1 Chronicles
Chapter 14
JPS Tanakh (Jewish Publi…
vs Petrus Canisius Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
JPS Tanakh (Jewish Publication Society, 1917)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1And Huram king of Tyre sent messengers to David, and cedar-trees, and masons, and carpenters, to build him a house.
1Chirom, de koning van Tyrus, zond gezanten tot David; ook cederhout, timmerlieden en steenhouwers, om voor hem een paleis te bouwen.
2And David perceived that the LORD had established him king over Israel, for his kingdom was exalted exceedingly, for His people Israel's sake.
2Zo begreep David, dat Jahweh hem tot koning van Israël had bevestigd, en dat Hij zijn koningschap verheven had terwille van zijn volk Israël.
3And David took more wives at Jerusalem; and David begot more sons and daughters.
3Ook te Jerusalem nam David nog vrouwen, en kreeg hij nog meer zonen en dochters.
4And these are the names of the children whom he had in Jerusalem: Shammua, and Shobab, Nathan, and Solomon;
4Hier volgen de namen van hen, die hem te Jerusalem geboren werden: Sjammóea, Sjobab, Natan, Salomon,
5and Ibhar, and Elishua, and Elpelet;
5Jibchar, Elisjóea, Elpélet,
6and Nogah, and Nepheg, and Japhia;
6Nóga, Néfeg, Jafia,
7and Elishama, and Beeliada, and Eliphelet.
7Elisjama, Beëljada en Elifélet.
8And when the Philistines heard that David was anointed king over all Israel, all the Philistines went up to seek David; and David heard of it, and went out to meet them.
8Maar toen de Filistijnen vernamen, dat men David tot koning van heel Israël had gezalfd, trokken alle Filistijnen op, om zich van David meester te maken. Bij het vernemen hiervan ging David hun tegemoet.
9Now the Philistines had come and made a raid in the valley of Rephaim.
9Toen de Filistijnen gekomen waren en zich over het dal der Refaïeten verspreid hadden,
10And David inquired of God, saying: 'Shall I go up against the Philistines? and wilt Thou deliver them into my hand?' And the LORD said unto him: 'Go up; for I will deliver them into thy hand.'
10vroeg David aan God: Moet ik oprukken tegen de Filistijnen; zult Gij ze aan mij overleveren? Jahweh antwoordde: Trek op; want Ik lever ze aan u over.
11So they came up to Baal-perazim, and David smote them there; and David said: 'God hath broken mine enemies by my hand, like the breach of waters.' Therefore they called the name of that place Baal-perazim.
11Zo kwam David bij Báal-Perasim; hij versloeg ze daar, en zeide: Zoals water door een dam breekt, zo heeft God mij door mijn vijanden heen laten breken! Vandaar dat die plaats Báal-Perasim heet.
12And they left their gods there; and David gave commandment, and they were burned with fire.
12Ze lieten daar hun goden achter, die op bevel van David verbrand werden.
13And the Philistines yet again made a raid in the valley.
13Toen de Filistijnen zich andermaal over het dal der Refaïeten hadden verspreid,
14And David inquired again of God; and God said unto him: 'Thou shalt not go up after them; turn away from them, and come upon them over against the mulberry-trees.
14raadpleegde David God opnieuw. God antwoordde: Val niet aan, maar maak een omtrekkende beweging naar hun achterhoede, en ga op hen af van de kant der balsemstruiken.
15And it shall be, when thou hearest the sound of marching in the tops of the mulberry-trees, that then thou shalt go out to battle; for God is gone out before thee to smite the host of the Philistines.'
15Als ge in de toppen der balsemstruiken het geruis van schreden verneemt, maak u dan gereed; want dan gaat God u vóór, om het leger der Filistijnen te verslaan.
16And David did as God commanded him; and they smote the host of the Philistines from Gibeon even to Gezer.
16David deed juist zoals God het hem bevolen had, en het leger der Filistijnen werd verslagen van Gibon tot Gézer.
17And the fame of David went out into all lands; and the LORD brought the fear of him upon all nations.
17Vandaar dat de naam van David in alle landen bekend werd, en door de hulp van Jahweh alle volken ontzag voor hem kregen.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.