何西阿書 5
Chinese Union Version, punctuated (Traditional)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1眾祭司啊,要聽我的話! 以色列 家啊,要留心聽! 王家啊,要側耳而聽! 審判要臨到你們, 因你們在 米斯巴 如網羅, 在 他泊山 如鋪張的網。
1Luistert nu, priesters; Huis van Israël, let op; Huis des konings, hoort toe: Want u geldt het vonnis! Want gij zijt een strik voor Mispa geworden, Een net over de Tabor gespannen,
2這些悖逆的人肆行殺戮, 罪孽 極深; 我卻斥責他們眾人。
2Een diepe groeve voor Sjittim: Maar Ik zal u allen een gesel zijn!
3以法蓮 為我所知; 以色列 不能向我隱藏。 以法蓮 哪,現在你行淫了, 以色列 被玷污了。
3Efraïm ligt voor Mij open, En Israël kan zich voor Mij niet verbergen: Gij, Efraïm, hebt ontucht bedreven, En Israël heeft zich bezoedeld.
4他們所行的使他們不能歸向上帝; 因有淫心在他們裏面, 他們也不認識耶和華。
4Hun daden zijn er niet op gericht, Om zich tot hun God te bekeren; Want een geest van ontucht heerst in hun midden, En Jahweh kennen ze niet!
5以色列 的驕傲當面見證自己。 故此, 以色列 和 以法蓮 必因自己的罪孽跌倒; 猶大 也必與他們一同跌倒。
5De onbeschaamdheid Ligt Israël op het gelaat; Efraïm komt door zijn eigen misdaad ten val, Ook Juda struikelt met hem.
6他們必牽着牛羊去尋求耶和華,卻尋不見; 他已經轉去離開他們。
6Met hun schapen en vee Willen ze Jahweh gaan zoeken; Maar ze vinden Hem niet: Hij onttrekt zich aan hen.
7他們向耶和華行事詭詐,生了私子。 到了月朔,他們與他們的地業必被吞滅。
7Want ze hebben hun trouw aan Jahweh gebroken, En bastaardkinderen verwekt; Nu zal de verdelger ze verslinden, Henzelf en hun akkers.
8你們當在 基比亞 吹角, 在 拉瑪 吹號, 在 伯‧亞文 吹出大聲, 說 : 便雅憫 哪, 有仇敵 在你後頭!
8Blaast de bazuin in Giba, De trompet in Rama; Schreeuwt het uit in Bet-Awen, Schrikt Benjamin op!
9在責罰的日子, 以法蓮 必變為荒場; 我在 以色列 支派中,指示將來必成的事。
9Efraïm zal een wildernis worden, Op de dag der kastijding; De stammen Israëls kondig Ik aan Wat vast is besloten.
10猶大 的首領如同挪移地界的人, 我必將忿怒倒在他們身上,如水一般。
10De vorsten van Juda zijn grenzenvervalsers; Als water stort Ik mijn gramschap over hen uit.
11以法蓮 因樂從 人的 命令, 就受欺壓,被審判壓碎。
11Efraïm verdrukt en verkracht het recht, Want hunkerend loopt hij het bederf achterna!
12我使 以法蓮 如蟲蛀之物, 使 猶大 家如朽爛之木。
12Voor Efraïm zal Ik zijn als de mot, Voor het huis van Juda als wormsteek!
13以法蓮 見自己有病, 猶大 見自己有傷, 他們就打發人往 亞述 去見 耶雷布 王, 他卻不能醫治你們, 不能治好你們的傷。
13Efraïm zal zijn broosheid bemerken, Juda zijn etterende wonde. Efraïm zal zich tot Assjoer wenden, Juda gezanten zenden naar “Grote Koning”; Maar die zal u niet kunnen genezen, Uw wonde niet helen.
14我必向 以法蓮 如獅子, 向 猶大 家如少壯獅子。 我必撕裂而去, 我要奪去,無人搭救。
14Want Ik zal voor Efraïm zijn als de leeuw, Als een leeuwenwelp voor het huis van Juda. Ik zal ze verscheuren, dan loop Ik heen; Ik sleep ze weg, en niemand, die Mij mijn prooi ontrukt. Dan keer Ik terug naar mijn plaats,
15我要回到原處, 等他們自覺有罪,尋求我面; 他們在急難的時候必切切尋求我。
15Totdat ze boete doen, mijn aangezicht zoeken, En hunkeren naar Mij in hun nood:
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.