יְהוֹשֻעַ

New Testament

מתיוסנט מארקהבְּשׂוֹרָה הַקְּדוֹשָׁה עַל־פִּי לוּקָסג'וןמַעֲשֵׂי הַשְּׁלִיחִיםאִגֶּרֶת פּוֹלוֹס הַשָּׁלִיחַ אֶל־הָרוֹמִיִּיםאִגֶּרֶת פּוֹלוֹס הָרִאשׁוֹנָה אֶל־הַקּוֹרִנְתִּיִּיםאִגֶּרֶת פּוֹלוֹס הָשֵּׁנִית אֶל־הַקּוֹרִנְתִּיִיםאִגֶּרֶת פּוֹלוֹס הַשָּׁלִיחַ אֶל־הַגָּלָטִיִּיםאִגֶּרֶת פּוֹלוֹס הַשָּׁלִיחַ אֶל־הָאֶפְסִיִּיםאִגֶּרֶת פּוֹלוֹס הַשָּׁלִיחַ אֶל־הַפִּילִפִּיִּיםאִגֶּרֶת פּוֹלוֹס הַשָּׁלִיחַ אֶל־הַקּוֹלַסִּים1 סלוניס2 סלוניס1 טימותי2 טימותיאִגֶּרֶת פּוֹלוֹס אֶל־טִיטוֹסאִגֶּרֶת פּוֹלוֹס אֶל־פִּילֵימוֹןאִגֶּרֶת אֶל־הָעִבְרִיםאִגֶּרֶת יַעֲקֹבהָאִגֶּרֶת הָרִאשׁוֹנָה לְפֶטְרוֹס הַשָּׁלִיחַהָאִגֶּרֶת הַשֵּׁנִית לְפֶטְרוֹס הַשָּׁלִיחַהָאִגֶּרֶת הָרִאשׁוֹנָה לְיוֹחָנָן הַשָּׁלִיחַהָאִגֶּרֶת הַשֵּׁנִית לְיוֹחָנָן הַשָּׁלִיחַהָאִגֶּרֶת הַשְּׁלִישִׁית לְיוֹחָנָן הַשָּׁלִיחַאִגֶּרֶת יְהוּדָהחזוֹן יוֹחָנָן
Chapter 4
Modern Hebrew Bible
vs Petrus Canisius Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers

יְהוֹשֻעַ 4

Modern Hebrew Bible
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1ויהי כאשר תמו כל הגוי לעבור את הירדן ויאמר יהוה אל יהושע לאמר׃
1Nadat dan het hele volk over de Jordaan was getrokken, sprak Jahweh tot Josuë:
2קחו לכם מן העם שנים עשר אנשים איש אחד איש אחד משבט׃
2Kiest u uit dit volk twaalf mannen, één uit iedere stam,
3וצוו אותם לאמר שאו לכם מזה מתוך הירדן ממצב רגלי הכהנים הכין שתים עשרה אבנים והעברתם אותם עמכם והנחתם אותם במלון אשר תלינו בו הלילה׃
3en beveelt hun: Neemt hier midden uit de Jordaan, waar de voeten van de priesters hebben gestaan, twaalf stenen; draagt ze met u mee naar de plek, waar ge vannacht verblijven zult, en richt ze daar op.
4ויקרא יהושע אל שנים העשר איש אשר הכין מבני ישראל איש אחד איש אחד משבט׃
4Josuë riep dus twaalf mannen, die hij onder de Israëlieten aanwees, uit elke stam één,
5ויאמר להם יהושע עברו לפני ארון יהוה אלהיכם אל תוך הירדן והרימו לכם איש אבן אחת על שכמו למספר שבטי בני ישראל׃
5en sprak tot hen: Trekt op tot bij de ark van Jahweh, uw God, in het midden van de Jordaan, en neemt ieder één steen op uw schouders, naar het getal van de stammen van Israëls kinderen,
6למען תהיה זאת אות בקרבכם כי ישאלון בניכם מחר לאמר מה האבנים האלה לכם׃
6opdat die onder u ten teken zijn. En wanneer dan later uw zonen vragen: “Wat beduiden die stenen voor u?”
7ואמרתם להם אשר נכרתו מימי הירדן מפני ארון ברית יהוה בעברו בירדן נכרתו מי הירדן והיו האבנים האלה לזכרון לבני ישראל עד עולם׃
7zult ge hun antwoorden: “Omdat het water van de Jordaan voor de ark van Jahweh’s Verbond verdween, toen de ark de Jordaan overtrok: omdat het water van de Jordaan verdween, daarom zijn deze stenen een altijddurend gedenkteken voor de kinderen Israëls”.
8ויעשו כן בני ישראל כאשר צוה יהושע וישאו שתי עשרה אבנים מתוך הירדן כאשר דבר יהוה אל יהושע למספר שבטי בני ישראל ויעברום עמם אל המלון וינחום שם׃
8De Israëlieten deden dus, zoals Josuë hun had bevolen; ze namen uit het midden van de Jordaan twaalf stenen op naar het getal der israëlietische stammen, zoals Jahweh het Josuë bevolen had, droegen ze mee naar het nachtkwartier en richtten ze daar op.
9ושתים עשרה אבנים הקים יהושע בתוך הירדן תחת מצב רגלי הכהנים נשאי ארון הברית ויהיו שם עד היום הזה׃
9Tevens plaatste Josuë twaalf stenen midden in de Jordaan op de plaats, waar de voeten van de priesters, die de ark des Verbonds droegen, hadden gerust; ze zijn daar nog tot op de dag van heden.
10והכהנים נשאי הארון עמדים בתוך הירדן עד תם כל הדבר אשר צוה יהוה את יהושע לדבר אל העם ככל אשר צוה משה את יהושע וימהרו העם ויעברו׃
10Intussen waren de priesters, die de ark droegen, midden in de Jordaan blijven staan, totdat alles geschied was, wat Jahweh Josuë had opgedragen, aan het volk te bevelen. In aller ijl trok het volk naar de andere kant;
11ויהי כאשר תם כל העם לעבור ויעבר ארון יהוה והכהנים לפני העם׃
11en toen het hele volk over was, trok ook de ark van Jahweh over, en gingen de priesters weer aan de spits van het volk.
12ויעברו בני ראובן ובני גד וחצי שבט המנשה חמשים לפני בני ישראל כאשר דבר אליהם משה׃
12Ook de Rubenieten, de Gadieten en de halve stam van Manasse trokken over, en gingen gewapend voor Israël uit, zoals Moses het hun had bevolen;
13כארבעים אלף חלוצי הצבא עברו לפני יהוה למלחמה אל ערבות יריחו׃
13ze telden veertigduizend man ongeveer, die voor Jahweh ten strijde uittrokken naar de vlakte van Jericho.
14ביום ההוא גדל יהוה את יהושע בעיני כל ישראל ויראו אתו כאשר יראו את משה כל ימי חייו׃
14Die dag verheerlijkte Jahweh Josuë in de ogen van heel Israël, zodat ze hem heel zijn leven vreesden, zoals ze Moses hadden gevreesd.
15ויאמר יהוה אל יהושע לאמר׃
15Nu sprak Jahweh tot Josuë:
16צוה את הכהנים נשאי ארון העדות ויעלו מן הירדן׃
16Beveel de priesters, die de ark des Verbonds dragen, dat ze uit de Jordaan komen.
17ויצו יהושע את הכהנים לאמר עלו מן הירדן׃
17En Josuë beval de priesters: Komt de Jordaan uit.
18ויהי בעלות הכהנים נשאי ארון ברית יהוה מתוך הירדן נתקו כפות רגלי הכהנים אל החרבה וישבו מי הירדן למקומם וילכו כתמול שלשום על כל גדותיו׃
18Zodra nu de priesters, die de ark van Jahweh’s Verbond droegen, uit het midden van de Jordaan waren gekomen, en de voetzolen der priesters het droge hadden bereikt, hernam het water van de Jordaan zijn loop, en trad weer buiten zijn oevers als vroeger.
19והעם עלו מן הירדן בעשור לחדש הראשון ויחנו בגלגל בקצה מזרח יריחו׃
19Op de tiende dag van de eerste maand trok het volk van de Jordaan weg, en sloeg zijn legerplaats te Gilgal op, aan de oostelijke grens van Jericho.
20ואת שתים עשרה האבנים האלה אשר לקחו מן הירדן הקים יהושע בגלגל׃
20De twaalf stenen, die men uit de Jordaan had meegenomen, liet Josuë nu te Gilgal oprichten,
21ויאמר אל בני ישראל לאמר אשר ישאלון בניכם מחר את אבותם לאמר מה האבנים האלה׃
21terwijl hij tot de Israëlieten sprak: Als later uw zonen aan hun vaders vragen: “Wat hebben deze stenen te beduiden?”
22והודעתם את בניכם לאמר ביבשה עבר ישראל את הירדן הזה׃
22moet ge uw zonen vertellen: “Droogvoets trok Israël hier over de Jordaan!”
23אשר הוביש יהוה אלהיכם את מי הירדן מפניכם עד עברכם כאשר עשה יהוה אלהיכם לים סוף אשר הוביש מפנינו עד עברנו׃
23Want Jahweh, uw God, heeft het water van de Jordaan voor u doen opdrogen, totdat ge er over waart, zoals Jahweh, uw God, met de Rode Zee heeft gedaan, die Hij voor ons heeft drooggelegd, totdat wij er over waren:
24למען דעת כל עמי הארץ את יד יהוה כי חזקה היא למען יראתם את יהוה אלהיכם כל הימים׃
24opdat alle volken der aarde zouden weten, dat de hand van Jahweh machtig is, en gij Jahweh, uw God, voor altijd zoudt vrezen!

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.