יְהוֹשֻעַ 18
Modern Hebrew BibleTranslation
Modern Hebrew Bible
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1ויקהלו כל עדת בני ישראל שלה וישכינו שם את אהל מועד והארץ נכבשה לפניהם׃
1Daarna kwam het gehele israëlietische volk te Sjilo bijeen, waar het de openbaringstent plaatste. Ofschoon het land hun nu volkomen onderworpen was,
2ויותרו בבני ישראל אשר לא חלקו את נחלתם שבעה שבטים׃
2waren er onder de Israëlieten nog zeven stammen, die hun erfdeel niet hadden verdeeld.
3ויאמר יהושע אל בני ישראל עד אנה אתם מתרפים לבוא לרשת את הארץ אשר נתן לכם יהוה אלהי אבותיכם׃
3Daarom sprak Josuë tot de Israëlieten: Hoelang zult ge nog te traag zijn, om het land binnen te trekken en in bezit te nemen, dat Jahweh, de God van uw vaderen, u heeft gegeven?
4הבו לכם שלשה אנשים לשבט ואשלחם ויקמו ויתהלכו בארץ ויכתבו אותה לפי נחלתם ויבאו אלי׃
4Wijst nu uit iedere stam drie mannen aan, die ik zal uitzenden. Ze zullen zich gereed maken, het land te doorkruisen, er een beschrijving van geven, zover dit voor hun erfdeel nodig is, en dan bij mij terugkomen.
5והתחלקו אתה לשבעה חלקים יהודה יעמד על גבולו מנגב ובית יוסף יעמדו על גבולם מצפון׃
5Ge moet het in zeven stukken verdelen; Juda zal zijn gebied in het zuiden, en het huis van Josef zijn gebied in het noorden behouden.
6ואתם תכתבו את הארץ שבעה חלקים והבאתם אלי הנה ויריתי לכם גורל פה לפני יהוה אלהינו׃
6Stelt dus een beschrijving van het land in zeven delen op, en brengt die hier bij mij; dan zal ik hier voor het aanschijn van Jahweh, onzen God, het lot voor u werpen.
7כי אין חלק ללוים בקרבכם כי כהנת יהוה נחלתו וגד וראובן וחצי שבט המנשה לקחו נחלתם מעבר לירדן מזרחה אשר נתן להם משה עבד יהוה׃
7Want de Levieten hebben geen aandeel onder u, daar het priesterschap van Jahweh hun erfdeel is; en Gad en Ruben en de halve stam van Manasse hebben reeds hun erfdeel aan de oostzijde van de Jordaan, dat Moses, de dienaar van Jahweh, hun heeft gegeven.
8ויקמו האנשים וילכו ויצו יהושע את ההלכים לכתב את הארץ לאמר לכו והתהלכו בארץ וכתבו אותה ושובו אלי ופה אשליך לכם גורל לפני יהוה בשלה׃
8De mannen maakten zich dan gereed en gingen op weg, terwijl Josuë hun bij hun vertrek opdroeg, een beschrijving van het land te maken. Hij zeide: Gaat en doorkruist het land, stelt er een beschrijving van op, en komt dan bij mij terug; dan zal ik hier te Sjilo voor het aanschijn van Jahweh het lot voor u werpen.
9וילכו האנשים ויעברו בארץ ויכתבוה לערים לשבעה חלקים על ספר ויבאו אל יהושע אל המחנה שלה׃
9En de mannen gingen heen, trokken het land door, stelden er een beschrijving in zeven delen van op schrift, stad voor stad, en kwamen bij Josuë in het kamp te Sjilo terug.
10וישלך להם יהושע גורל בשלה לפני יהוה ויחלק שם יהושע את הארץ לבני ישראל כמחלקתם׃
10Toen wierp Josuë te Sjilo voor hen het lot voor het aanschijn van Jahweh, en verdeelde daar het land onder de groepen der Israëlieten.
11ויעל גורל מטה בני בנימן למשפחתם ויצא גבול גורלם בין בני יהודה ובין בני יוסף׃
11Het eerste lot viel voor de families van de stam der Benjamieten; het gebied, dat het lot hun toewees, lag tussen de zonen van Juda en Josef.
12ויהי להם הגבול לפאת צפונה מן הירדן ועלה הגבול אל כתף יריחו מצפון ועלה בהר ימה והיה תצאתיו מדברה בית און׃
12Hun noordelijke grens begon bij de Jordaan, liep dan naar boven langs de noordzijde van de bergrug van Jericho, en verder westwaarts het gebergte op, om te eindigen bij de woestijn van Bet-Awen.
13ועבר משם הגבול לוזה אל כתף לוזה נגבה היא בית אל וירד הגבול עטרות אדר על ההר אשר מנגב לבית חרון תחתון׃
13Vandaar ging de grens verder naar Loez, ten zuiden van de bergrug van Loez, of Betel; en dan omlaag tot Atrot-Addar op het gebergte, ten zuiden van Laag Bet-Choron.
14ותאר הגבול ונסב לפאת ים נגבה מן ההר אשר על פני בית חרון נגבה והיה תצאתיו אל קרית בעל היא קרית יערים עיר בני יהודה זאת פאת ים׃
14Van het gebergte zuidelijk tegenover Bet(-)Choron draaide ze met een bocht in zuidwestelijke richting, en eindigde bij Kirjàt-Báal of Kirjat-Jearim, een stad van de Judeërs. Dit was de westelijke punt.
15ופאת נגבה מקצה קרית יערים ויצא הגבול ימה ויצא אל מעין מי נפתוח׃
15Aan de zuidkant liep de grens van de uiterste punt van Kirját-Jearim in het westen tot bij de bron van de wateren van Neftóach;
16וירד הגבול אל קצה ההר אשר על פני גי בן הנם אשר בעמק רפאים צפונה וירד גי הנם אל כתף היבוסי נגבה וירד עין רגל׃
16ze daalde vervolgens tot de uitlopers van het gebergte, dat tegenover het Ben-Hinnomdal en noordelijk van de vallei der Refaieten ligt; dan ging ze verder omlaag naar het Hinnomdal, zuidelijk van de bergrug der Jeboesieten, en nog meer omlaag naar En-Rogel.
17ותאר מצפון ויצא עין שמש ויצא אל גלילות אשר נכח מעלה אדמים וירד אבן בהן בן ראובן׃
17Daarna boog ze om in noordelijke richting, kwam uit bij En-Sjémesj, vervolgens bij de steenhopen tegenover de bergpas van Adoemmim, en daalde tot de steen van Bóhan, den zoon van Ruben.
18ועבר אל כתף מול הערבה צפונה וירד הערבתה׃
18Verder liep ze ten noorden van de bergketen van Bet-Haäraba, dan omlaag de Araba in;
19ועבר הגבול אל כתף בית חגלה צפונה והיה תצאותיו הגבול אל לשון ים המלח צפונה אל קצה הירדן נגבה זה גבול נגב׃
19vervolgens ten noorden van de bergrug van Bet-Chogla, om te eindigen bij de noordelijke baai van de Zoutzee, aan de zuidelijke monding van de Jordaan. Dit was de zuidelijke grens.
20והירדן יגבל אתו לפאת קדמה זאת נחלת בני בנימן לגבולתיה סביב למשפחתם׃
20De Jordaan vormde de oostelijke grens. Dit was het erfdeel van de families der Benjamieten met zijn grenzen aan alle kanten.
21והיו הערים למטה בני בנימן למשפחותיהם יריחו ובית חגלה ועמק קציץ׃
21De steden van de families der Benjamieten waren: Jericho, Bet-Chogla, Émek-Kesis,
22ובית הערבה וצמרים ובית אל׃
22Bet-Haäraba, Semaráim, Betel,
23והעוים והפרה ועפרה׃
23Awwim, Para, Ofra,
24וכפר העמני והעפני וגבע ערים שתים עשרה וחצריהן׃
24Kefar-Haämmoni, Ofni en Géba; twaalf steden met haar dorpen.
25גבעון והרמה ובארות׃
25Gibon, Rama, Beërot,
26והמצפה והכפירה והמצה׃
26Mispe, Kefira, Mosa,
27ורקם וירפאל ותראלה׃
27Rékem, Jirpeël, Tarala,
28וצלע האלף והיבוסי היא ירושלם גבעת קרית ערים ארבע עשרה וחצריהן זאת נחלת בני בנימן למשפחתם׃
28Séla, Haélef, Jeboes of Jerusalem, Gibat en Kirjat-Jearim; veertien steden met haar dorpen. Dit was het erfdeel van de families der Benjamieten.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.