Hebroj
Chapter 4
Londona Biblio (Esperant…
vs Petrus Canisius Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Londona Biblio (Esperanto, 1910)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1Ni do timu, ke, kiam al ni restas promeso veni en Lian ripozejon, iu el vi eble ŝajne malatingos ĝin.
1We moeten er dus wèl bevreesd voor zijn, dat iemand van u bevonden wordt achter te blijven, terwijl de belofte nog voortduurt, om zijn Rust binnen te gaan.
2Ĉar al ni ankaŭ estas evangelio anoncita tiel same, kiel al ili; sed al ili la aŭdita parolo ne utilis, ne miksite kun fido ĉe la aŭdantoj.
2Immers ook wij hebben de belofte ontvangen, juist zoals zij. Maar hùn heeft het woord, dat ze hoorden, niet gebaat, omdat het horen niet gepaard ging met geloof;
3Ĉar ni ekkredintoj venas en la ripozejon, kiel Li diris: Tial Mi ĵuris en Mia kolero, Ke ili ne venos en Mian ripozejon; kvankam la faritaĵoj estis finitaj jam de post la fondo de la mondo.
3want we gaan slechts binnen in de Rust, indien we geloven; zoals Hij heeft gezegd: “Daarom zwoer Ik in mijn toorn: neen, ze zullen niet ingaan in mijn Rust.” —Inderdaad, toen door de schepping der wereld de werken voltooid waren,
4Ĉar Li diris ie pri la sepa tago jene: Kaj Dio ripozis en la sepa tago de Sia tuta laboro;
4heeft Hij over de zevende dag ergens aldus gesproken: “En God Rustte op de zevende dag van al zijn werken;”
5kaj ankaŭ jene: Ili ne venos en Mian ripozejon.
5en hier weer: “Neen, ze zullen niet ingaan in mijn Rust.”
6Ĉar restas do por iuj veni en ĝin, kaj tiuj, al kiuj la evangelio unue estis predikita, ne envenis pro malobeo,
6Welnu, daar het zeker is, dat enigen althans Haar zullen binnengaan, terwijl zij, die het eerst de belofte ontvingen, door ongehoorzaamheid er niet zijn binnengegaan,
7denove Li difinis iun tagon, dirante en David: Hodiaŭ, post tiom da tempo; kiel estas dirite: Hodiaŭ, se vi aŭskultas Lian voĉon, Ne obstinigu vian koron.
7daarom stelt Hij opnieuw een dag vast: “Heden”, en spreekt Hij zo lange tijd daarna door David, zoals reeds gezegd is: “Als gij heden mijn stem verneemt, verstokt uw harten niet.”
8Ĉar se Josuo al ili estus doninta ripozon, Li ne parolus poste pri alia tago.
8Zo Josuë immers de rust had gebracht, dan zou Hij niet van een andere dag spreken, die eerst later zou komen.
9Tial restas sabata ripozo por la popolo de Dio.
9Dus is het volk Gods nog een Sabbat-Rust voorbehouden;
10Ĉar tiu, kiu venis en sian ripozejon, ankaŭ mem ripozas de siaj faroj, kiel Dio de Siaj.
10want die zijn Rust binnengaat, rust ook zelf van zijn werken, zoals ook God van de zijne.
11Ni klopodu do veni en tiun ripozejon, por ke neniu falu laŭ la sama ekzemplo de malobeo.
11Doen wij ons best dus, om binnen te gaan in die Rust, opdat niemand in dit voorbeeld van ongehoorzaamheid mag vervallen.
12Ĉar la vorto de Dio estas viva kaj energia, kaj pli akra ol ĉia glavo dutranĉa, kaj penetranta ĝis divido de la animo kaj spirito, kaj de artikoj kaj medolo, kaj kritikanta la pensojn kaj celojn de la koro.
12Want Gods woord is levend en krachtig, scherper dan elk tweesnijdend zwaard, dóórdringend tussen ziel en geest, gewrichten en merg, rechter ook der neigingen en overdenkingen van het hart.
13Kaj ne ekzistas kreitaĵo kaŝita antaŭ Lia vidado; sed ĉio estas nuda kaj evidenta al la okuloj de Tiu, al kiu nia afero rilatas.
13En geen schepsel is onzichtbaar voor Hem, maar alles ligt naakt en bloot voor de ogen van Hem, aan wien we verantwoording hebben af te leggen.
14Havante do ĉefpastron grandan, trapasintan la ĉielon, Jesuon, la Filon de Dio, ni tenu firme nian konfeson.
14Daar we nu een groten Hogepriester hebben, die in de hemelen is doorgedrongen, Jesus, den zoon van God, zo laat ons vasthouden aan de belijdenis.
15Ĉar ni havas ĉefpastron ne tian, kiu ne povus simpatii kun niaj malfortaĵoj, sed tentitan en ĉio tiel same, tamen sen peko.
15Want we hebben geen Hogepriester, die onze zwakheden niet meevoelen kan, maar Eén, die bekoord werd geheel op dezelfde wijze als wij, behoudens de zonde.
16Ni do alvenu kun kuraĝo al la trono de graco, por ke ni ricevu kompaton kaj trovu gracon por ĝustatempa helpo.
16Laat ons dus met vertrouwen opgaan tot de troon der genade, om barmhartigheid te verkrijgen, en genade te vinden tot tijdige hulp.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.