ΙΕΖΕΚΙΗΛ 35
Septuagint (Greek Old Testament), second editionOriginal language
Septuagint (Greek Old Testament), second edition
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1ΚΑΙ ἐγένετο λόγος Κυρίου πρός με λέγων·
1Het woord van Jahweh werd tot mij gericht.
2υἱὲ ἀνθρώπου, ἐπίστρεψον τὸ πρόσωπόν σου ἐπ' ὄρος Σηεὶρ καὶ προφήτευσον εἰς αὐτὸ
2Mensenkind, ge moet uw gelaat richten naar het Seïr-gebergte; profeteer ertegen,
3καὶ εἰπόν· τάδε λέγει Κύριος Κύριος· ἰδοὺ ἐγὼ ἐπὶ σέ, ὄρος Σηείρ, καὶ ἐκτενῶ τὴν χεῖρά μου ἐπὶ σέ καὶ δώσω σε εἰς ἔρημον καὶ ἐρημωθήσῃ,
3en zeg: Zo spreekt Jahweh, de Heer! Bergen van Seïr, Ik kom op u af, strek mijn hand tegen u uit, en verander u in een steppe en een wildernis.
4καὶ ταῖς πόλεσί σου ἐρημίαν ποιήσω, καὶ σὺ ἔρημος ἔσῃ· καὶ γνώσῃ ὅτι ἐγώ εἰμι Κύριος,
4Ik maak uw steden tot puin, en zelf zult ge een steppe worden. Zo zult ge erkennen, dat Ik Jahweh ben!
5ἀντὶ τοῦ γενέσθαι σε ἐχθρὰν αἰωνίαν καὶ ἐνεκάθισας τῷ οἴκῳ Ἰσραὴλ δόλῳ, ἐν χειρὶ ἐχθρῶν μαχαίρᾳ ἐν καιρῷ ἀδικίας ἐπ' ἐσχάτῳ,
5Omdat ge van oudsher vijandig waart en de zonen van Israël aan de punt van het zwaard hebt opgeofferd, toen zij in nood verkeerden, en de schuld het hoogtepunt bereikte;
6διὰ τοῦτο, ζῶ ἐγώ, λέγει Κύριος Κύριος, εἰ μήν, εἰς αἷμα ἥμαρτες, καὶ αἷμα διώξεταί σε.
6daarom, zowaar Ik leef, zegt Jahweh, de Heer: Aan bloed hebt ge u vergrepen, dan zal bloed u vervolgen. In bloed zal Ik u veranderen, bloed zal u vervolgen.
7καὶ δώσω τὸ ὄρος Σηεὶρ εἰς ἔρημον καὶ ἠρημωμένον καὶ ἀπολῶ ἀπ' αὐτοῦ ἀνθρώπους καὶ κτήνη
7Ik maak het Seïr-gebergte tot een steppe en een wildernis; ieder, die er komt of gaat, zal Ik eruit verdelgen.
8καὶ ἐμπλήσω τῶν τραυματιῶν τοὺς βουνούς σου καὶ τὰς φάραγγάς σου, καὶ ἐν πᾶσι τοῖς πεδίοις σου τετραυματισμένοι μαχαίρᾳ πεσοῦνται ἐν σοί.
8Met uw gesneuvelden zal Ik uw hoogten, uw dalen en al uw kloven overdekken; ze vallen daarin neer, getroffen door het zwaard!
9ἐρημίαν αἰώνιον θήσομαί σε, καὶ αἱ πόλεις σου οὐ μὴ κατοικηθῶσιν ἔτι· καὶ γνώσῃ ὅτι ἐγώ εἰμι Κύριος.
9Ik verander u in een woestenij voor eeuwig; nooit meer worden uw steden bewoond. Zo zult ge erkennen, dat Ik Jahweh ben!
10διὰ τὸ εἶπεῖν σε· τὰ δύο ἔθνη καὶ αἱ δύο χῶραι ἐμαὶ ἔσονται καὶ κληρονομήσω αὐτάς, καὶ Κύριος ἐκεῖ ἐστι,
10Omdat ge dacht: “Beide volken en beide landen worden van mij, wij nemen ze in bezit”; terwijl toch Jahweh daar woont;
11διὰ τοῦτο, ζῶ ἐγώ, λέγει Κύριος, καὶ ποιήσω σοι κατὰ τὴν ἔχθραν σου καὶ γνωσθήσομαί σοι, ἡνίκα ἂν κρινῶ σε,
11daarom zegt Jahweh, de Heer: Zowaar Ik leef, Ik zal u even toornig en jaloers behandelen, als gij in uw haat met hen hebt gehandeld. Ik zal Mij aan u openbaren, als Ik u richt.
12καὶ γνώσῃ ὅτι ἐγώ εἰμι Κύριος. ἤκουσα τῆς φωνῆς τῶν βλασφημιῶν σου, ὅτι εἶπας· τὰ ὄρη Ἰσραὴλ ἔρημα, ἡμῖν δέδοται εἰς κατάβρωμα·
12Zo zult ge erkennen, dat Ik Jahweh ben. Ik heb al de schimpscheuten verstaan, die ge over de bergen van Israël hebt uitgeroepen: Ze liggen verwoest, ze vallen ons toe als buit!
13καὶ ἐμεγαλορρημόνησας ἐπ' ἐμὲ τῷ στόματί σου· ἐγὼ ἤκουσα.
13Ge hebt een grote mond tegen Mij opgezet, overmoedig tegen Mij gesproken, maar Ik heb het verstaan.
14τάδε λέγει Κύριος· ἐν τῇ εὐφροσύνῃ πάσης τῆς γῆς ἔρημον ποιήσω σε,
14Dit zegt Jahweh, de Heer: Tot vreugde van heel de aarde zal Ik u in een steppe veranderen.
15ἔρημον ἔσῃ, ὄρος Σηείρ, καὶ πᾶσα ἡ Ἰδουμαία ἐξαναλωθήσεται· καὶ γνώσῃ ὅτι ἐγώ εἰμι Κύριος ὁ Θεὸς αὐτῶν.
15Zoals ge u verheugd hebt over het erfdeel van Israëls huis, omdat het verwoest ligt, zo zal Ik hetzelfde doen met u! Verwoest zult ge liggen, bergen van Seïr, en heel Edom zal te gronde gaan! Zó zullen ze erkennen, dat Ik Jahweh ben!
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.