσον.
11Efa en bat moeten een geijkte inhoud hebben, waarbij een bat het tiende gedeelte van een chómer bevat en een efa eveneens het tiende deel van een chómer. De chómer moet standaardmaat zijn.
12Καὶ τὰ στάθμια, εἴκοσι ὀβολοὶ, πέντε σίκλοι, πέντε καὶ σίκλοι δέκα, καὶ πεντήκοντα σίκλοι ἡ μνᾶ ἔσται ὑμῖν.
12De sikkel is twintig gera waard, en de mana zal bestaan uit een twintigsikkelstuk, een vijfentwintigsikkelstuk en een vijftiensikkelstuk.
13Καὶ αὕτη ἡ ἀπαρχὴ ἣν ἀφοριεῖτε, ἕκτον μέτροο ἀπὸ τοῦ γυμὸρ τοῦ πυροῦ, καὶ τὸ ἕκτον αὐτοῦ τοῦ οἴφι ἀπὸ τοῦ κόρου τῶν κριθῶν.
13De volgende belasting moet ge heffen: een zesde efa van elke chómer tarwe, en een zesde efa van elke chómer gerst.
14Καὶ τὸ πρόσταγμα τοῦ ἐλαίου κοτύλην ἐλαίου ἀπὸ δέκα κοτυλῶν, ὅτι αἱ δέκα κοτύλαι εἰσὶ γομόρ.
14Het recht op de olie bedraagt één tiende bat van elke kor; want tien bat is een kor.
15Καὶ πρόβατον ἀπὸ τῶν προβάτων ἀπὸ δέκα ἀφαίρεμα ἐκ πασῶν τῶν πατριῶν τοῦ Ἰσραὴλ, εἰς θυσίας, καὶ εἰς ὁλοκαυτώματα, καὶ εἰς σωτηρίου, τοῦ ἐξιλάσκεσθαι περὶ ὑμῶν, λέγει Κύριος Θεός.
15Verder één lam uit elke kudde van tweehonderd stuks van Israëls veestapel. Deze belastingen zijn voor het meeloffer, het brandoffer en het dankoffer bestemd, waardoor ge vergiffenis moet verkrijgen, zegt Jahweh, de Heer.
16Καὶ πᾶς ὁ λαὸς δώσει τὴν ἀπαρχὴν ταύτην τῷ ἀφηγουμένῳ τοῦ Ἰσραήλ.
16Heel de bevolking van het land moet deze belasting aan den vorst in Israël afdragen;
17Καὶ διὰ τοῦ ἀφηγουμένου ἔσται τὰ ὁλοκαυτώματα, καὶ αἱ θυσίαι, καὶ αἱ σπονδαὶ ἐν ταῖς ἑορταῖς, καὶ ἐν ταῖς νουμηνίαις, καὶ ἐν τοῖς σαββάτοις, καὶ ἐν πάσαις ταῖς ἑορταῖς οἴκου Ἰσραήλ· αὐτὸς ποιήσει τὰ ὑπὲρ ἁμαρτίας, καὶ τὴν θυσίαν, καὶ τὰ ὁλοκαυτώματα, καὶ τὰ τοῦ σωτηρίου, τοῦ ἐξιλάσκεσθαι ὑπὲρ τοῦ οἴκου Ἰσραήλ.
17en op den vorst rust de verplichting, op feesten, nieuwemaandagen en sabbatten, op alle gedenkdagen van het huis van Israël, voor brandoffers, meeloffer en dankoffer te zorgen. Hij moet het zonde-offer, het meeloffer, het brandoffer en de dankoffers leveren, om voor het huis van Israël vergiffenis te verkrijgen.
18Τάδε λέγει Κύριος Θεὸς, ἐν τῷ πρώτῳ μηνὶ, μιᾷ τοῦ μηνὸς, λήμψεσθε μόσχον ἐκ βοῶν ἄμωμον, τοῦ ἐξιλάσασθαι τὸ ἅγιον.
18Dit zegt Jahweh, de Heer: Op de eerste dag van de eerste maand moet ge een gaven jongen stier uitzoeken, om het heiligdom te ontsmetten.
19Καὶ λήψεται ὁ ἱερεὺς ἀπὸ τοῦ αἵματος τοῦ ἐξιλασμοῦ, καὶ δώσει ἐπὶ τὰς φλιὰς τοῦ οἴκου, καὶ ἐπὶ τὰς τέσσαρας γωνίας τοῦ ἱεροῦ, καὶ ἐπὶ τὸ θυσιαστήριον, καὶ ἐπὶ τὰς φλιὰς τῆς πύλης τῆς αὐλῆς τῆς ἐσωτέρας.
19Daartoe moet de priester bloed van het zonde-offer nemen en het strijken aan de deurposten van de tempel, op de vier hoeken van de omloop van het altaar, en op de deurpost der poort van de binnen-voorhof.
20Καὶ οὕτως ποιήσεις ἐν τῷ μηνὶ τῷ ἑβδόμῳ· μιᾷ τοῦ μηνὸς λήψῃ παρʼ ἑκάστου ἀπόμοιραν· καὶ ἐξιλάσεσθε τὸν οἶκον.
20Datzelfde moet ge doen op de eerste dag der zevende maand voor iemand, die bij vergissing of door onwetendheid tegen de tempel gezondigd heeft. Zo zult ge verzoening verkrijgen voor de tempel.
21Καὶ ἐν τῷ πρώτῳ, τεσσαρεσκαιδεκάτῃ τοῦ μηνὸς ἔσται ὑμῖν τὸ πάσχα ἑορτή· ἑπτὰ ἡμέρας ἄζυμα ἔδεσθε.
21Op de veertiende dag van de eerste maand moet ge het paasfeest vieren; zeven dagen lang moet ge ongedesemde broden eten.
22Καὶ ποιήσει ὁ ἀφηγούμενος ἐν ἐκείνῃ τῇ ἡμέρᾳ ὑπὲρ αὐτοῦ, καὶ τοῦ οἴκου, καὶ ὑπὲρ παντὸς τοῦ λαοῦ τῆς γῆς, μόσχον ὑπὲρ ἁμαρτίας.
22Die dag moet de vorst voor zichzelf en voor de gehele bevolking van het land een var als zonde-offer opdragen.
23Καὶ τὰς ἑπτὰ ἡμέρας τῆς ἑορτῆς ποιήσει ὁλοκαυτώματα τῷ Κυρίῳ ἑπτὰ μόσχους καὶ ἑπτὰ κριοὺς ἀμώμους καθʼ ἡμέραν, τὰς ἑπτὰ ἡμέρας, καὶ ὑπὲρ ἁμαρτίας ἔριφον αἰγῶν καθʼ ἡμέραν, καὶ θυσίαν.
23En gedurende de zeven dagen van het feest moet hij dagelijks aan Jahweh een brandoffer brengen van zeven gave varren en zeven gave lammeren, en elke dag één geitebok als zonde-offer;
24Καὶ πέμμα τῷ μόσχῳ, καὶ πέμματα τῷ κριῷ ποιήσεις, καὶ ἐλαίου τὸ εἲν τῷ πεμματι.
24bovendien een meeloffer van een efa per var en een efa per ram, en bij elke efa een hin olie.
25Καὶ ἐν τῷ ἑβδόμῷ μηνὶ, πεντεκαιδεκάτῃ τοῦ μηνὸς, ἐν τῇ ἑορτῇ ποιήσεις κατὰ τὰ αὐτὰ, ἑπτὰ ἡμέρας, καθὼς τὰ ὑπὲρ τῆς ἁμαρτίας, καὶ καθὼς τὰ ὁλοκαυτώματα, καὶ καθὼς τὸ μαναὰ, καὶ καθὼς τὸ ἔλαιον.
25Op het feest van de vijftiende dag der zevende maand moet hij zeven dagen lang eenzelfde zonde-offer, brandoffer en meeloffer opdragen, met evenveel olie.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.