ΞΟΔΟΣ 31
Septuagint (Greek Old Testament), second editionOriginal language
Septuagint (Greek Old Testament), second edition
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1ΚΑΙ ἐλάλησε Κύριος πρὸς Μωυσῆν λέγων·
1Daarna sprak Jahweh tot Moses:
2ἰδοὺ ἀνακέκλημαι ἐξ ὀνόματος τὸν Βεσελεὴλ τὸν τοῦ Οὐρείου τὸν Ὤρ, ἐκ τῆς φυλῆς Ἰούδα,
2Zie, Ik heb Besalel, den zoon van Oeri, zoon van Choer, uit de stam van Juda uitverkoren,
3καὶ ἐνέπλησα αὐτὸν πνεῦμα θεῖον σοφίας καὶ συνέσεως καὶ ἐπιστήμης ἐν παντὶ ἔργῳ διανοεῖσθαι
3en hem met Gods geest vervuld; met wijsheid en inzicht, met kennis en vaardigheid,
4καὶ ἀρχιτεκτονῆσαι, ἐργάζεσθαι τὸ χρυσίον καὶ τὸ ἀργύριον καὶ τὸν χαλκὸν καὶ τὴν ὑάκινθον καὶ τὴν πορφύραν καὶ τὸ κόκκινον τὸ νηστὸν
4om ontwerpen te maken en uit te voeren in goud, zilver en brons,
5καὶ τὰ λιθουργικὰ καὶ εἰς τὰ ἔργα τὰ τεκτονικὰ τῶν ξύλων, ἐργάζεσθαι κατὰ πάντα τὰ ἔργα.
5om edelstenen te graveren en te zetten, om hout te bewerken, kortom voor elk soort van werk.
6καὶ ἐγὼ ἔδωκα αὐτὸν καὶ τὸν Ἐλιὰβ τὸν τοῦ Ἀχισαμὰχ ἐκ φυλῆς Δὰν καὶ παντὶ συνετῷ καρδίᾳ δέδωκα σύνεσιν, καὶ ποιήσουσι πάντα ὅσα συνέταξά σοι,
6Bovendien heb Ik hem Oholiab, den zoon van Achisamak, uit de stam van Dan als medewerker toegevoegd en aan alle bekwame vaklui heb Ik kunstvaardigheid geschonken, om alles te maken wat Ik bevolen heb:
7τὴν σκηνὴν τοῦ μαρτυρίου καὶ τὴν κιβωτὸν τῆς διαθήκης καὶ τὸ ἱλαστήριον τὸ ἐπ᾿ αὐτῆς καὶ τὴν διασκευὴν τῆς σκηνῆς
7de openbaringstent, de ark des Verbonds, het verzoendeksel daarop, en alles wat bij de tent behoort;
8καὶ τὰ θυσιαστήρια καὶ τὴν τράπεζαν καὶ πάντα τὰ σκεύη αὐτῆς καὶ τὴν λυχνίαν τὴν καθαρὰν καὶ πάντα τὰ σκεύη αὐτῆς
8de tafel met toebehoren, de kandelaar van zuiver goud met toebehoren, het reukofferaltaar,
9καὶ τὸν λουτῆρα καὶ τὴν βάσιν αὐτοῦ
9het brandofferaltaar met al zijn toebehoren, het bekken met zijn onderstel;
10καὶ τὰς στολάς τὰς λειτουργικὰς Ἀαρὼν καὶ τὰς στολὰς τῶν υἱῶν αὐτοῦ ἱερατεύειν μοι
10de heilige ambtsgewaden voor den priester Aäron en die van zijn zonen, om hun dienst te verrichten,
11καὶ τὸ ἔλαιον τῆς χρίσεως καὶ τὸ θυμίαμα τῆς συνθέσεως τοῦ ἁγίου· κατὰ πάντα, ὅσα ἐγὼ ἐνετειλάμην σοι, ποιήσουσι.
11de zalfolie en de geurige wierook voor het heiligdom. Dit alles moeten ze maken, zoals Ik het u heb bevolen.
12Καὶ ἐλάλησε Κύριος πρὸς Μωυσῆν λέγων·
12Tenslotte sprak Jahweh tot Moses:
13καὶ σὺ σύνταξον τοῖς υἱοῖς Ἰσραὴλ λέγων· ὁρᾶτε, καὶ τὰ σάββατά μου φυλάξεσθε· σημεῖόν ἐστι παρ᾿ ἐμοὶ καὶ ἐν ἐμοὶ εἰς τὰς γενεὰς ὑμῶν, ἵνα γνῶτε ὅτι ἐγὼ Κύριος ὁ ἁγιάζων ὑμᾶς.
13Dit moet ge de Israëlieten inprenten! Onderhoudt vooral mijn sabbat; want hij is een teken tussen Mij en u van geslacht tot geslacht, waardoor men zal weten, dat Ik, Jahweh, het ben die u heilig.
14καὶ φυλάξεσθε τὰ σάββατα, ὅτι ἅγιον τοῦτό ἐστι Κυρίῳ ὑμῖν· ὁ βεβηλῶν αὐτὸ θανάτῳ θανατωθήσεται· πᾶς ὃς ποιήσει ἐν αὐτῷ ἔργον, ἐξολοθρευθήσεται ἡ ψυχὴ ἐκείνη ἐκ μέσου τοῦ λαοῦ αὐτοῦ.
14Onderhoudt dus de sabbat, want hij is heilig voor u. Iedereen die hem schendt, zal met de dood worden gestraft; iedereen, die op die dag enige arbeid verricht, zal van zijn volk worden afgesneden.
15ἓξ ἡμέρας ποιήσεις ἔργα, τῇ δὲ ἡμέρᾳ τῇ ἑβδόμῃ σάββατα, ἀνάπαυσις ἁγία τῷ Κυρίῳ· πᾶς ὃς ποιήσει ἔργον τῇ ἡμέρᾳ τῇ ἑβδόμῃ, θανατωθήσεται.
15Zes dagen kunt ge werken, maar de zevende dag is een dag van volkomen rust, aan Jahweh gewijd. Wie op de sabbat enige arbeid verricht, moet sterven.
16καὶ φυλάξουσιν οἱ υἱοὶ Ἰσραὴλ τὰ σάββατα ποιεῖν αὐτὰ εἰς τὰς γενεὰς αὐτῶν· διαθήκη αἰώνιος.
16Zo moeten de Israëlieten de sabbat onderhouden, en hem vieren van geslacht tot geslacht krachtens een eeuwig verbond.
17ἐν ἐμοὶ καὶ τοῖς υἱοῖς Ἰσραὴλ σημεῖόν ἐστιν ἐν ἐμοὶ αἰώνιον· ὅτι ἓξ ἡμέραις ἐποίησε Κύριος τὸν οὐρανὸν καὶ τὴν γῆν καὶ τῇ ἡμέρᾳ τῇ ἑβδόμῃ ἐπαύσατο καὶ κατέπαυσε.
17Hij zal een teken zijn voor eeuwig tussen Mij en de Israëlieten; want in zes dagen heeft Jahweh hemel en aarde gemaakt, maar op de zevende dag heeft Hij gerust en herademd.
18Καὶ ἔδωκε Μωυσῇ, ἡνίκα κατέπαυσε λαλῶν αὐτῷ ἐν τῷ ὄρει τῷ Σινά, τὰς δύο πλάκας τοῦ μαρτυρίου, πλάκας λιθίνας γεγραμμένας τῷ δακτύλῳ τοῦ Θεοῦ.
18Toen Hij zijn onderhoud met Moses op de berg Sinaï had beëindigd, gaf Hij hem de beide tafelen van het Verbond, de stenen tafelen, met Gods eigen vingeren geschreven.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.