Ezekiel 45
Douay-Rheims Bible, American Edition (1899)Translation
Douay-Rheims Bible, American Edition (1899)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1And when you shall begin to divide the land by lot, separate ye firstfruits to the Lord, a portion of the land to be holy, in length twenty-five thousand and in breadth ten thousand: it shall be holy in all the borders thereof round about.
1Voordat ge het land in erfdelen toewijst, moet ge aan Jahweh een gebied afstaan: een gewijd stuk grond van vijf en twintig duizend el lang en twintig duizend breed; dat zal in heel zijn omvang heilig zijn.
2And there shall be for the sanctuary on every side five hundred by five hundred, foursquare round about: and fifty cubits for the suburbs thereof round about.
2Daarvan is voor het heiligdom bestemd een vierkant van vijfhonderd el op elke zijde, met een afgesloten ruimte van vijftig el er omheen.
3And with this measure thou shalt measure the length of five and twenty thousand, and the breadth of ten thousand, and in it shall be the temple and the holy of holies.
3Van dat terrein moet ge verder afbakenen een lengte van vijf en twintig duizend el en een breedte van tien duizend, waarop ook het heiligdom, het hoogheilige zal komen te staan.
4The holy portion of the land shall be for the priests the ministers of the sanctuary, who come near to the ministry of the Lord: and it shall be a place for their houses, and for the holy place of the sanctuary.
4Deze gewijde strook grond zal toebehoren aan de priesters, die dienst doen in het heiligdom, en die tot Jahweh mogen naderen, om Hem te dienen: het zal dienen als een plaats voor hun huizen en een gewijde plaats voor het heiligdom.
5And five and twenty thousand of length, and ten thousand of breadth shall be for the Levites, that minister in the house: they shall possess twenty store chambers.
5Verder een lengte van vijf en twintig duizend el en een breedte van tien duizend: dat zal aan de levieten, die de tempeldienst verrichten, in eigendom behoren, met de steden, om er te wonen.
6And you shall appoint the possession of the city five thousand broad, and five and twenty thousand long, according to the separation of the sanctuary, for the whole house of Israel.
6En als stadsbezit moet ge een strook afbakenen van vijf en twintig duizend el lang en vijf duizend breed, evenwijdig aan de heilige strook land. Het is bestemd voor het gehele huis van Israël.
7For the prince also on the one side and on the other side, according to the separation of the sanctuary, and according to the possession of the city, over against the separation of the sanctuary, and over against the possession of the city: from the side of the sea even to the sea, and from the side of the east; even to the east. And the length according to every part from the west border to the east border.
7Voor de vorst moet ge ter weerszijden van het heilig gebied en het stadsbezit, vóór het heilig gebied en langs het stadsbezit, ten westen en ten oosten een terrein bestemmen, dat even lang is als een der stamgebieden, en dat zich van de westgrens tot de oostgrens van het land uitstrekt.
8He shall have a portion of the lead in Israel: and the princes shall no more rob my people: but they shall give the land to the house of Israel according to their tribes:
8Dat zal hem in Israël in eigendom toebehoren, opdat Israëls vorsten mijn volk niet langer tyranniseren. Daarna moet ge het land stamsgewijze aan het huis van Israël toewijzen.
9Thus saith the Lord God: Let it suffice you, O princes of Israel: cease from iniquity and robberies, and execute judgment and justice, separate your confines from my people, saith the Lord God.
9Dit zegt Jahweh, de Heer: Laat het nu uit zijn, vorsten van Israël! Maakt een einde aan willekeur en eigenbelang; handelt naar wet en recht, en bevrijdt mijn volk van uw afpersingen, zegt Jahweh, de Heer!
10You shall have just balances, and a just ephi, and a just bate.
10Ge moet een juiste weegschaal gebruiken, volwaardige maten en vaten.
11The ephi and the bate shall be equal, and of one measure: that the bate may contain the tenth part of a core, and the ephi the tenth part of a core: their weight shall be equal according to the measure of a core.
11Efa en bat moeten een geijkte inhoud hebben, waarbij een bat het tiende gedeelte van een chómer bevat en een efa eveneens het tiende deel van een chómer. De chómer moet standaardmaat zijn.
12And the sicle hath twenty obols. Now twenty sides, and five and twenty sides, and fifteen sides make a mna.
12De sikkel is twintig gera waard, en de mana zal bestaan uit een twintigsikkelstuk, een vijfentwintigsikkelstuk en een vijftiensikkelstuk.
13And these are the firstfruits, which you shall take: the sixth part of an ephi of a core of wheat, and the sixth part of an ephi of a core of barley.
13De volgende belasting moet ge heffen: een zesde efa van elke chómer tarwe, en een zesde efa van elke chómer gerst.
14The measure of oil also, a bate of oil is the tenth part of a core: and ten bates make a core: for ten bates fill a core.
14Het recht op de olie bedraagt één tiende bat van elke kor; want tien bat is een kor.
15And one ram out of a flock of two hundred, of those that Israel feedeth for sacrifice, and for holocausts, and for peace offerings, to make atonement for them, saith the Lord God.
15Verder één lam uit elke kudde van tweehonderd stuks van Israëls veestapel. Deze belastingen zijn voor het meeloffer, het brandoffer en het dankoffer bestemd, waardoor ge vergiffenis moet verkrijgen, zegt Jahweh, de Heer.
16All the people of the land shall be bound to these firstfruits for the prince in Israel.
16Heel de bevolking van het land moet deze belasting aan den vorst in Israël afdragen;
17And the prince shall give the holocaust, and the sacrifice, and the libations on the feasts, and on the new moons, and on the sabbaths, and on all the solemnities of the house of Israel: he shall offer the sacrifice for sin, and the holocaust, and the peace offerings to make expiation for the house of Israel.
17en op den vorst rust de verplichting, op feesten, nieuwemaandagen en sabbatten, op alle gedenkdagen van het huis van Israël, voor brandoffers, meeloffer en dankoffer te zorgen. Hij moet het zonde-offer, het meeloffer, het brandoffer en de dankoffers leveren, om voor het huis van Israël vergiffenis te verkrijgen.
18Thus saith the Lord God: In the first month, the first of the month, thou shalt take a calf of the herd without blemish, and thou shalt expiate the sanctuary.
18Dit zegt Jahweh, de Heer: Op de eerste dag van de eerste maand moet ge een gaven jongen stier uitzoeken, om het heiligdom te ontsmetten.
19And the priest shall take of the blood of the sin offering: and he shall put it on the posts of the house, and on the four corners of the brim of the altar, and on the posts of the gate of the inner court.
19Daartoe moet de priester bloed van het zonde-offer nemen en het strijken aan de deurposten van de tempel, op de vier hoeken van de omloop van het altaar, en op de deurpost der poort van de binnen-voorhof.
20And so shalt thou do in the seventh day of the month, for every one that hath been ignorant, and hath been deceived by error, and thou shalt make expiation for the house.
20Datzelfde moet ge doen op de eerste dag der zevende maand voor iemand, die bij vergissing of door onwetendheid tegen de tempel gezondigd heeft. Zo zult ge verzoening verkrijgen voor de tempel.
21In the first month, the fourteenth day of the month, you shall observe the solemnity of the pasch: seven days unleavened bread shall be eaten.
21Op de veertiende dag van de eerste maand moet ge het paasfeest vieren; zeven dagen lang moet ge ongedesemde broden eten.
22And the prince on that day shall offer for himself, and for all the people of the land, a calf for sin.
22Die dag moet de vorst voor zichzelf en voor de gehele bevolking van het land een var als zonde-offer opdragen.
23And in the solemnity of the seven days he shall offer for a holocaust to the Lord, seven calves, and seven rams without blemish daily for seven days: and for sin a he goat daily.
23En gedurende de zeven dagen van het feest moet hij dagelijks aan Jahweh een brandoffer brengen van zeven gave varren en zeven gave lammeren, en elke dag één geitebok als zonde-offer;
24And he shall offer the sacrifice of an ephi for every calf, and an ephi for every ram: and a hin of oil for every ephi.
24bovendien een meeloffer van een efa per var en een efa per ram, en bij elke efa een hin olie.
25In the seventh month, in the fifteenth day of the month, in the solemn feast, he shall do the like for the seven days: as well in regard to the sin offering, as to the holocaust, and. the sacrifice, and the oil.
25Op het feest van de vijftiende dag der zevende maand moet hij zeven dagen lang eenzelfde zonde-offer, brandoffer en meeloffer opdragen, met evenveel olie.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.