Isaiah
Chapter 31
JPS Tanakh (Jewish Publi…
vs Petrus Canisius Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
JPS Tanakh (Jewish Publication Society, 1917)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1Woe to them that go down to Egypt for help, and rely on horses, and trust in chariots, because they are many, and in horsemen, because they are exceeding mighty; but they look not unto the Holy One of Israel, neither seek the LORD!
1Wee, die naar Egypte trekken om hulp, Die enkel op paarden vertrouwen, Zich op het grote getal der wagens verlaten, En op de geweldige kracht van de ruiters: Maar die niet opzien naar Israëls Heilige, En Jahweh niet zoeken!
2Yet He also is wise, and bringeth evil, and doth not call back His words; but will arise against the house of the evil-doers, and against the help of them that work iniquity.
2Maar ook Hij is vernuftig, Om onheil te brengen; En wat Hij gezegd heeft, Neemt Hij niet terug. Hij zal zich tegen het huis van de zondaars verheffen, En tegen de helpers der bozen.
3Now the Egyptians are men, and not God, and their horses flesh, and not spirit; so when the LORD shall stretch out His hand, both he that helpeth shall stumble, and he that is helped shall fall, and they all shall perish together.
3Ook Egypte is mens en geen god, Zijn paarden maar vlees en geen geest: Strekt Jahweh zijn hand uit, Dan struikelt de helper, En die geholpen wordt, valt; Beiden gaan ze te gronde.
4For thus saith the LORD unto me: Like as the lion, or the young lion, growling over his prey, though a multitude of shepherds be called forth against him, will not be dismayed at their voice, nor abase himself for the noise of them; so will the LORD of hosts come down to fight upon mount Zion, and upon the hill thereof.
4Maar dit zegt Jahweh tot mij: Zoals een leeuw en zijn jong Blijven brullen over hun prooi, Al verzamelt zich tegen hen de hele troep herders; Zoals ze voor hun schreeuwen niet schrikken, En voor hun gillen niet wijken: Zo zal Jahweh der heirscharen nederdalen, Om op de berg Sion en zijn heuvel te strijden;
5As birds hovering, so will the LORD of hosts protect Jerusalem; He will deliver it as He protecteth it, He will rescue it as He passeth over.
5En als fladderende vogels Zal Jahweh der heirscharen Jerusalem beschutten, Beschermen en redden, Beschutten, verlossen.
6Turn ye unto Him against whom ye have deeply rebelled, O children of Israel.
6Dan zullen Israëls kinderen zich bekeren Tot Hem, van wien ze zo ver zijn geweken;
7For in that day they shall cast away every man his idols of silver, and his idols of gold, which your own hands have made unto you for a sin.
7Ja, op die dag zullen zij allen verachten Hun goden van zilver en goud, Die gij u hebt gemaakt Met uw zondige handen.
8Then shall Asshur fall with the sword, not of man, and the sword, not of men, shall devour him; and he shall flee from the sword, and his young men shall become tributary.
8Assjoer zal vallen door het zwaard van een, die geen mens is, En het zwaard, maar niet van een mens, zal hem verslinden. Hij vlucht voor het zwaard, zijn krijgers worden geknecht,
9And his rock shall pass away by reason of terror, and his princes shall be dismayed at the ensign, saith the LORD, whose fire is in Zion, and His furnace in Jerusalem.
9Zijn vorsten verlaten de wallen vol schrik, vol angst hun banier: Is de godsspraak van Jahweh, die zijn vuur heeft op Sion, In Jerusalem zijn offerhaard!

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.