1 מְלָכִים 4
Modern Hebrew BibleTranslation
Modern Hebrew Bible
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1ויהי המלך שלמה מלך על כל ישראל׃
1Koning Salomon heerste over heel Israël.
2ואלה השרים אשר לו עזריהו בן צדוק הכהן׃
2Dit waren zijn rijksgroten: Azarjáhoe, de zoon van Sadok, was priester;
3אליחרף ואחיה בני שישא ספרים יהושפט בן אחילוד המזכיר׃
3Elichóref en Achi-ja, de zonen van Sjisja, waren geheimschrijvers; Jehosjafat, de zoon van Achiloed, was kanselier;
4ובניהו בן יהוידע על הצבא וצדוק ואביתר כהנים׃
4Benajáhoe, de zoon van Jehojada, was legeroverste;
5ועזריהו בן נתן על הנצבים וזבוד בן נתן כהן רעה המלך׃
5Azarjáhoe, de zoon van Natan, was opperlandvoogd; Zaboed, de zoon van Natan, was koninklijk raadsman;
6ואחישר על הבית ואדנירם בן עבדא על המס׃
6Achisjar was hofmeester, en Adoniram, de zoon van Abda, was leider van de herendiensten.
7ולשלמה שנים עשר נצבים על כל ישראל וכלכלו את המלך ואת ביתו חדש בשנה יהיה על אחד לכלכל׃
7Bovendien had Salomon twaalf landvoogden over geheel Israël, die den koning en zijn hof van alles moesten voorzien; één maand in het jaar moest ieder van hen daarvoor zorgen.
8ואלה שמותם בן חור בהר אפרים׃
8Hun namen waren: De zoon van Choer in het gebergte van Efraïm.
9בן דקר במקץ ובשעלבים ובית שמש ואילון בית חנן׃
9De zoon van Déker te Makas, Sjaälbim, Bet-Sjémesj, Elon en Bet-Chanan.
10בן חסד בארבות לו שכה וכל ארץ חפר׃
10De zoon van Chésed te Aroebbot; tot zijn gebied behoorde Soko en het hele land van Chéfer.
11בן אבינדב כל נפת דאר טפת בת שלמה היתה לו לאשה׃
11De zoon van Abinadab over het hele heuvelland van Dor; hij had Tafat, een dochter van Salomon, tot vrouw.
12בענא בן אחילוד תענך ומגדו וכל בית שאן אשר אצל צרתנה מתחת ליזרעאל מבית שאן עד אבל מחולה עד מעבר ליקמעם׃
12Baäna, de zoon van Achiloed, over Taänak, Megiddo en geheel Bet-Sjean, dat bij Sartana ligt; dus het gebied beneden Jizreël van Bet-Sjean af tot Abel-Mechola, tot nog voorbij Jokmeam.
13בן גבר ברמת גלעד לו חות יאיר בן מנשה אשר בגלעד לו חבל ארגב אשר בבשן ששים ערים גדלות חומה ובריח נחשת׃
13De zoon van Géber over Ramot in Gilad; tot zijn gebied behoorde de kampementen van Jaïr. De zoon van Manasse over Gilad en de landstreek Argob in Basjan; over zestig grote steden met muren en koperen sluitbomen.
14אחינדב בן עדא מחנימה׃
14Achinadab, de zoon van Iddo, over Machanáim.
15אחימעץ בנפתלי גם הוא לקח את בשמת בת שלמה לאשה׃
15Achimáas in Neftali; ook hij had een dochter van Salomon, Basemat, tot vrouw genomen.
16בענא בן חושי באשר ובעלות׃
16Baäna, de zoon van Choesjai, over Aser en Bealot.
17יהושפט בן פרוח ביששכר׃
17Jehosjafat, de zoon van Paróeach, over Issakar.
18שמעי בן אלא בבנימן׃
18Sjimi de zoon van Ela, over Benjamin.
19גבר בן ארי בארץ גלעד ארץ סיחון מלך האמרי ועג מלך הבשן ונציב אחד אשר בארץ׃
19Géber, de zoon van Oeri, over het land van Gilad, het land van Sichon, den koning der Amorieten, en dat van Og, den koning van Basjan. En er was één landvoogd in het land van Juda.
20יהודה וישראל רבים כחול אשר על הים לרב אכלים ושתים ושמחים׃
20Juda en Israël waren talrijk als het zand aan de zee; zij aten en dronken en waren vrolijk.
21ושלמה היה מושל בכל הממלכות מן הנהר ארץ פלשתים ועד גבול מצרים מגשים מנחה ועבדים את שלמה כל ימי חייו׃
21Want Salomon heerste over al de koninkrijken van de Rivier af tot aan het land der Filistijnen en tot aan de grens van Egypte; zij brachten Salomon schatting en waren hem onderdanig, zolang hij leefde.
22ויהי לחם שלמה ליום אחד שלשים כר סלת וששים כר קמח׃
22De mondbehoefte van Salomon, voor één dag, bedroeg dertig kor bloem en zestig kor meel,
23עשרה בקר בראים ועשרים בקר רעי ומאה צאן לבד מאיל וצבי ויחמור וברברים אבוסים׃
23tien vetgemeste en twintig gewone runderen en honderd schapen, behalve de reeën, gazellen, herten en het gemeste pluimvee.
24כי הוא רדה בכל עבר הנהר מתפסח ועד עזה בכל מלכי עבר הנהר ושלום היה לו מכל עבריו מסביב׃
24En daar hij het hele gebied aan deze zijde van de Rivier, van Tifsach tot Gaza toe, met al de koningen van dat gebied in bedwang hield, had hij vrede aan alle kanten,
25וישב יהודה וישראל לבטח איש תחת גפנו ותחת תאנתו מדן ועד באר שבע כל ימי שלמה׃
25en zaten zowel de Judeërs als de Israëlieten, van Dan tot Beër-Sjéba, onbezorgd onder hun wijnstok en hun vijgeboom, zolang Salomon leefde.
26ויהי לשלמה ארבעים אלף ארות סוסים למרכבו ושנים עשר אלף פרשים׃
26Bovendien had Salomon vier duizend span paarden voor zijn strijdwagens en twaalfduizend rijpaarden.
27וכלכלו הנצבים האלה את המלך שלמה ואת כל הקרב אל שלחן המלך שלמה איש חדשו לא יעדרו דבר׃
27Genoemde landvoogden nu voorzagen, ieder gedurende een maand, koning Salomon en allen, die aan de koninklijke tafel aanzaten van het benodigde, en zorgden er voor, dat niets ontbrak.
28והשערים והתבן לסוסים ולרכש יבאו אל המקום אשר יהיה שם איש כמשפטו׃
28Het gerst en het stro voor de rij- en wagenpaarden brachten zij, ieder op zijn beurt, naar de plaats, waar het wezen moest.
29ויתן אלהים חכמה לשלמה ותבונה הרבה מאד ורחב לב כחול אשר על שפת הים׃
29Bovendien gaf God aan Salomon een zeer grote wijsheid, scherpzinnigheid en inzicht, zo groot als het zandige strand aan de zee.
30ותרב חכמת שלמה מחכמת כל בני קדם ומכל חכמת מצרים׃
30De wijsheid van Salomon was groter dan die van alle Oosterlingen en alle Egyptenaren.
31ויחכם מכל האדם מאיתן האזרחי והימן וכלכל ודרדע בני מחול ויהי שמו בכל הגוים סביב׃
31Hij was wijzer dan alle mensen, wijzer zelfs dan Etan, de Ezrachiet, en dan Heman, Kalkol en Darda, de zonen van Machol, zodat hij beroemd was bij alle volkeren in het rond.
32וידבר שלשת אלפים משל ויהי שירו חמשה ואלף׃
32Salomon dichtte drieduizend spreuken en schreef vijfduizend liederen.
33וידבר על העצים מן הארז אשר בלבנון ועד האזוב אשר יצא בקיר וידבר על הבהמה ועל העוף ועל הרמש ועל הדגים׃
33Hij sprak over alle boomsoorten, van de ceder op de Libanon tot de hysop, die uit de muren schiet; ook over viervoeters, vogels, kruipende dieren en vissen.
34ויבאו מכל העמים לשמע את חכמת שלמה מאת כל מלכי הארץ אשר שמעו את חכמתו׃
34Van alle volkeren stroomde men dan ook toe, om naar Salomons wijsheid te luisteren en hij ontving geschenken van alle koningen der aarde, die van zijn wijsheid hadden gehoord.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.