Hebroj
Chapter 9
Londona Biblio (Esperant…
vs Petrus Canisius Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Londona Biblio (Esperanto, 1910)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1Sed eĉ la unua interligo havis ordonojn pri Diservado, kaj sanktejon mondan.
1Ook het eerste verbond had voorschriften omtrent de eredienst en het aardse heiligdom.
2Ĉar tabernaklo estis pretigita: la unua, en kiu estis la kandelabro kaj la tablo kaj la panoj de propono; ĝi estas nomata la Sanktejo;
2Want er was een eerste tabernakel, waarin de kandelaar, de tafel en de toonbroden waren geplaatst; dit werd het Heilige genoemd.
3kaj post la dua kurteno, la tabernaklo nomata la Plejsanktejo,
3Achter het tweede voorhangsel was een tabernakel, die het Heilige der Heiligen genoemd werd.
4havanta la oran incensilon, kaj la keston de interligo, tegitan entute per oro, en kiu estis vazo ora (enhavanta la manaon) kaj la ekflorinta bastono de Aaron kaj la tabeloj de la interligo,
4Dit bevatte naast een gouden reukaltaar ook de ark des verbonds, die geheel met goud was overtrokken, en waarin zich de gouden vaas met het manna bevond, benevens de staf van Aäron die gebloeid had, en de verbondstafelen;
5kaj super tio kerubojn de gloro superombrantajn la fermoplaton, pri kiuj ni nun ne povas detale paroli.
5en daarboven waren de cherubs der glorie, die het zoendeksel overschaduwden. Maar het is niet nodig, hierover thans in bijzonderheden uit te weiden.
6Kiam do ĉi tio estis tiel aranĝita, en la unuan tabernaklon eniras ĉiam la pastroj, farante la Diservojn;
6En wanneer dit alles zó was ingericht, gingen de priesters ten allen tijde in de eerste tabernakel, om er de diensten te verrichten;
7sed en la duan, unufoje en la jaro eniras la ĉefpastro sola, ne sen sango, kiun li oferas pro si kaj pro la eraroj de la popolo;
7maar in de tweede alleen de hogepriester, en slechts éénmaal in het jaar en niet zonder het bloed, dat hij offerde voor zijn eigen nalatigheid en voor die van het volk.
8per tio la Sankta Spirito montras, ke la vojo en la sanktejon ankoraŭ ne estas elmontrita, dum la unua tabernaklo ankoraŭ staras;
8Hiermee geeft de heilige Geest te verstaan, dat de weg tot het Heiligdom nog niet open staat, zolang de eerste tabernakel nog stand houdt,
9kio estas parabolo por la nuna tempo; laŭ kio estas oferataj donacoj kaj oferoj, kiuj ne povas laŭ la konscienco perfektigi la adoranton,
9die een afbeelding was van de tegenwoordige tijd. Vandaar dat er gaven en offers worden gebracht, welke den offeraar niet kunnen volmaken naar het geweten,
10nur altrudate (kun manĝaĵoj kaj trinkaĵoj kaj diversaj lavadoj kaj karnaj purigadoj) ĝis tempo de reformo.
10doch die tegelijk met spijzen, dranken en allerlei wassingen enkel vleselijke voorschriften zijn, vastgesteld tot aan de tijd van het volmaakte Bestel.
11Sed Kristo, aperinte kiel ĉefpastro de la estontaj bonoj, per la pli granda kaj pli perfekta tabernaklo, ne manfarita, tio estas ne el ĉi tiu kreo,
11Maar Christus, optredend als Hogepriester der toekomende goederen, is het Heiligdom binnengegaan door de grotere en volmaaktere Tabernakel, welke niet met handen gemaakt is, —dat wil zeggen, welke niet tot deze schepping behoort;
12nek per la sango de kaproj kaj bovidoj, sed per sia propra sango, eniris unufoje por ĉiam en la sanktejon, atinginte eternan elaĉeton.
12niet door bloed van bokken en kalveren, maar door zijn eigen Bloed; ééns voor altijd, daar Hij een eeuwige verlossing verworven had.
13Ĉar se la sango de kaproj kaj bovoj, kaj la cindro de bovidino, ŝprucigite sur malpurulojn, sanktigas ĝis la purigado de la karno:
13Want zo het bloed van bokken en stieren, en de besprenkeling met as van een koe, de onreinen heiligt tot de reinheid van het vlees,
14kiom pli la sango de Kristo, kiu per la eterna Spirito sin oferis senmakula al Dio, purigos vian konsciencon el malvivaj faroj, por servi al la vivanta Dio?
14hoeveel te meer zal dan het Bloed van Christus, die door een eeuwigen Geest Zich als smetteloos Offer opdroeg aan God, ons geweten reinigen van dode werken tot de dienst van den levenden God?
15Kaj pro tio li estas interulo de nova testamento, por ke (post kiam morto okazis por la elaĉeto de tiuj pekoj, kiuj estis sub la unua testamento) la vokitoj ricevu la promeson de la eterna heredaĵo.
15En daarom is Hij de Middelaar van een nieuw Testament, en is Hij gestorven tot verzoening van de overtredingen van het eerste, opdat de uitverkorenen de beloofde eeuwige erfenis zouden ontvangen.
16Ĉar kiam estas testamento, nepre devas esti la morto de la testamentinto.
16Want waar een testament is, daar moet de dood van den erflater worden vastgesteld.
17Ĉar testamento efektiviĝas rilate mortinton, ĉar ĝi neniam efikas, dum vivas la testamentinto.
17Want het testament wordt eerst bindend door de dood, daar het niet van kracht is, zolang de erflater leeft.
18Tial ankaŭ la unua testamento ne sen sango dediĉiĝis.
18Daarom ook is het eerste testament niet ingewijd zonder bloed.
19Ĉar Moseo, parolinte ĉiun ordonon laŭ la leĝo al la tuta popolo, prenis la sangon de bovidoj kaj kaproj, kun akvo kaj lano skarlata kaj hisopo, kaj aspergis la libron mem kaj la tutan popolon,
19Want nadat Moses alle voorschriften der Wet aan heel het volk had afgekondigd, nam hij het bloed van kalveren en bokken met water, purperwol en hysop, en besprenkelde het boek zelf en heel het volk,
20dirante: Jen estas la sango de la interligo, kiun Dio ordonis al vi.
20terwijl hij sprak: “Dit is het bloed van het verbond, dat God met u heeft gesloten.”
21Plue li aspergis per la sango la tabernaklon kaj ĉiujn vazojn de la Diservo.
21Eveneens besprenkelde hij de tabernakel en al het benodigde van de eredienst met het bloed;
22Kaj laŭ la leĝo, preskaŭ ĉio puriĝas per sango; kaj sen sangoverŝado ne fariĝas absolvo.
22ook wordt volgens de Wet nagenoeg alles door bloed gereinigd, en zonder bloedstorting is er geen vergiffenis.
23Necese do estis, ke la ekzemploj de la enĉielaj aferoj estu purigitaj per ĉi tiuj, sed la enĉielaj aferoj mem per pli bonaj oferoj, ol ĉi tiuj.
23Het was dus noodzakelijk, dat de afbeeldingen der hemelse dingen op die wijze werden gereinigd, maar de hemelse dingen zelf door volmaaktere offers.
24Ĉar eniris Kristo ne en sanktejon manfaritan, ekzemplon de la vera; sed en la ĉielon mem, por aperi antaŭ la vizaĝo de Dio por ni;
24Want Christus is niet een heiligdom binnengegaan, dat met handen gemaakt is en voorafbeelding is van het waarachtige, maar de hemel zelf, om thans voor Gods aangezicht te verschijnen ten behoeve van ons.
25nek estas necese, ke li oferu sin ofte, kiel la ĉefpastro eniras en la sanktejon jaron post jaro, kun sango ne propra;
25Ook droeg Hij Zich niet meermalen op, zoals de hogepriester ieder jaar opnieuw het heiligdom binnenging met het bloed, dat het zijne niet was.
26alie li devus ofte suferi de post la fondo de la mondo; sed nun unufoje en la fino de la mondaĝoj li aperis, por forigi la pekon per la ofero de si mem.
26Want dan zou Hij van de schepping der wereld af meermalen hebben moeten lijden, terwijl Hij feitelijk slechts éénmaal en op het einde der tijden verschenen is, om door zijn Offer de zonde te delgen.
27Kaj kiel estas dekretite por homoj unufoje morti, kaj post tio juĝo;
27En evenals het voor de mensen is vastgesteld, één enkele maal te sterven, en daarna het oordeel volgt,
28tiel ankaŭ Kristo, oferite unufoje, por porti la pekojn de multaj, aperos duan fojon, aparte de peko, al tiuj, kiuj lin atendas, por savo.
28zo is ook Christus één enkele maal geofferd, om veler zonden te delgen; en ten tweede male zal Hij verschijnen, niet om wille der zonde, maar tot zaligheid van hen, die Hem verwachten.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.