Leviticus
Chapter 23
JPS Tanakh (Jewish Publi…
vs Petrus Canisius Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
JPS Tanakh (Jewish Publication Society, 1917)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1And the LORD spoke unto Moses, saying:
1Jahweh sprak tot Moses:
2Speak unto the children of Israel, and say unto them: The appointed seasons of the LORD, which ye shall proclaim to be holy convocations, even these are My appointed seasons.
2Beveel de Israëlieten, en zeg hun: De feestdagen van Jahweh, waarop gij een godsdienstige bijeenkomst moet houden, zijn mijn volgende feesten.
3Six days shall work be done; but on the seventh day is a sabbath of solemn rest, a holy convocation; ye shall do no manner of work; it is a sabbath unto the LORD in all your dwellings.
3Zes dagen moogt ge arbeiden, maar de zevende dag is een grote rustdag met een godsdienstige bijeenkomst, waarop ge geen enkele arbeid moogt verrichten; overal waar ge woont, moet het een rustdag zijn ter ere van Jahweh.
4These are the appointed seasons of the LORD, even holy convocations, which ye shall proclaim in their appointed season.
4Dit zijn de feestdagen van Jahweh met de godsdienstige bijeenkomsten, die gij op hun vastgestelde tijden moet vieren.
5In the first month, on the fourteenth day of the month at dusk, is the LORD'S passover.
5Op de veertiende dag van de eerste maand tegen het vallen van de avond is het Pasen ter ere van Jahweh.
6And on the fifteenth day of the same month is the feast of unleavened bread unto the LORD; seven days ye shall eat unleavened bread.
6En op de vijftiende dag van dezelfde maand het feest van de ongedesemde broden ter ere van Jahweh; gedurende zeven dagen moet ge dan ongedesemde broden eten.
7In the first day ye shall have a holy convocation; ye shall do no manner of servile work.
7Op de eerste dag moet gij bovendien een godsdienstige bijeenkomst houden, en moogt ge geen enkel slafelijk werk verrichten.
8And ye shall bring an offering made by fire unto the LORD seven days; in the seventh day is a holy convocation; ye shall do no manner of servile work.
8Zeven dagen lang moet ge vuuroffers aan Jahweh opdragen, en op de zevende dag weer een godsdienstige bijeenkomst houden, en moogt ge geen enkel slafelijk werk verrichten.
9And the LORD spoke unto Moses saying:
9Jahweh sprak tot Moses:
10Speak unto the children of Israel, and say unto them: When ye are come into the land which I give unto you, and shall reap the harvest thereof, then ye shall bring the sheaf of the first-fruits of your harvest unto the priest.
10Beveel de Israëlieten, en zeg hun: Wanneer ge in het land zijt gekomen, dat Ik u geven zal, en ge zijn oogst afmaait, dan moet ge de eerste schoof van uw oogst den priester brengen.
11And he shall wave the sheaf before the LORD, to be accepted for you; on the morrow after the sabbath the priest shall wave it.
11Hij moet die schoof voor het aanschijn van Jahweh als strekoffer aanbieden, opdat het u ten goede kome; daags na de sabbat moet de priester ze aanbieden.
12And in the day when ye wave the sheaf, ye shall offer a he-lamb without blemish of the first year for a burnt-offering unto the LORD.
12Op de dag, dat ge de schoof als strekoffer aanbiedt, moet ge een gaaf eenjarig lam als brandoffer aan Jahweh opdragen,
13And the meal-offering thereof shall be two tenth parts of an ephah of fine flour mingled with oil, an offering made by fire unto the LORD for a sweet savour; and the drink-offering thereof shall be of wine, the fourth part of a hin.
13met het daarbij horend spijsoffer, namelijk twee issaron meelbloem met olie gemengd, als een heerlijk geurend vuuroffer voor Jahweh; bovendien het vierde van een hin wijn als plengoffer.
14And ye shall eat neither bread, nor parched corn, nor fresh ears, until this selfsame day, until ye have brought the offering of your God; it is a statute for ever throughout your generations in all your dwellings.
14Tot deze dag moogt ge geen brood, geen geroosterd of ongeroosterd graan van de nieuwe oogst eten, eer gij uw gave aan uw God hebt gebracht. Dit is een eeuwig geldende wet voor al uw geslachten, waar ge ook woont.
15And ye shall count unto you from the morrow after the day of rest, from the day that ye brought the sheaf of the waving; seven weeks shall there be complete;
15Van de dag na de sabbat, waarop ge de schoof als strekoffer hebt aangeboden, moet ge zeven volle weken tellen; zeven volle weken moeten het zijn,
16even unto the morrow after the seventh week shall ye number fifty days; and ye shall present a new meal-offering unto the LORD.
16tot aan de dag na de zevende sabbat; dus vijftig dagen moet ge tellen. Dan moet ge een nieuw spijsoffer aan Jahweh opdragen.
17Ye shall bring out of your dwellings two wave-loaves of two tenth parts of an ephah; they shall be of fine flour, they shall be baked with leaven, for first-fruits unto the LORD.
17Uit uw woonsteden moet ge als eerstelingen voor Jahweh twee broden voor een strekoffer brengen; ze moeten uit twee issaron meelbloem zijn bereid, en gedesemd worden gebakken.
18And ye shall present with the bread seven lambs without blemish of the first year, and one young bullock, and two rams; they shall be a burnt-offering unto the LORD, with their meal-offering, and their drink-offerings, even an offering made by fire, of a sweet savour unto the LORD.
18Bij het brood moet ge zeven gave eenjarige lammeren offeren, een jongen stier en twee rammen; zij zullen met het daarbij behorend spijs(-) en plengoffer als een brandoffer voor Jahweh dienen, een heerlijk geurend vuuroffer voor Jahweh.
19And ye shall offer one he-goat for a sin-offering, and two he-lambs of the first year for a sacrifice of peace-offerings.
19Als zondeoffer moet ge een geitebok offeren, en als vredeoffer twee eenjarige lammeren;
20And the priest shall wave them with the bread of the first-fruits for a wave-offering before the LORD, with the two lambs; they shall be holy to the LORD for the priest.
20de priester moet ze voor het aanschijn van Jahweh als een strekoffer aanbieden, tegelijk met het eerstelingenbrood en de twee lammeren. Zij zullen een heilige gave voor Jahweh zijn, en den priester ten deel vallen.
21And ye shall make proclamation on the selfsame day; there shall be a holy convocation unto you; ye shall do no manner of servile work; it is a statute for ever in all your dwellings throughout your generations.
21Op die dag moet ge een godsdienstige bijeenkomst houden en moogt ge geen slafelijk werk verrichten. Dit is een eeuwig geldende wet voor al uw geslachten, waar ge ook woont.
22And when ye reap the harvest of your land, thou shalt not wholly reap the corner of thy field, neither shalt thou gather the gleaning of thy harvest; thou shalt leave them for the poor, and for the stranger: I am the LORD your God.
22Ook moogt ge, wanneer ge de oogst van uw land maait, uw veld niet tot de uiterste rand afmaaien en geen nalezing van uw oogst houden; ge moet die voor den arme en den vreemdeling overlaten. Ik ben Jahweh, uw God!
23And the LORD spoke unto Moses, saying:
23Jahweh sprak tot Moses:
24Speak unto the children of Israel, saying: In the seventh month, in the first day of the month, shall be a solemn rest unto you, a memorial proclaimed with the blast of horns, a holy convocation.
24Zeg aan de Israëlieten: De eerste dag van de zevende maand moet een rustdag voor u zijn, een dag ter gedachtenis met bazuingeschal en een godsdienstige bijeenkomst.
25Ye shall do no manner of servile work; and ye shall bring an offering made by fire unto the LORD.
25Dan moogt ge geen slafelijk werk verrichten, en moet ge een vuuroffer aan Jahweh opdragen.
26And the LORD spoke unto Moses, saying:
26Jahweh sprak tot Moses:
27Howbeit on the tenth day of this seventh month is the day of atonement; there shall be a holy convocation unto you, and ye shall afflict your souls; and ye shall bring an offering made by fire unto the LORD.
27Bovendien valt op de tiende dag van de zevende maand de verzoendag. Dan moet ge een godsdienstige bijeenkomst houden, boete doen, en een vuuroffer aan Jahweh brengen.
28And ye shall do no manner of work in that same day; for it is a day of atonement, to make atonement for you before the LORD your God.
28Op die dag moogt ge geen enkele arbeid verrichten; want het is een verzoendag, om verzoening voor u te verkrijgen voor het aanschijn van Jahweh, uw God.
29For whatsoever soul it be that shall not be afflicted in that same day, he shall be cut off from his people.
29Iedereen, die op die dag geen boete doet, zal van zijn volk worden afgesneden.
30And whatsoever soul it be that doeth any manner of work in that same day, that soul will I destroy from among his people.
30Iedereen, die op die dag enige arbeid verricht, zal Ik uit zijn volk verdelgen;
31Ye shall do no manner of work; it is a statute for ever throughout your generations in all your dwellings.
31ge moet u van alle arbeid onthouden. Dit is een eeuwig geldende wet voor al uw geslachten, waar ge ook woont.
32It shall be unto you a sabbath of solemn rest, and ye shall afflict your souls; in the ninth day of the month at even, from even unto even, shall ye keep your sabbath.
32Het moet een grote sabbat voor u zijn, waarop ge boete moet doen; van de avond van de negende dag der maand tot de volgende avond moet ge uw rustdag vieren.
33And the LORD spoke unto Moses, saying:
33Jahweh sprak tot Moses.
34Speak unto the children of Israel, saying: On the fifteenth day of this seventh month is the feast of tabernacles for seven days unto the LORD.
34Zeg aan de Israëlieten: Op de vijftiende dag van de zevende maand begint het loofhuttenfeest, zeven dagen lang, ter ere van Jahweh.
35On the first day shall be a holy convocation; ye shall do no manner of servile work.
35Op de eerste dag moet een godsdienstige bijeenkomst worden gehouden, en moogt ge geen slafelijk werk verrichten.
36Seven days ye shall bring an offering made by fire unto the LORD; on the eighth day shall be a holy convocation unto you; and ye shall bring an offering made by fire unto the LORD; it is a day of solemn assembly; ye shall do no manner of servile work.
36Zeven dagen lang moet ge Jahweh een vuuroffer opdragen. Op de achtste dag moet ge een godsdienstige bijeenkomst houden, en een vuuroffer opdragen ter ere van Jahweh. Het is een hoogtij, waarop ge geen slafelijk werk moogt verrichten.
37These are the appointed seasons of the LORD, which ye shall proclaim to be holy convocations, to bring an offering made by fire unto the LORD, a burnt-offering, and a meal-offering, a sacrifice, and drink-offerings, each on its own day;
37Dit zijn de feesten van Jahweh, waarop gij godsdienstige bijeenkomsten moet houden, en aan Jahweh vuuroffers opdragen: brand(-) en spijsoffers, slacht(-) en plengoffers, zoals het voor iedere dag is bepaald;
38beside the sabbaths of the LORD, and beside your gifts, and beside all your vows, and beside all your freewill-offerings, which ye give unto the LORD.
38onverminderd de sabbatdagen van Jahweh, en behalve uw gaven en al uw gelofte(-) en vrijwillige offers, die ge aan Jahweh wilt schenken.
39Howbeit on the fifteenth day of the seventh month, when ye have gathered in the fruits of the land, ye shall keep the feast of the LORD seven days; on the first day shall be a solemn rest, and on the eighth day shall be a solemn rest.
39Op de vijftiende dag van de zevende maand, wanneer ge het ooft van het land binnenhaalt, moet ge bovendien zeven dagen lang het feest van Jahweh vieren. De eerste dag moet een rustdag zijn, en de achtste dag eveneens.
40And ye shall take you on the first day the fruit of goodly trees, branches of palm-trees, and boughs of thick trees, and willows of the brook, and ye shall rejoice before the LORD your God seven days.
40Op de eerste dag moet ge kostelijke boomvruchten nemen met palmtakken, twijgen van loofrijke bomen en laurieren, en u zeven dagen lang voor het aanschijn van Jahweh, uw God, verheugen.
41And ye shall keep it a feast unto the LORD seven days in the year; it is a statute for ever in your generations; ye shall keep it in the seventh month.
41Ieder jaar moet ge het zeven dagen lang als een feest ter ere van Jahweh vieren; dit is een eeuwig geldende wet voor al uw geslachten. In de zevende maand moet ge het vieren,
42Ye shall dwell in booths seven days; all that are home-born in Israel shall dwell in booths;
42en dan zeven dagen lang in tenten wonen; allen die in Israël zijn geboren moeten dan in tenten wonen;
43that your generations may know that I made the children of Israel to dwell in booths, when I brought them out of the land of Egypt: I am the LORD your God.
43opdat uw nageslacht moge weten, dat Ik de Israëlieten in tenten deed wonen, toen Ik hen uit Egypte heb geleid. Ik ben Jahweh, uw God!
44And Moses declared unto the children of Israel the appointed seasons of the LORD.
44Zo maakte Moses de feesten van Jahweh aan de kinderen Israëls bekend.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.