Macchabeorum Secundus 5
Clementine Vulgate, 1598Translation
Clementine Vulgate, 1598
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1Eodem tempore, Antiochus secundam profectionem paravit in Ægyptum.
1Omstreeks dezelfde tijd ondernam Antiochus zijn tweede veldtocht tegen Egypte.
2Contigit autem per universam Jerosolymorum civitatem videri diebus quadraginta per aëra equites discurrentes, auratas stolas habentes et hastis, quasi cohortes armatos:
2Men zag toen in de gehele stad ongeveer veertig dagen lang een verschijning van ruiters, die in gouden klederen en met lansen gewapend door de lucht trokken.
3et cursus equorum per ordines digestos, et congressiones fieri cominus, et scutorum motus, et galeatorum multitudinem gladiis districtis, et telorum jactus, et aureorum armorum splendorem, omnisque generis loricarum.
3Men zag het trekken van zwaarden, het in slagorde stellen van ruiterkorpsen, aanvallen en tegenaanvallen aan beide kanten, het bewegen van schilden en speren bij massa' s, het schieten van pijlen, het fonkelen van gouden sieraden en een bonte mengeling van harnassen.
4Quapropter omnes rogabant in bonum monstra converti.
4Allen baden dan ook, dat de verschijning iets goeds mocht voorspellen.
5Sed cum falsus rumor exisset, tamquam vita excessisset Antiochus, assumptis Jason non minus mille viris, repente agressus est civitatem: et civibus ad murum convolantibus ad ultimum apprehensa civitate, Menelaus fugit in arcem:
5Intussen verspreidde zich het valse gerucht, dat Antiochus was gestorven. Daarom bracht Jáson minstens duizend man op de been, en viel de stad onverhoeds aan. De soldaten op de muur werden in het nauw gedreven en ten slotte viel de stad, zodat Meneláus in de burcht vluchtte.
6Jason vero non parcebat in cæde civibus suis, nec cogitabat prosperitatem adversum cognatos malum esse maximum, arbitrans hostium et non civium se trophæa capturum.
6Daarop richtte Jáson een meedogenloze slachting aan onder zijn eigen medeburgers. Hij dacht er niet aan, dat krijgsgeluk over volksgenoten het grootste ongeluk is, maar het leek wel, of hij oorlogsbuit bij vijanden en niet bij volksgenoten behaalde.
7Et principatum quidem non obtinuit, finem vero insidiarum suarum confusionem accepit, et profugus iterum abiit in Ammanitem.
7Toch kreeg hij de macht niet in handen; want zijn plan mislukte schandelijk, en hij moest opnieuw naar het land der Ammonieten vluchten.
8Ad ultimum, in exitium sui conclusus ab Areta Arabum tyranno fugiens de civitate in civitatem, omnibus odiosus, ut refuga legum et execrabilis, ut patriæ et civium hostis, in Ægyptum extrusus est:
8Het einde van zijn misdadig leven was als volgt. Toen hij door den arabischen vorst Arétas werd gevangen gehouden, wist hij te ontsnappen, en trok van de ene stad naar de andere; maar hij werd door allen vervolgd en gehaat als een afvallige van de wet, en, veracht als de beul van zijn vaderland en volksgenoten, naar Egypte verjaagd. Ten slotte vluchtte hij naar de Spartanen, waar hij op grond van verwantschap bescherming hoopte te vinden.
9et qui multos de patria sua expulerat, peregre periit, Lacedæmonas profectus, quasi pro cognatione ibi refugium habiturus:
9Zo stierf hij, die zovelen uit hun vaderland had verbannen, zelf in den vreemde;
10et qui insepultos multos abjecerat, ipse et illamentatus et insepultus abjicitur, sepultura neque peregrina usus, neque patrio sepulchro participans.
10en niemand treurde om hem, die zovelen zonder begrafenis ergens had laten neergooien. Hij kreeg in het geheel geen begrafenis en geen graf bij zijn vaderen.
11His itaque gestis, suspicatus est rex societatem deserturos Judæos: et ob hoc profectus ex Ægypto efferatis animis, civitatem quidem armis cepit.
11Toen de berichten hiervan den koning bereikten, meende hij, dat Judea in opstand was gekomen. Woedend als een wild dier trok hij dus uit Egypte weg en nam de stad gewapenderhand in.
12Jussit autem militibus interficere, nec parcere occursantibus, et per domos ascendentes trucidare.
12Aan de soldaten gaf hij bevel, allen, die hun in handen vielen, meedogenloos neer te slaan, en iedereen die in huis was gevlucht, om het leven te brengen.
13Fiebant ergo cædes juvenum ac seniorum, et mulierum et natorum exterminia, virginumque et parvulorum neces.
13Het werd een afmaken van jong en oud, een vermoorden van mannen, vrouwen en kinderen, een afslachten van meisjes en zuigelingen.
14Erant autem toto triduo octoginta millia interfecti, quadraginta millia vincti, non minus autem venundati.
14In de korte tijd van drie dagen gingen er tachtigduizend mensen verloren; veertigduizend vielen door het moordende staal, en een even groot aantal werd als slaven verkocht.
15Sed nec ista sufficiunt: ausus est etiam intrare templum universa terra sanctius, Menelao ductore, qui legum et patriæ fuit proditor:
15Hiermede nog niet tevreden, waagde hij het, de heiligste tempel van de gehele wereld binnen te gaan, en Meneláus, die de wet en zijn vaderland had verraden, was hierbij zijn gids.
16et scelestis manibus sumens sancta vasa, quæ ab aliis regibus et civitatibus erant posita ad ornatum loci, et gloriam, contrectabat indigne, et contaminabat.
16Hij nam de heilige vaten weg met zijn bezoedelde handen, en wat andere koningen tot verheerlijking, roem en eer aan deze plaats hadden geschonken, sleepte hij mee met zijn onreine handen.
17Ita alienatus mente Antiochus, non considerabat quod propter peccata habitantium civitatem, modicum Deus fuerat iratus: propter quod et accidit circa locum despectio:
17In zijn grenzenloze hoogmoed dacht Antiochus er niet aan, dat de Heer om de zonden van de bewoners der stad slechts voor korte tijd was vertoornd, en dat Hij daarom de heilige plaats aan haar lot had overgelaten.
18alioquin nisi contigisset eos multis peccatis esse involutos, sicut Heliodorus, qui missus est a Seleuco rege ad expoliandum ærarium, etiam hic statim adveniens flagellatus, et repulsus utique fuisset ab audacia.
18Want als de last van vele zonden haar niet had bezwaard, zou hij, toen hij zich naar binnen waagde, onmiddellijk zijn gegeseld en van zijn vermetelheid zijn genezen, zoals het ook Heliodórus was vergaan, dien koning Seleúkus had afgezonden, om een onderzoek naar de tempelschat in te stellen.
19Verum non propter locum, gentem: sed propter gentem, locum Deus elegit.
19Maar de Heer had het volk niet uitgekozen om de heilige plaats, maar de plaats om het volk.
20Ideoque et ipse locus particeps factus est populi malorum: postea autem fiet socius bonorum, et qui derelictus in ira Dei omnipotentis est, iterum in magni Domini reconciliatione cum summa gloria exaltabitur.
20Daarom moest de heilige plaats in de rampen delen van het volk, zoals ze later ook delen zou in zijn zegeningen. Nu werd ze door de toorn van den Almachtige aan haar lot overgelaten; maar was de grote Heerser eenmaal verzoend, dan zou ze in alle heerlijkheid weer worden hersteld.
21Igitur Antiochus mille et octingentis ablatis de templo talentis, velociter Antiochiam regressus est, existimans se præ superbia terram ad navigandum, pelagus vero ad iter agendum deducturum propter mentis elationem.
21Nadat Antiochus zo achttienhonderd talenten uit de tempel had weggeroofd, trok hij in allerijl naar Antiochië. In zijn hoogmoed en grenzenloze ijdelheid waande hij, dat hij het land bevaarbaar en de zee begaanbaar kon maken!
22Reliquit autem et præpositos ad affligendam gentem: Jerosolymis quidem Philippum genere Phrygem, moribus crudeliorem eo ipso a quo constitutus est:
22Maar hij liet ambtenaren achter, om het volk te kwellen. In Jerusalem was het Filippus, die van afkomst een Frugiër was, doch in zijn optreden een nog groter barbaar dan de man, die hem had aangesteld;
23in Garizim autem Andronicum et Menelaum, qui gravius quam ceteri imminebant civibus.
23op de Gerizzim was het Andrónikus; en als de ergste van allen Meneláus, die zijn medeburgers uit de hoogte behandelde, en de joodse burgers vijandig gezind was.
24Cumque appositus esset contra Judæos, misit odiosum principem Apollonium cum exercitu viginti et duobus millibus, præcipiens ei omnes perfectæ ætatis interficere, mulieres ac juvenes vendere.
24Bovendien zond hij den aartsbooswicht Apollónius met een leger van twee en twintigduizend man er op af, en beval hem, alle volwassenen ter dood te brengen, maar vrouwen en kinderen als slaven te verkopen.
25Qui cum venisset Jerosolymam, pacem simulans, quievit usque ad diem sanctum sabbati: et tunc feriatis Judæis arma capere suis præcepit.
25Deze begaf zich dus naar Jerusalem, maar speelde den vredelievenden man, en hield zich rustig tot aan de heilige sabbat.
26Omnesque qui ad spectaculum processerant, trucidavit: et civitatem cum armatis discurrens, ingentem multitudinem peremit.
26Toen hij zag, dat de Joden rustdag hielden, liet hij zijn manschappen onder de wapenen komen, en allen vermoorden, die kwamen uitgelopen, om dat schouwspel te zien. Daarna drong hij met de wapens in de hand de stad binnen, en doodde een grote menigte mensen.
27Judas autem Machabæus, qui decimus fuerat, secesserat in desertum locum, ibique inter feras vitam in montibus cum suis agebat: et fœni cibo vescentes, demorabantur, ne participes essent coinquinationis.
27Toen trok Judas de Makkabeër met nog negen anderen naar de woestijn. Evenals het wild leefde hij met zijn mannen in de bergen, en om niet onrein te worden als de anderen, voedden zij zich al die tijd met kruiden.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.