Hebroj 5
Londona Biblio (Esperanto, 1910)Translation
Londona Biblio (Esperanto, 1910)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1Ĉar ĉiu ĉefpastro, prenata el inter homoj, pro homoj estas difinita por aferoj rilatantaj al Dio, por ke li oferu kaj donacojn kaj oferojn pro pekoj;
1Want iedere hogepriester wordt uit de kring der mensen genomen, en ten bate der mensen aangesteld voor hun betrekkingen tot God, om gaven en offers te brengen voor de zonden.
2povante indulgi tiujn, kiuj estas malkleraj kaj erarantaj, tial, ke li mem estas ĉirkaŭata de malforteco;
2Hij moet in staat wezen, toegeeflijk te zijn voor onwetenden en dwalenden, omdat hij zelf met zwakheid omkleed is,
3kaj pro tio li devas, kiel por la popolo, tiel ankaŭ por si mem, oferi pro pekoj.
3en daarom zondeoffers moet brengen zowel voor het volk, als voor zichzelf.
4Kaj neniu alprenas al si tiun honoron krom la vokato de Dio, tiel same, kiel Aaron.
4En niemand neemt de waardigheid uit zichzelf, maar door roeping van God, zoals ook Aäron.
5Tiel ankaŭ Kristo sin mem ne honoris, por fariĝi ĉefpastro, sed lin honoris Tiu, kiu diris al li: Vi estas Mia Filo, Hodiaŭ Mi vin naskis;
5Zo ook heeft Christus Zichzelf de eer niet toegeëigend, Hogepriester te worden, maar Hij die tot Hem heeft gesproken: “Gij zijt mijn Zoon, Ik heb U heden verwekt,”
6kiel ankaŭ aliloke Li diris: Vi estas pastro por ĉiam, Laŭ la maniero de Melkicedek.
6zoals Hij dan ook op een andere plaats heeft gezegd: “Gij zijt Priester voor eeuwig, Naar de Orde van Melkisedek.”
7En siaj karnaj tagoj, preĝojn kaj petegojn oferinte, kun forta kriado kaj larmoj, al Tiu, kiu povis lin savi el morto, kaj aŭdite pro sia pia timo,
7En ofschoon Hij in de dagen van zijn Vlees, onder luid geroep en tranen, gebeden en smekingen heeft opgestierd tot Hem, die Hem van de dood kon redden; ofschoon Hij verhoord werd terwille van zijn godvrezendheid;
8tiu, kvankam li estis Filo, tamen lernis obeon per tio, kion li suferis;
8ofschoon Hij bovendien zelfs de Zoon was, heeft Hij toch door zijn lijden de gehoorzaamheid geleerd,
9kaj perfektigite, li fariĝis la fonto de eterna savo al ĉiuj al li obeantaj;
9en is Hij na zijn verheerlijking de oorzaak van eeuwige zaligheid geworden voor allen, die Hem gehoorzaam zijn;
10nomite de Dio ĉefpastro laŭ la maniero de Melkicedek.
10daar Hij door God was uitgeroepen tot “Hogepriester naar de Orde van Melkisedek.”
11Pri tiu ni havas dirotaĵojn multajn, kaj malfacile klarigeblajn tial, ke vi surdiĝis en aŭdado.
11Over dit onderwerp hebben we veel te zeggen, en de uitleg is moeilijk, omdat gij hardhorend zijt geworden.
12Ĉar kvankam vi jam devus esti instruistoj, vi ankoraŭ bezonas, ke oni instruu al vi, kiaj estas la komencaj elementoj de la orakoloj de Dio, kaj vi fariĝis bezonantoj de lakto kaj ne de solida nutraĵo.
12Of is het soms nog nodig, dat men u de eerste beginselen van Gods woorden gaat leren, terwijl gij toch, de tijd in aanmerking genomen, reeds leermeesters moest zijn; hebt gij soms nog behoefte aan melk, niet aan vaste spijs?
13Ĉar ĉiu, kiu nutriĝas per lakto, estas nesperta rilate la vorton de justeco; ĉar li estas infaneto.
13Want wie nog melk behoeft, is onbekwaam voor het woord der gerechtigheid, want hij is een kind;
14Sed solida nutraĵo estas por la plenaĝuloj, kiuj per uzado havas la sentojn ekzercitaj, por distingi inter bono kaj malbono.
14maar vaste spijs is voor de volwassenen, voor hen, die door oefening de zintuigen hebben afgericht, om goed en kwaad te onderscheiden.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.