ΞΟΔΟΣ 39
Septuagint (Greek Old Testament), second editionOriginal language
Septuagint (Greek Old Testament), second edition
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1ΠΑΝ τὸ χρυσίον, ὃ κατειργάσθη εἰς τὰ ἔργα κατὰ πᾶσαν τὴν ἐργασίαν τῶν ἁγίων, ἐγένετο χρυσίου τοῦ τῆς ἀπαρχῆς, ἐννέα καὶ εἴκοσι τάλαντα καὶ ἑπτακόσιοι εἴκοσι σίκλοι κατὰ τὸν σίκλον τὸν ἅγιον·
1De ambtsgewaden voor de dienst in het heiligdom vervaardigde men van violet, purper en karmozijn; men vervaardigde de heilige gewaden van Aäron juist zoals Jahweh het Moses bevolen had.
2καὶ ἀργυρίου ἀφαίρεμα παρὰ τῶν ἐπεσκεμμένων ἀνδρῶν τῆς συναγωγῆς ἑκατὸν τάλαντα καὶ χίλιοι ἑπτακόσιοι ἑβδομήκοντα πέντε σίκλοι, δραχμὴ μία τῇ κεφαλῇ τὸ ἥμισυ τοῦ σίκλου, κατὰ τὸν σίκλον τὸν ἅγιον,
2Hij maakte het borstkleed van goud, violet, purper, karmozijn en getwijnd lijnwaad.
3πᾶς ὁ παραπορευόμενος τὴν ἐπίσκεψιν ἀπὸ εἰκοσαετοῦς καὶ ἐπάνω εἰς τὰς ἑξήκοντα μυριάδας καὶ τρισχίλιοι πεντακόσιοι καὶ πεντήκοντα.
3Zij pletten het goud tot bladen en sneden het tot draden, om die kunstig tussen het violet, purper, karmozijn en het lijnwaad te weven.
4καὶ ἐγενήθη τὰ ἑκατὸν τάλαντα τοῦ ἀργυρίου εἰς τὴν χώνευσιν τῶν ἑκατὸν κεφαλίδων τῆς σκηνῆς καὶ εἰς τὰς κεφαλίδας τοῦ καταπετάσματος,
4De schouderbanden, die onderling verbonden waren, hechtte hij aan de twee uiteinden daarvan vast.
5ἑκατὸν κεφαλίδες εἰς τὰ ἑκατὸν τάλαντα, τάλαντον τῇ κεφαλίδι.
5De band, die het borstkleed omsloot, was uit één stuk, en van hetzelfde maaksel: van goud, violet, purper, karmozijn en getwijnd lijnwaad, zoals Jahweh het Moses bevolen had.
6καὶ τοὺς χιλίους ἑπτακοσίους ἑβδομήκοντα πέντε σίκλους ἐποίησεν εἰς τὰς ἀγκύλας τοῖς στύλοις, καὶ κατεχρύσωσε τὰς κεφαλίδας αὐτῶν καὶ κατεκόσμησεν αὐτούς.
6De beide onyxstenen, waarin de namen van Israëls zonen waren gegrift, zoals men in zegelstenen snijdt, vatte men in gouden zettingen.
7καὶ ὁ χαλκὸς τοῦ ἀφαιρέματος ἑβδομήκοντα τάλαντα καὶ χίλιοι πεντακόσιοι σίκλοι.
7Hij hechtte ze op de schouderbanden van het borstkleed als gedachtenisstenen voor Israëls zonen, zoals Jahweh het Moses bevolen had.
8καὶ ἐποίησαν ἐξ αὐτοῦ τὰς βάσεις τῆς θύρας τῆς σκηνῆς τοῦ μαρτυρίου
8Hij maakte de borsttas kunstig bewerkt van dezelfde stof als het borstkleed: van goud, violet, purper, karmozijn, en getwijnd lijnwaad.
9καὶ τὰς βάσεις τῆς αὐλῆς κύκλῳ καὶ τὰς βάσεις τῆς πύλης τῆς αὐλῆς καὶ τοὺς πασσάλους τῆς σκηνῆς καὶ τοὺς πασσάλους τῆς αὐλῆς κύκλῳ
9De borsttas was vierkant, en men vouwde haar dubbel; en dubbelgevouwen was zij een span lang en een span breed.
10καὶ τὸ παράθεμα τὸ χαλκοῦν τοῦ θυσιαστηρίου καὶ πάντα τὰ σκεύη τοῦ θυσιαστηρίου καὶ πάντα τὰ ἐργαλεῖα τῆς σκηνῆς τοῦ μαρτυρίου. (Κεφ. ΛΘ 32)
10Men bezette haar met vier rijen edelstenen; op de eerste rij: een robijn, een topaas en een smaragd;
11καὶ ἐποίησαν οἱ υἱοὶ Ἰσραήλ, καθὰ συνέταξε Κύριος τῷ Μωυσῇ, οὕτως ἐποίησαν.
11op de tweede rij: een karbonkel, een saffier en een sardonix;
12Τὸ δὲ λοιπὸν χρυσίον τοῦ ἀφαιρέματος ἐποίησαν σκεύη εἰς τὸ λειτουργεῖν ἐν αὐτοῖς ἔναντι Κυρίου.
12op de derde rij: een hyacint, een agaat en een ametist;
13καὶ τὴν καταλειφθεῖσαν ὑάκινθον καὶ πορφύραν καὶ τὸ κόκκινον ἐποίησαν στολὰς λειτουργικὰς Ἀαρών, ὥστε λειτουργεῖν ἐν αὐταῖς ἐν τῷ ἁγίῳ.
13en op de vierde rij: een chrysoliet, een onyx en een jaspis. Bij het zetten werden ze in gouden zettingen gevat.
14Καὶ ἤνεγκαν τὰς στολὰς πρὸς Μωυσῆν καὶ τὴν σκηνὴν καὶ τὰ σκεύη αὐτῆς καὶ τὰς βάσεις καὶ τοὺς μοχλοὺς αὐτῆς καὶ τοὺς στύλους
14Deze stenen beantwoordden aan de namen van Israëls zonen; ze waren evenals hun namen twaalf in getal, en in iedere steen was de naam van één der twaalf stammen gegrift, zoals men een zegel snijdt.
15καὶ τὴν κιβωτὸν τῆς διαθήκης καὶ τοὺς διωστῆρας αὐτῆς καὶ τὸ θυσιαστήριον καὶ πάντα τὰ σκεύη αὐτοῦ
15Aan de borsttas maakte men kettinkjes van zuiver goud als koorden gevlochten.
16καὶ τὸ ἔλαιον τῆς χρίσεως καὶ τὸ θυμίαμα τῆς συνθέσεως καὶ τὴν λυχνίαν τὴν καθαρὰν
16Men vervaardigde ook twee gouden ringen, die men aan de beide boveneinden van de borsttas vasthechtte.
17καὶ τοὺς λύχνους αὐτῆς, λύχνους τῆς καύσεως, καὶ τὸ ἔλαιον τοῦ φωτὸς
17Dan bevestigde men de twee gouden snoeren aan de beide ringen, die aan de boveneinden van de borsttas zaten.
18καὶ τὴν τράπεζαν τῆς προθέσεως καὶ πάντα τὰ σκεύη αὐτῆς, καὶ τοὺς ἄρτους τοὺς προκειμένους,
18De beide einden van de twee snoeren maakte men aan de beide zettingen vast, en hechtte ze aan de voorkant der schouderbanden van het borstkleed.
19καὶ τὰς στολὰς τοῦ ἁγίου, αἵ εἰσιν Ἀαρών, καὶ τὰς στολὰς τῶν υἱῶν αὐτοῦ εἰς τὴν ἱερατείαν
19Vervolgens maakte men nog twee gouden ringen, en bevestigde die aan de beide benedeneinden van de borsttas en wel aan de binnenrand, die tegen het borstkleed lag;
20καὶ τὰ ἱστία τῆς αὐλῆς καὶ τοὺς στύλους καὶ τὸ καταπέτασμα τῆς θύρας τῆς σκηνῆς καί τῆς πύλης τῆς αὐλῆς,
20bovendien nog twee gouden ringen, die men onder aan de voorkant van het borstkleed hechtte, boven de band van het borstkleed en vlak bij de sluiting.
21καὶ πάντα τὰ σκεύη τῆς σκηνῆς καὶ πάντα τὰ ἐργαλεῖα αυτῆς, καὶ τὰς διφθέρας δέρματα κριῶν ἠρυθροδανωμένα καὶ τὰ καλύμματα ὑακίνθινα καὶ τῶν λοιπῶν τὰ ἐπικαλύμματα καὶ τοὺς πασσάλους καὶ πάντα τὰ ἐργαλεῖα τὰ εἰς τὰ ἔργα τῆς σκηνῆς τοῦ μαρτυρίου·
21Dan bond men de ringen van de borsttas met een purperen snoer aan de ringen van het borstkleed vast, zodat de borsttas boven de band van het borstkleed bleef hangen, en niet op het borstkleed kon verschuiven: zoals Jahweh het Moses bevolen had.
22ὅσα συνέταξε Κύριος τῷ Μωυσῇ, οὕτως ἐποίησαν οἱ υἱοὶ Ἰσραὴλ πάσαν τὴν ἀποσκευήν.
22Hij maakte over het borstkleed een kunstig geweven schoudermantel, geheel van violet.
23καὶ εἶδε Μωυσῆς πάντα τὰ ἔργα, καὶ ἦσαν πεποιηκότες αὐτὰ ὃν τρόπον συνέταξε Κύριος τῷ Μωυσῇ, οὕτως ἐποίησαν αὐτά· καὶ εὐλόγησεν αὐτοὺς Μωυσῆς.
23De opening van de mantel was in het midden als de hals van een wapenrok, en was rondom gezoomd, zodat ze niet kon inscheuren.
no verse 24 in this text
24Aan de onderrand van de schoudermantel bracht men violette, purperen en karmozijnen granaatappeltjes aan.
no verse 25 in this text
25Men maakte belletjes van zuiver goud, en zette die tussen de granaatappeltjes, rond de onderrand van de schoudermantel;
no verse 26 in this text
26dus om beurt telkens een belletje en een granaatappeltje rond de onderrand van de schoudermantel, die voor de eredienst was bestemd, zoals Jahweh het Moses bevolen had.
no verse 27 in this text
27Vervolgens maakte men voor Aäron en zijn zonen de tunieken van lijnwaad, kunstig bewerkt,
no verse 28 in this text
28de tulband en de hoofddoeken van lijnwaad, de linnen heupkleren van getwijnd lijnwaad,
no verse 29 in this text
29en de kunstig bewerkte gordel van getwijnd lijnwaad, van violet, purper en karmozijn, zoals Jahweh het Moses bevolen had.
no verse 30 in this text
30Tenslotte vervaardigde men de plaat, de heilige diadeem, van zuiver goud, en men grifte daarin, als in een zegel: Aan Jahweh gewijd.
no verse 31 in this text
31Met een purperen snoer maakte men ze aan de tulband vast, zoals Jahweh het Moses bevolen had.
no verse 32 in this text
32Zo werd heel het werk van de tabernakel, de openbaringstent, voltooid en voerden de Israëlieten alles nauwkeurig uit, zoals Jahweh het Moses bevolen had.
no verse 33 in this text
33Toen brachten zij de tabernakel naar Moses, de Tent met al haar toebehoren, de haken, schotten en bindlatten, en de palen met hun voetstukken;
no verse 34 in this text
34het dek van rood geverfde ramsvellen en het dekkleed van gelooide huiden en het afsluittapijt;
no verse 35 in this text
35de ark des Verbonds met haar handbomen en het verzoendeksel;
no verse 36 in this text
36de tafel met toebehoren en de toonbroden;
no verse 37 in this text
37de kandelaar van zuiver goud met zijn lampen er bovenop, met alle benodigdheden en de olie voor de kandelaar;
no verse 38 in this text
38het gouden altaar, de zalfolie, de geurige wierook en het tapijt voor de ingang van de Tent;
no verse 39 in this text
39het bronzen altaar met zijn bronzen rasterwerk, zijn handbomen en al wat er bij hoort; het wasbekken met zijn onderstel;
no verse 40 in this text
40de gordijnen en palen, met hun voetstukken voor de voorhof; het tapijt voor de ingang van de voorhof; de touwen en pinnen, en alles wat er nodig was voor de bouw van de tabernakel, de openbaringstent;
no verse 41 in this text
41de ambtsgewaden voor de eredienst in het heiligdom, de heilige gewaden voor den priester Aäron, en de priestergewaden voor zijn zonen.
no verse 42 in this text
42De kinderen Israëls hadden alles vervaardigd, juist zoals Jahweh het Moses bevolen had.
no verse 43 in this text
43Toen Moses dan ook al het werk had gezien, en het bleek, dat zij alles volgens de bevelen van Jahweh hadden vervaardigd, zegende hij hen.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.