雅各書 3
Chinese Union Version, punctuated (Traditional)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1我的弟兄們,不要多人作師傅,因為曉得我們要受更重的判斷。
1Laat er onder u niet velen als leermeesters optreden, mijn broeders; want we weten, dat we dan een strenger oordeel zullen ondergaan.
2原來我們在許多事上都有過失;若有人在話語上沒有過失,他就是完全人,也能勒住自己的全身。
2Allen toch struikelen we op vele punten. Zo iemand in het spreken niet struikelt, dan is hij een volmaakt man; want dan kan hij ook heel het lichaam beteugelen.
3我們若把嚼環放在馬嘴裏,叫牠順服,就能調動牠的全身。
3Wanneer we de paarden het gebit in de bek steken, om ze ons te doen gehoorzamen, dan mennen we ook heel hun lijf.
4看哪,船隻雖然甚大,又被大風催逼,只用小小的舵,就隨着掌舵的意思轉動。
4Ziet ook eens naar de schepen: hoe groot ze ook zijn, en door wat onstuimige winden ze worden gedreven, door een heel klein roer worden ze gewend, waarheen de stuurman het wil.
5這樣,舌頭在百體裏也是最小的,卻能說大話。 看哪,最小的火能點着最大的樹林。
5Zo ook is de tong slechts een klein lid, maar ze bezit een grote invloed. Ziet, hoe een klein vuurtje een heel bos in brand steekt!
6舌頭就是火,在我們百體中,舌頭是個罪惡的世界,能污穢全身,也能把生命的輪子點起來,並且是從地獄裏點着的。
6Ook de tong is een vuur: een wereld van ongerechtigheid. Onder onze leden is het de tong, die heel het lichaam bezoedelt, en ons levensrad in brand steekt, zelf in vlam gezet door de hel.
7各類的走獸、飛禽、昆蟲、水族,本來都可以制伏,也已經被人制伏了;
7Inderdaad, alle soorten van beesten en vogels, kruipende dieren en beesten der zee, worden getemd en zijn getemd door het menselijk geslacht;
8惟獨舌頭沒有人能制伏,是不止息的惡物,滿了害死人的毒氣。
8maar de tong: geen mens kan haar temmen; rusteloos kwaad, vol dodelijk venijn.
9我們用舌頭頌讚那為主、為父的,又用舌頭咒詛那照着上帝形像被造的人。
9Met haar zegenen we den Heer en den Vader, met haar ook vervloeken we de mensen, naar Gods beeld geschapen;
10頌讚和咒詛從一個口裏出來!我的弟兄們,這是不應當的!
10uit dezelfde mond komt zegen en vloek. —Neen mijn broeders, dit moet zó niet zijn!
11泉源從一個眼裏能發出甜苦兩樣的水嗎?
11Of laat soms een bron uit dezelfde ader zoet en bitter water opborrelen?
12我的弟兄們,無花果樹能生橄欖嗎?葡萄樹能結無花果嗎?鹹水裏也不能發出甜水來。
12Of is het mogelijk, mijn broeders, dat een vijg olijven draagt, en een wijnstok vijgen? Ook kan een zoute bron geen zoet water geven.
13你們中間誰是有智慧有見識的呢?他就當在智慧的溫柔上顯出他的善行來。
13Wie is er onder u wijs en verstandig? Hij tone door eerzame wandel zijn werken, met wijze zachtmoedigheid gepaard.
14你們心裏若懷着苦毒的嫉妒和紛爭,就不可自誇,也不可說謊話抵擋真道。
14Maar zo ge bittere naijver en twist ronddraagt in uw hart, zet gij u dan niet op tegen de waarheid, en liegt gij dan niet tegen haar?
15這樣的智慧不是從上頭來的,乃是屬地的,屬情慾的,屬鬼魔的。
15Zo’n wijsheid komt niet van boven, maar is aards, zinnelijk en duivels;
16在何處有嫉妒、紛爭,就在何處有擾亂和各樣的壞事。
16want waar naijver heerst en twist, daar is onrust en allerlei kwaad.
17惟獨從上頭來的智慧,先是清潔,後是和平,溫良柔順,滿有憐憫,多結善果,沒有偏見,沒有假冒。
17De wijsheid, die van boven komt, is vóór alles rein, maar ook vredelievend, inschikkelijk, gezeggelijk, vol barmhartigheid en goede vruchten, onpartijdig, ongeveinsd;
18並且使人和平的,是用和平所栽種的義果。
18en de vredevrucht der gerechtigheid wordt gezaaid door hen, die de vrede bewaren.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.