何西阿書 8
Chinese Union Version, punctuated (Traditional)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1你用口吹角吧! 敵人 如鷹來攻打耶和華的家; 因為這民違背我的約, 干犯我的律法。
1De bazuin aan uw mond: Er zweeft een gier boven de woning van Jahweh! Want ze hebben mijn verbond overtreden, Gezondigd tegen mijn wet.
2他們必呼叫我說: 我的上帝啊,我們 以色列 認識你了。
2Nu roepen ze tot Mij: Mijn God! Maar Wij kennen u, Israël!
3以色列 丟棄良善; 仇敵必追逼他。
3Israël heeft het heil verstoten, De vijand zal het vervolgen.
4他們立君王,卻不由我; 他們立首領,我卻不認。 他們用金銀為自己製造偶像, 以致被剪除。
4Ze hebben koningen aangesteld, maar buiten Mij om, Vorsten gekozen, maar buiten mijn weten; Van hun zilver en goud hebben ze goden gemaakt, Tot hun eigen verderf.
5撒馬利亞 啊,耶和華已經丟棄你的牛犢; 我的怒氣向拜牛犢的人發作。 他們到幾時方能無罪呢?
5Samaria, Ik stoot uw kalf van Mij weg: Hoelang is er mijn toorn al tegen ontbrand? Reinigen kan men het niet,
6這 牛犢 出於 以色列 , 是匠人所造的,並不是神。 撒馬利亞 的牛犢必被打碎。
6Want het is Israëls gewrocht! Een werkman heeft het gemaakt, Het is geen God! Ja, in splinters zal het vallen, Het kalf van Samaria!
7他們所種的是風,所收的是暴風; 所種的不成禾稼,就是發苗也不結實; 即便結實,外邦人必吞吃。
7Want ze zaaien wind, en oogsten storm: Een oogst zonder aren, koren zonder meel; En brengt het iets op, dan eten het vreemden:
8以色列 被吞吃; 現今在列國中,好像人不喜悅的器皿。
8Verslonden wordt Israël! Nu zijn ze onder de volken als een waardeloze pot,
9他們投奔 亞述 ,如同獨行的野驢; 以法蓮 賄買朋黨。
9Omdat ze naar Assjoer zijn gegaan. Een wilde ezel zondert zich af, Doch Efraïm geeft zich aan zijn minnaars.
10他們雖在列邦中賄買人, 現在我卻要聚集 懲罰 他們; 他們因君王和首領所加的重擔日漸衰微。
10Maar al verstrooien ze zich onder de volken, Ik houd ze bijeen: Opdat ze eerst een tijd nog zuchten Onder de druk van hun koning en vorsten.
11以法蓮 增添祭壇取罪; 因此,祭壇使他犯罪。
11Ja, Efraïm heeft vele altaren gebouwd, Maar die altaren dienden hem enkel tot zonde;
12我為他寫了律法萬條, 他卻以為與他毫無關涉。
12Al schrijf Ik hem nog zoveel wetten voor, Ze gelden hem niets.
13至於獻給我的祭物, 他們自食其肉, 耶和華卻不悅納他們。 現在必記念他們的罪孽, 追討他們的罪惡; 他們必歸回 埃及 。
13Al brengen ze talloze offers, Al slachten ze nog zoveel vlees En eten daarvan: Ze behagen Jahweh niet meer! Thans zal Hij hun misdaad gedenken, En hun zonde bestraffen: Naar Egypte moeten ze terug, In Assjoer onreine spijzen eten.
14以色列 忘記造他的主,建造宮殿; 猶大 多造堅固城, 我卻要降火焚燒他的城邑, 燒滅其中的宮殿。
14Israël heeft zijn Schepper vergeten en tempels gebouwd, Juda tal van versterkte steden gegrond: Maar Ik slinger een vuur in hun steden, Dat haar gebouwen verteert!
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.